Reliëfs in de klokkentorenStation Nijmegen

Bij de wederopbouw van station Nijmegen in 1953 plaatste architect Van Ravesteyn een toren die doet denken aan een Venetiaanse campanille. De gevel van de klokkentoren bevatte oorspronkelijk drie reliëfs van Jo Uiterwaal, waarin het thema Vrede te herkennen is. De reliëfs bevonden zich boven de drie onderdoorgangen van de toren. Twee zijn nog altijd zichtbaar.

Aan de zuidgevel hangt een reliëf van een knielende man gekleed in een lendendoek. Voor hem draaft een klein paard. Het tweede reliëf aan de oostgevel stelt een knielende, halfnaakte vrouwfiguur voor. Ze heeft een toorts in haar rechterhand. Ze wendt haar hoofd af en kijkt naar haar opgeheven linkerhand. Het derde reliëf sierde oorspronkelijk de noordzijde van de klokkentoren. Het verbeeldde een knielende, halfnaakte vrouwfiguur met een vredesduif in haar handen. Dit reliëf is verwijderd.
In de doorloop onder de toren hangt een bronzen reliëf met als onderwerp: de wederopbouw van stad en spoor. Het is gemaakt door Charles Hammes in opdracht van de gemeente Nijmegen. 

Johannes Wilhelmus (Jo) Uiterwaal (1897-1972) was de zoon van een houtsnijder. Hij kwam in de leer bij de Utrechtse beeldhouwer A.J. Dresmé die op zijn beurt leerling was van Joseph Mendes da Costa. Uiterwaal voerde ook werk uit van Mendes da Costa in het atelier van Dresmé. Samen met zijn broer Steph ging Jo naar de avondopleiding aan de Kunstnijverheidsschool in Utrecht. Zijn leraar daar was Willem van Leusden. Hij maakte in die periode kubistisch beeldhouwwerk en ontwierp met Gerrit Rietveld enkele meubels. In de crisisjaren verliet hij deze moderne stijl en stapte over naar een traditioneler figuratief werk. In 1933 ontmoette hij Van Ravesteyn. Sindsdien werkten ze veel samen. In de samenwerking vervulde Van Ravesteyn de hoofdrol: hij bepaalde waar welk beeld moest komen. Rond 1928-29 maakte Uiterwaal een serie beelden getiteld ‘Dansfiguren’. Het Centraal Museum in Utrecht heeft ze aangekocht. Het zijn sterk gestileerde, bijna abstracte figuren van hout, metaal en glas, elk ongeveer 40 centimeter hoogte. Niets in dit werk doet denken aan de beelden die hij maakte voor de Nederlandse stations. Het werk dat hij in opdracht maakte, was veel figuratiever en traditioneler dan zijn vrije werk. Ander werk van Uiterwaal is het Drama van Benschop: een oorlogsmonument uit 1945.

Bronnen

Crimson Architectural Historians, Urban Fabric, De collectie bijzondere stationsgebouwen in Nederland, Rotterdam, 2009, p. 110.
W. van Leeuwen en H. Romers, Een spoor van verbeelding. 150 jaar monumentale kunst en decoratie aan Nederlandse stationsgebouwen, 1988, pp. 119-121.
SteenhuisMeurs, Cultuurhistorische waardestelling station Nijmegen, 2012.