Snelheid, Veiligheid en DienstverleningStation Nijmegen

Jo Uiterwaal maakte een beeldengroep die boven de entree van station Nijmegen werd geplaatst. Het zandstenen beeld uit 1954 draagt de titel Snelheid, Veiligheid en Dienstverlening. Het toont drie vrouwfiguren die de personificaties vormen van de kernwaarden van het spoor.
De vrouw links heeft een duif die de vleugels uitslaat. Zij staat voor Snelheid. De middelste vrouwfiguur houdt een vogel beschermend in haar handen. Zij personifieert Veiligheid. De rechtervrouw houdt een wiel vast. Zij staat voor Dienstverlening.
Van het werk dat Uiterwaal in opdracht van architect Sybold van Ravesteyn voor de stations maakte zijn dit de meest gestileerde beelden. Uiterwaal richtte de gelaten bewust schuin omlaag: de beeldengroep zou van onderaf bekeken worden.

In 1973 werd de stationshal van Van Ravesteyn vervangen door een moderner en naar voren gewerkt bouwdeel met een breed bordes, ontworpen door W.M. Markenhof. Bij deze verbouwing is het beeld verplaatst. Het staat nu op een lage sokkel op het trottoir, ten zuiden van de entree van de stationshal. Bij de verbouwing in 2001, door Wienke Scheltens, is de ruimte achter het beeld - tussen de hal en de klokkentoren – ingevuld met winkel met glazen pui.

Oorspronkelijk stonden op de dakrand van de stationsgevel nog twee zandstenen beelden van Jo Uiterwaal: Geloof en Wetenschap. Zij zijn bij de verbouwing in 1973 overgebracht naar het spoorwegmuseum in Utrecht.

Johannes Wilhelmus (Jo) Uiterwaal (1897-1972) was de zoon van een houtsnijder. Hij kwam in de leer bij de Utrechtse beeldhouwer A.J. Dresmé die op zijn beurt leerling was van Joseph Mendes da Costa. Uiterwaal voerde ook werk uit van Mendes da Costa in het atelier van Dresmé. Samen met zijn broer Steph ging Jo naar de avondopleiding aan de Kunstnijverheidsschool in Utrecht. Zijn leraar daar was Willem van Leusden. Hij maakte in die periode kubistisch beeldhouwwerk en ontwierp met Gerrit Rietveld enkele meubels. In de crisisjaren verliet hij deze moderne stijl en stapte over naar een traditioneler figuratief werk. In 1933 ontmoette hij Van Ravesteyn. Sindsdien werkten ze veel samen. In de samenwerking vervulde Van Ravesteyn de hoofdrol: hij bepaalde waar welk beeld moest komen. Rond 1928-29 maakte Uiterwaal een serie beelden getiteld ‘Dansfiguren’. Het Centraal Museum in Utrecht heeft ze aangekocht. Het zijn sterk gestileerde, bijna abstracte figuren van hout, metaal en glas, elk ongeveer 40 centimeter hoogte. Niets in dit werk doet denken aan de beelden die hij maakte voor de Nederlandse stations. Het werk dat hij in opdracht maakte, was veel figuratiever en traditioneler dan zijn vrije werk. Ander werk van Uiterwaal is het Drama van Benschop: een oorlogsmonument uit 1945.

Bronnen

Crimson Architectural Historians, Urban Fabric, De collectie bijzondere stationsgebouwen in Nederland, Rotterdam, 2009, p. 110.
W. van Leeuwen en H. Romers, Een spoor van verbeelding. 150 jaar monumentale kunst en decoratie aan Nederlandse stationsgebouwen, 1988, pp. 119-121.
SteenhuisMeurs, Cultuurhistorische waardestelling station Nijmegen, 2012.