Beelden van Jo Uiterwaal voor station Nijmegen

Station Nijmegen, ruiterbeeld
Station Nijmegen, fotograaf: Rob 't Hart

Door een Amerikaans bombardement op 22 februari 1944 raakte station Nijmegen met name aan de stadszijde zwaar beschadigd. Architect Sybold Van Ravesteyn kreeg de opdracht om de gehavende stationscomplexen in het zuiden van het land te herstellen.

Vanwege gebrek aan geld en bouwmaterialen werd ervoor gekozen om gebruik te maken van de fundamenten en gebouwrestanten, in plaats van voor nieuwbouw van het station.  Zo bleven na een ingrijpende renovatie enkele delen van het oude station bewaard. Hierdoor beschikt station Nijmegen twee gezichten. Aankomende reizigers zien op het zogenaamde perronplein de negentiende-eeuwse façade in neorenaissance stijl van architect Cornelis Hendrik Peters. Reizigers die vanuit de stad richting het station gaan, zien de architectuur van Van Ravesteyn. Op 1 juni 1954 werd het station officieel geopend.

Gevelbeelden

Aan de stadszijde liet Van Ravesteyn de gevels van het stationscomplex optrekken uit baksteen. Ze werden voorzien van beeldhouwwerk van Jo Uiterwaal. Uiterwaal maakte de beelden op aanwijzingen van Van Ravesteyn. Ze accentueren de gevels van de verschillende bouwvolumes van het station. De beelden symboliseren het optimisme van de wederopbouwperiode en verwijzen naar de omgeving van Nijmegen.
Voor de stationsgevel maakte Uiterwaal een beeldengroep met de titel Snelheid, Veiligheid en Dienstverlening. Het werd geplaatst boven de entree en, hoger op de dakrand, vergezeld door nog twee zandstenen beelden: Geloof en Wetenschap.

De klokkentoren

Van Ravesteyn ontwierp aan de stadszijde van station Nijmegen twee voorpleinen: één voor busverkeer aan de zuidzijde en één voor het overige verkeer voor de stationsentree. Op het scharnierpunt plaatste hij de toren die doet denken aan een Venetiaanse campanille. De gevel van de klokkentoren werd door Uiterwaal voorzien van drie reliëfs, waarin het thema Vrede is te herkennen. Voor de doorloop onder de toren maakte Charles Hammes in opdracht van de gemeenten een bronzen reliëf met als onderwerp de wederopbouw van de stad en het spoor.

Gevelgalerij

Het busplein wordt omlijst met een lange gevelgalerij bestaande uit bogen en gepaarde zuilen. Op de dakrand van het station – op de hoek van de coulissewand en de zuidvleugel – staan twee zandstenen beelden: Bos en Water.
De westelijke wand onttrekt het achterliggende spoorwegemplacement aan het oog. Deze gevelwand bevat een serie ruitvormige medaillons: geglazuurde keramische tegels met vijf verschillende voorstellingen. Architect Sybold van Ravesteyn nam de medaillons op in zijn stationsontwerp als een verwijzing naar de Italiaanse architectuur.
Het busplein wordt aan de zuidzijde afgebakend door een vrijstaande sierfaçade met bogen. Op de kop van de sierfaçade staat op een 30 meter hoge pyloon een ruiterstandbeeld van Jo Uiterwaal.

Sybold van Ravesteyn werkte ook voor ander wederopbouwstations samen met Jo Uiterwaal, waaronder de stations Roosendaal, Vlissingen en Gouda. Voor deze stations maakte Uiterwaal de beelden van chamotteklei: een goedkoper alternatief voor stenen beelden. De gevelbeelden in Nijmegen hakte hij uit zandsteen, het ruiterbeeld is gemaakt van beton.

Bronnen

Crimson Architectural Historians, Urban Fabric, De collectie bijzondere stationsgebouwen in Nederland, Rotterdam, 2009, p. 110.
W. van Leeuwen en H. Romers, Een spoor van verbeelding. 150 jaar monumentale kunst en decoratie aan Nederlandse stationsgebouwen, 1988, pp. 119-121.
SteenhuisMeurs, Cultuurhistorische waardestelling station Nijmegen, 2012.
SteenhuisMeurs, Station met twee gezichten. Station Nijmegen, artikel www.spoorbeeld.nl, 2012.