Rijkswapen, provinciewapens en gemeentewapensStation Den Haag HS

De gevel en het interieur van het koninklijk paviljoen zijn rijk gedecoreerd met heraldiek, allegorische voorstellingen en spoorgerelateerde decoraties. In het trappenhuis bevinden zich drie vensters met glas-in-loodramen: een rondboogvenster met twee flankerende kleinere vensters. Ze zijn in 1891 gemaakt bij het Delftse Atelier ’t Prinsenhof van glazenier Jan Schouten, naar een ontwerp van Adolf le Comte. De vensters bevatten de provinciewapens, een aantal gemeentewapens en het Rijkswapen. 

De afgebeelde gemeentewapens zijn van de steden die aan de oude HIJSM-lijn lagen en zodoende een verbinding hadden met Den Haag. Alle wapens zijn gedekt met gouden kronen en voorzien van festoenen. Onder de wapens staat steeds de naam van de provincie of gemeente. De wapens van Rotterdam, ‘s-Gravenhage en Amsterdam worden gepresenteerd door drie schilddragers te midden van een architecturale aanduiding. De omlijstingen van de voorstellingen hebben neorenaissance motieven in de vorm van rolwerk. De afgebeelde oranjevruchten zijn een referentie aan het staatshoofd en onderstrepen het nationale belang van de spoorwegen Het raam is ondertekend met “Atelier van gebrand glas ’t Prinsenhof, J.L. Schouten” en, in ruitvorm, de initialen JS. 

Jan Schouten (1852-1937) was de oprichter van ’t Prinsenhof. Dit atelier restaureerde door het hele land veel glas-in-loodramen in grote kerken. Een belangrijke opdracht was de restauratie van de wereldberoemde Goudse Glazen in de Sint-Janskerk van Gouda. Behalve een restauratieatelier vervaardigde ’t Prinsenhof ook veel nieuwe ramen. Zo maakte Jan Schouten onder andere de glas-in-loodramen van het Vredespaleis in Den Haag en het Rijksmuseum in Amsterdam. ‘t Prinsenhof leverde verder de ramen van het Hoofdadministratiegebouw III van de Staatsspoorwegen in Utrecht dat beter bekend staat als de Inktpot (1921). Het atelier maakte ook de ramen van het stationsgebouw in Maastricht. Deze ramen zijn in de Tweede Wereldoorlog verloren gegaan. Het atelier van Jan Schouten was actief tussen 1891 tot 1951 en is vernoemd naar het eerste onderkomen op het gelijknamige adres in Delft.