Twee glaspanelenStation Dalfsen

In het kader van het kunstprogramma Kunstlijn zijn twee werken gerealiseerd die de architectuur en de landschappelijke ligging van station Dalfsen benadrukken. Een glazen tweeluik in de oostelijke zijgevel van Gerard Merz (1992) en de in 2000 geplaatste Zwevende kei van Bas Maters aan de andere kant van het station.

Het stationsgebouw van Dalfsen stamt uit 1902. Het is er één in een reeks die Eduard Cuypers – de neef van de beroemde architect Pierre Cuypers – bouwde voor de Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij (NOLS) als onderdeel van de lijn Zwolle-Ommen. Het gebouw is van het NOLS standaardtype klasse 2, net als Mariënberg, Ommen en Hardenberg. Onderling verschillen de stationsgebouwen op detailniveau. Station Dalfsen heeft een strenge gevelordening bestaande uit gevelbetimmering en drie speklagen: lagen van lichtgele verblendstenen in roodgebakken bakstenen gevels. 

Deze opmerkelijke gevelopbouw vormde de inspiratiebron voor een glazen tweeluik voor de oostelijke zijgevel. Het kunstwerk is van de hand van Gerhard Merz. Hij maakte het in 1992. Merz’ vierkante tweeluik meet 150 bij 150 centimeter en bestaat uit twee panelen van melkwit gezandstraald glas. De panelen accentueren het ritme en de maatvoering van de bestaande architectuur. De panelen bevinden zich recht onder de bestaande uitsparingen die in de gevelbetimmering zijn geplaatst. De uitsparingen hebben dezelfde breedte. De glazen panelen lijken uit de gevelbetimmering te zijn geknipt waarna ze zijn afgedaald langs de gevel.

Gerard Merz (1947) studeerde aan de Akademie der Bildenden Künste in München. Aanvankelijk maakte hij expressieve schilderkunst. Met de tijd werd zijn werk rationeler, minimalistischer en conceptueler. Met zijn archipittura richtte hij zich rond 1990 op strikte mathematische en geometrische principes als uitgangspunt voor zijn werk. Kunst is voor Merz allerminst een middel voor zelfexpressie. Hij noemt zijn kunst ‘archipittura’. Deze term grijpt terug op een Italiaanse stroming in de jaren ’30: schilders als Mario Radice en Manlio Rho maakten in Como abstract geometrische wandschilderingen die met grote precisie werden afgestemd op de architectuur. Merz integreert zijn werk op vergelijkbare wijze. Hij werkt veel met glas en metaal. Met zijn solotentoonstelling ‘archipittura: De ordine geometrica refereerde hij aan mathematische principes van De Stijl en Spinoza.

Kunstlijn, kunstwegen

In 1989 startte NS, die dat jaar het 150-jarig bestaan van het Nederlandse spoor vierde, een samenwerkingsverband met de Stichting Beeldenroute Overijssel en de Tentoonstellingsdienst Overijssel. Er werd een kunstroute ingericht met kunstwerken op en rond stations langs de spoorlijn Zwolle-Emmen. Aanvankelijk kreeg het initiatief de naam Kunstlijn. Het project werd aangekondigd als ‘het meest langgerekte openlucht-kunstmuseum’. De kunst die in en rond de elf stations tussen Zwolle en Emmen werd gerealiseerd diende onder meer het kunsttoerisme per trein te bevorderen. 

Rondom de stations Zwolle, Ommen, Mariënberg, Hardenberg en Gramsbergen zijn ook kunstwerken te vinden van David Kessler, Jan van Munster, Alwie Oude Aarninkhof, Joseph Kosuth, Rien Monshouwer, Lawrence Weiner, Nan Hoover, Tine van de Weyer en Braco Dimitrijević.

In 2000 werd Kunstlijn voortgezet in het project Kunstwegen. Kunstwegen strekt zich uit van Zwolle tot Nordhorn, Duitsland. Stichting Kunstwegen sloot een Europees samenwerkingsverband met Duitse overheden en culturele instellingen. Inmiddels maken aan Nederlandse zijde ruim 75 kunstwerken onderdeel uit van de 132 kilometer lange route. Nog altijd wordt de route uitgebreid met nieuwe aanwinsten en initiatieven. In Gramsbergen is een informatiecentrum gevestigd. 

 

Bronnen

H. Meutgeert, ‘Beelden vanuit de trein’, Leidsch Dagblad, 22 juni 1989.
De Volkskrant, 21 juni 1989.
www.kunstwegen.nl, op 24 april 2018.
D. Pieters, ‘Kunsttoerist dwalend langs het spoor. Manifestatie: Kunstlijn Zwolle-Emmen‘, NRC, 5 juli 1991.
www.buitenbeeldinbeeld.nl, op 10 mei 2018.
www.depont.nl, op 30 april 2018.
MonumentenAdviesBureau, Cultuurhistorische waardestelling Station Dalfsen, 2014.