In afwachting van de koningin, decoratie van het koninklijk paviljoen van station Den Haag HS

Den Haag HS, koninklijk paviljoen
Den Haag HS, koninklijk paviljoen fotograaf: Martin Kers

In Nederland werd een aantal treinstations voorzien van een koninklijke wachtkamer, of beter: koninklijk paviljoen. Ze worden gebruikt voor ontvangst van de koninklijke familie, hun gevolg en hun gasten. Bovendien fungeren ze als rustplaats: een plek waar het gezelschap zich even kan terugtrekken.

In totaal zijn er zes koninklijke paviljoens gerealiseerd. De paviljoens van Amsterdam Centraal, Baarn en Den Haag HS zijn nog intact. Voorheen waren er ook koninklijke paviljoens in de stationsgebouwen van Apeldoorn en Vlissingen. Op de plaats waar nu station Den Haag Centraal staat, lag tussen 1870 tot 1973 een station van de Nederlandsche Rhijnspoorweg-maatschappij (NRS), een onderneming die in 1890 werd overgenomen door de Staatsspoorwegen. Dat stationsgebouw was ook voorzien van een koninklijk paviljoen.

Station Den Haag van Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HIJSM) was het oudste van de twee stations die de stad rijk was. Door de inrichting van een koninklijk paviljoen wedijverde de HIJSM dus met de Staatsspoorwegen om de gunsten van de koning. Het historische interieur van de koninklijke salon van de Staatsspoorwegen is bewaard gebleven. Na de sloop van het stationsgebouw in 1973, is het overgebracht naar het Spoorwegmuseum in Utrecht. Daar is het interieur nu onderdeel van een van de stijlkamers van het museum.

Den Haag Hollands Spoor werd tussen 1888 en 1893 gebouwd in opdracht van de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HIJSM). Architect D. A. N. (Dirk) Margadant ontwierp het stationsensemble. Het koninklijk paviljoen bevindt zich in de linkervleugel van het station (HS). Het omvat een salon, verblijven voor het gevolg en een kamer met toiletruimte. Een staatsietrap leidt vanaf de entree op het stationsplein naar het paviljoen. De entree werd tussen 1905 en 1908 gewijzigd om ruimte te geven aan een extra spoor. Vanaf dat moment onderhield de Zuid-Hollandsche Electrische Spoorweg-Maatschappij de eerste geëlektrificeerde spoorlijn van Nederland tussen Den Haag naar Rotterdam. 

De gevel en het interieur van het koninklijk paviljoen zijn rijk gedecoreerd met allegorische voorstellingen, heraldiek en spoorgerelateerde decoraties. Ook het thema van de triomfpoort keert terug. Verder wordt de band tussen het spoor en het koningshuis verbeeld en de zegeningen die de spoorwegen ons land brengen in de vorm van vrede en welvaart. Veel voorstellingen staan in het teken van de aanstaande troonopvolging van Wilhelmina die tijdens de opening 13 jaar was. Op verschillende plaatsen in het paviljoen worden de deugden en waarden van een goede vorst verbeeld door (mythologische) personificaties en putti.  

Gevelreliëfs

In de gevel van het Koninklijk paviljoen preludeert een reliëf op de aanstaande inhuldiging van Wilhelmina op 18-jarige leeftijd. Daarnaast worden op dit deel van de stationsgevel de Koninklijke en Rechterlijke macht verbeeld, en Pax: een allegorische voorstelling van Vrede. Boven het balkon is een reliëf van het Rijkswapen te vinden. De entree van het koninklijk paviljoen aan de perronzijde bevat een omlijsting die fungeert als triomfboog voor een aankomend koninklijk gezelschap.

Vestibule

In het trappenhuis bevinden zich drie vensters met glas-in-loodramen waarin het rijkswapen, provinciewapens en de gemeentewapens van de HIJSM zijn opgenomen. Ze zijn in 1891 gemaakt bij het Delftse Atelier ’t Prinsenhof.
Vanaf het tussenbordes in het trappenhuis zijn aan weerszijden twee allegorische schilderingen Nijverheid en Rechtvaardigheid te zien. Op het plafond is een schildering aangebracht van drie putti met symbolen van vrijheid. Ze zijn geschilderd door Michel Antoine Hendrickx (1847-1906).

De hal

Aan de wanden van de hal zijn twee gipsen rondboogreliëfs aangebracht op de wanden van de balkonkamer en de hofdamevestiaire: Welvaart en Vrede, gemaakt door Pierre Elysé (Emil) Van den Bossche (1849-1921) en geschilderd in grisaille.  
Op het bordes zien we boven de doorgang naar de salon een groter reliëf van Emil Van den Bossche met het Rijkswapen gepresenteerd door twee Griekse mythologische figuren: Minerva en Perseus. De pilasters aan weerszijden van de toegang naar de salon zijn gedecoreerd met reliëfs: twee putti te midden van de gestuukte kalandabers.  

Salon

Het plafond van de salon bevat een schildering met twee Cupido’s, die refereert aan de te bereiken huwbare leeftijd van Wilhelmina en de hoop op nageslacht.
In de koof onder het plafond zijn de Nederlandse provinciewapens en het Rijkswapen verwerkt, omgeven door rolwerk, florale motieven en linten. 

Hofdamevestiaire, balkonkamer en zijkamers

Hoog op de wanden van de hofdamevestiaire en de balkonkamer is een fries geschilderd met attirbuten die een diversiteit aan beroepen representeren.
Op het plafond van de balkonkamer verschijnen nog drie cupido’s ten tonele, met pijl en boog in de aanslag.
In de zijkamers van de salon bevinden zich twee marmeren schouwen met stucwerk van het Amsterdamse beeldhouwatelier Van den Bossche en Crevels. De schouwen bevatten geschilderde schoorsteenstukken die zijn vervaardigd door het Amsterdamse decoratieatelier van Michel Antoine Hendrickx (1847-1906). Ze representeren Kracht en Voorzichtigheid en Wijsheid en Naastenliefde. Samen vormen ze een ‘vorstenspiegel’: een reeks voorstellingen waarin de normen en waarden worden verbeeld waaraan een goed vorst zich dient te houden. 

Het paviljoen wordt beperkt opengesteld: alleen voor rondleidingen op afspraak en bij speciale gelegenheden openen de deuren zich voor publiek.

Bronnen:

Jacob Cats, embleem ‘Amissa libertate laetior, Bly door slaverny’, in: Sinne- en minnebeelden, 1627.
Daniel Heinsius, ‘Perch'io stesso mi strinsi ‘Cupido sit vast met verlangen, om het vogeltje te vangen’, in: Quaeris quid sit Amor, 1601.
Pieter Cornelisz. Hooft, ‘VVillighe vanckenis’, in: Emblemata amatoria, 1611.
E. de Jongh, Tot lering en vermaak, Betekenissen van Hollandse genrevoorstellingen uit de zeventiende eeuw, 1976, p. 286.
K. Havelaar, Hollands Spoor. Een koninklijk treinstation. Kathedraal van techniek, 2017.
T. Honing (samenst.) en R. Nolet (red.), Koninklijke wachtkamers. Een reis door de tijd. Royal waiting rooms. A journey through time, 2013, pp. 52-61.
J. de Hoogh, H.A.C. Maas, E. van der Ham, ‘Renaissance’ van een koninklijk interieur. Interieurrestauratie koninklijke wachtkamer station Den Haag ‘Hollands Spoor’, Utrecht 2015.
www.koninklijkewachtkamers.ns.nl geraadpleegd op 19 mei 2018.
W. van Leeuwen en H. Romers, Een spoor van verbeelding. 150 jaar monumentale kunst en decoratie aan Nederlandse stationsgebouwen, 1988, pp. 36, 106-110.
H. Romers, Spoorwegarchitectuur in Nederland 1841-1938, 1981, pp. 156-161.
De Sluitsteen Jaarboek,14 (1998), pp. 41-51.
SteenhuisMeurs, Cultuurhistorische waardestelling station Den Haag HS, 2010.