Station Naarden-Bussum

Station Naarden-Bussum is onderdeel van De Collectie. Op basis van de afspraken tussen NS en ProRail is op dit station een cultuurhistorische waardestelling van toepassing. Lees onderstaand de algemene omschrijving van het station uit de publicatie De Collectie van 2008.

De Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij breidde van 1874 tot 1876 haar spoorwegennet uit met de spoorlijn Amsterdam- Zutphen. Het spoortracé liep tussen het vestingstadje Naarden en het dorp Bussum door, zodat een station tussen beide gemeenten in werd gebouwd. De spoorverbinding met Amsterdam leidde in het Gooi tot een forse bevolkingstoename. Het Gooi veranderde van een bestemming voor toeristische uitstapjes in een forenzenstreek, waar de stedelingen zich permanent vestigden. In de directe omgeving van station Naarden-Bussum ontstonden rond 1900 uitgestrekte villawijken. Deze ontwikkeling ging zo snel dat de bevolking van Bussum vertwaalfvoudigde tussen 1875 en 1914. In dat jaar werd besloten tot de bouw van een nieuw station en werd het oude station gesloopt. Binnen drie jaar waren het perrongebouw, met wacht- en dienstruimten, de ijzeren perronoverkapping en de voetgangerstunnel onder het spoor voltooid. Het stationsgebouw was pas in 1928 gereed, naar een ontwerp van H.G.J. Schelling.

Schelling werkte tijdens het interbellum zowel voor de Staatsspoorwegen als de HIJSM en werd na de fusie van beide maatschappijen in 1938 NS-bouwmeester, verantwoordelijk voor Noord-Nederland. De eerste stations die hij zelfstandig ontwierp, weken af van de standaard stationstypologie. Schelling construeerde asymmetrische stations uit rechthoekige bouwvolumes met platte daken, uitgevoerd in staal en metselwerk, voor Sittard (1923, gesloopt) en Naarden-Bussum. De vorm leek hij te ontlenen aan de reeks onderstations (gebouwen voor de elektriciteitsvoorziening voor het spoornetwerk) die hij eerder ontwierp.

Station Naarden-Bussum is opgetrokken uit baksteen, in een Noors verband. De hoeken en gevelopeningen zijn benadrukt door de toepassing van bijzondere bakstenen en metselverbanden. De vensters zijn alle op dezelfde manier vormgegeven met een nadrukkelijke roedeverdeling en blauwgeverfd staal. Het station combineerde een treinstation en een tramhalte voor de Gooische Tram naar Huizen (tot 1958 in gebruik). Net als later bij het station Amsterdam Amstel (1939) organiseerde Schelling de reizigersstromen rond een monumentale hal met loketten en een kiosk. Dit is een hoge ruimte met glas-in-loodramen en geglazuurde bakstenen in allerlei kleuren. Ook de tunnel naar het perron is hiermee bekleed. De luxe en de verzorgde architectuur is overal in het station terug te vinden. Schelling maakte van station Naarden- Bussum een foyer voor de villawijk. Nog steeds is de sfeer van het lommerrijke wonen al op het in 1914 aangelegde Stationsplein te proeven.