Station Vlissingen

Station Vlissingen is onderdeel van De Collectie. Op basis van de afspraken tussen NS en ProRail is op dit station een cultuurhistorische waardestelling van toepassing. Lees onderstaand de algemene omschrijving van het station uit de publikatie De Collectie van 2008.

Station Vlissingen is een kopstation en als volgt ingedeeld: de hoofdentree van het station biedt toegang tot de ontvangsthal met aan de rechterzijde een klein plaatskaartenkantoor, de bagageafhandeling en daarachter in de rechtervleugel de (voormalige) wachtruimtes, waarvan één dubbele als restauratie. Vanuit de ontvangsthal bieden twee deuren direct toegang tot de perrons. In de rechtervleugel van het gebouw, het dichtst bij de aanlandsteigers van de veerdienst, heeft Van Ravesteyn specifiek voor de veerreizigers een extra entree gemaakt. Aan de westzijde van het stationsgebouw bevinden zich aan het einde van het dwarsperron een losstaande fietsenstalling en een dienstgebouw. 

Het stationsgebouw is uitgevoerd in de op de Italiaanse barok geïnspireerde stijl die het werk van Van Ravesteyn vanaf de jaren dertig kenmerkte, met veel nadruk op decoratieve elementen en gesloten ruimtes. Op de hal is een plat dak gecombineerd met twee tondakconstructies dwars op de gevel, die het geheel een monumentaal aanzien geven. Onder het ene tondak bevinden zich de hoofdentree en de ontvangsthal, onder het andere de restauratie. Ook de raamomlijstingen, pilasters en schijngevels aan de zijkanten van het gebouw geven het station een monumentaal karakter. Zoals in Van Ravesteyns eerdere stationsgebouwen voor Gouda (gesloopt) en Roosendaal, accentueren ook in Vlissingen beeldhouwwerken en ornamenten van Jo Uiterwaal (1897-1972) op belangrijke punten de architectuur van het gebouw. In Vlissingen experimenteerde Van Ravesteyn voor de eerste maal met polychrome beelden als complement van zijn betonnen en bakstenen architectuur.