Spoorwegen en overvloedige visvangstStation Vlissingen

Vlissingen werd in 1872 aangesloten op het spoornet. Twintig jaar later werd de spoorlijn naar het westen verlegd. Bij de haven werd een station gebouwd: het spoor sloot nu aan op de bootverbindingen naar Zeeuws-Vlaanderen, België en Engeland. In de Tweede Wereldoorlog ging het oude station deels verloren. Het station is in 1950 aangeheeld door Sybold van Ravesteyn. De gevels zijn verrijkt met chamotte beelden van Jo Uiterwaal. Ook zijn ze verbijzonderd met neo-barokke gevellijsten. Van Ravesteyn liet veel van zijn stations voorzien van werk van Uiterwaal.

Twee personificaties

De centrale gevel bevat aan weerszijden van de stationsklok twee beelden. Ze zijn symmetrisch aangebracht en vormen een twee-eenheid. De beelden staan op sokkels onder de halfronde daklijsten. De uitstekende daklijsten vormen nis boven de beelden. De beelden stellen twee vrouwen voor. 

Links boven de entree staat een beeld van een vrouw met een gevleugeld wiel in haar linkerhand. Het wiel is blauw geglazuurd. Een klein paard staat schuin achter haar. Ze is naakt en heeft gewaden over haar armen geslagen. Op het gewaad zit een bruin geglazuurd palmet: een ornament uit de klassieke oudheid. Het paard verwijst naar de oude tijd en het gevleugeld wiel naar de nieuwe, waarin de trein het paard verving. 

De vrouw rechts van de entree draagt de Hoorn des overvloeds in haar linkerhand. Ook zij is naakt. Op de draperie die over haar armen hangt, zit eveneens een palmet. Zij heeft een vis aan haar voeten. Zij is de personificatie van Overvloedige Visvangst. De visserij vormde een belangrijke bron van inkomsten in Vlissingen. De trein droeg bij aan een levendige en snelle (vis)handel met de rest van Nederland.

Daarnaast maakte Jo Uiterwaal ook een het beeld Landbouw en Spoorwegen, en het provinciewapen van Zeeland voor dit station. Hij vervaardigde de beelden in 1951 op aanwijzingen van Van Ravesteyn. Hij maakte ze van chamotteklei: een goedkoper alternatief voor gehakte natuurstenen beelden. Alle beelden zijn meer dan manshoog en roomkleurig geglazuurd. Ze werden gebakken bij de firma Kleiwarenindustrie St. Joris te Beesel en niet, zoals de meeste beelden van Uiterwaal, bij de firma Goedewaagen in Gouda. Een ander verschil is dat de beelden in Vlissingen in hun geheel zijn gebakken en niet in stukken die later weer aan elkaar gehecht werden. Daarmee werd afgeweken van het procedé dat Uiterwaal doorgaans volgde. Tot slot zijn de attributen van de Vlissingse beelden voorzien van rood, geel, bruin en blauw glazuur. Andere beelden van Uiterwaal op de stations van Van Ravesteyn zijn louter roomkleurig.

Jo Uiterwaal

Johannes Wilhelmus (Jo) Uiterwaal (1897-1972) was de zoon van een houtsnijder. Hij kwam in de leer bij de Utrechtse beeldhouwer A.J. Dresmé die op zijn beurt leerling was van Joseph Mendes da Costa. Uiterwaal voerde ook werk uit van Mendes da Costa in het atelier van Dresmé. Samen met zijn broer Steph ging Jo naar de avondopleiding aan de Kunstnijverheidsschool in Utrecht. Zijn leraar daar was Willem van Leusden. Hij maakte in die periode kubistisch beeldhouwwerk en ontwierp met Gerrit Rietveld enkele meubels. In de crisisjaren verliet hij deze moderne stijl en stapte over naar een traditioneler figuratief werk. In 1933 ontmoette hij Van Ravesteyn. Sindsdien werkten ze veel samen. In de samenwerking vervolgde Van Ravesteyn de hoofdrol: hij bepaalde waar welk beeld moest komen. Rond 1928-29 maakte Uiterwaal een serie beelden getiteld ‘Dansfiguren’. Het Centraal Museum in Utrecht heeft ze aangekocht. Het zijn sterk gestileerde, bijna abstracte figuren van hout, metaal en glas, elk ongeveer 40 centimeter hoogte. Niets in dit werk doet denken aan de beelden die hij maakte voor de Nederlandse stations. Het werk dat hij in opdracht maakte, was veel figuratiever en traditioneler dan zijn vrije werk. Ander werk van Uiterwaal is het Drama van Benschop: een oorlogsmonument uit 1945.

 

Bronnen

W. van Leeuwen en H. Romers, Een spoor van verbeelding. 150 jaar monumentale kunst en decoratie aan Nederlandse stationsgebouwen, 1988, pp. 132-133.
Broekhuizen, Cultuurhistorische waardestelling station Vlissingen, 2014.