Station Overveen

Station Overveen is onderdeel van De Collectie. Op basis van de afspraken tussen NS en ProRail is op dit station een cultuurhistorische waardestelling van toepassing. Lees onderstaand de algemene omschrijving van het station uit de publicatie De Collectie van 2008.

Zandvoort ontwikkelde zich in de negentiende eeuw veel langzamer tot badplaats dan bijvoorbeeld Scheveningen. De slechte bereikbaarheid van het dorp was hier debet aan. De Duitse broers Elzbacher zagen in Zandvoort een ideale badplaats voor Amsterdammers en investeerden samen met E.J.J. Kuinders in de aanleg van een spoorlijn tussen Haarlem en Zandvoort. Hun Haarlem- Zandvoort Spoorwegmaatschappij werd in 1880 opgericht. Langs de spoorlijn kwamen drie stations. De houten stations Haarlem- Bolwerk en Zandvoort waren een kort leven beschoren. Het bakstenen station Overveen bleef bewaard. Het station herinnert aan de ontsluiting van de kust voor het toerisme en de opkomst van het forensisme.

Het spoortracé maakt tussen Overveen en Zandvoort een ruime bocht, terwijl een recht tracé veel efficiënter geweest zou zijn. Deze bocht is het gevolg van een onteigeningskwestie. De eigenaar van het landgoed Belvédère, de Amsterdamse handelaar Borski, wilde geen spoorlijn over zijn land en weigerde grond te verkopen. Volgens de overlevering zou Borski overstag zijn gegaan nadat hem een privé-toegang en een eigen wachtkamer in het station Overveen waren toegezegd. Nog steeds is het landgoed Belvédère een belangrijk element in de omgeving van het station. Met de opening van de spoorlijn kwam een stroom strandgangers naar Zandvoort op gang. Overveen, eerst een onbetekenend dorp, werd aantrekkelijk als woonplaats voor forenzen naar Haarlem en Amsterdam. Vanaf het eind van de negentiende eeuw ontstond bij het station een villagebied dat zich uitstrekte tot de Hoge Duin en Daalseweg en voorbij de Bloemendaalseweg.

Station Overveen ligt op de duinrand. Om de spoorlijn niet te stijl te maken, is het tracé als het ware door de duinen gesneden. Bij het station is goed te zien hoe het spoor, de perrons en het stationsgebouw verdiept liggen ten opzichte van hun omgeving. De spoorzone is een landschappelijke buffer geworden tussen het landgoed aan de zuidkant en de villawijk aan de noordkant. Het station heeft twee verdiepingen en een rechthoekige grondvorm, zonder vleugels of andere aanbouwen. Wel is op het perron een houten serre aangebouwd. De gevels zijn van rode baksteen, versierd met horizontale banden van gele baksteen. Op de begane grond waren de wachtruimten, kaartverkoop en een restauratie; erboven twee woningen. Opvallend is de grote fietsenstalling en de aparte bagageruimte, die nodig was vanwege alle fietstochten in het duingebied. Het perron is nog steeds in gebruik, maar het station zelf is veranderd in lunchcafé, goederenloods en tandartspraktijk.