Station Maastricht

Station Maastricht is onderdeel van De Collectie. Op basis van de afspraken tussen NS en ProRail is op dit station een cultuurhistorische waardestelling van toepassing. Lees onderstaand de algemene omschrijving van het station uit de publicatie De Collectie van 2008.

De eerste spoorlijnen uit Maastricht liepen naar Duitsland en België. Al in 1853 bestond er een spoorverbinding met Aken, gevolgd door lijnen naar Hasselt en Luik in respectievelijk 1856 en 1861. Pas na de oprichting van de Staatsspoorwegen werd Maastricht per spoor aangesloten op de rest van Nederland. De eerste trein reed in 1865 over Staatslijn e naar Breda. Gelijk met de aanleg van de staatslijn werd een station gebouwd in Maastricht. Het was van hout, vanwege de ligging in het schootsveld van de verdedigingswerken rond Maastricht. Na de afkondiging van de Vestingwet in 1874 verviel de militaire functie van de vestingen en konden de houten stations worden vervangen. Maastricht was een van de laatste steden waar dat gebeurde, in 1913. G.W. van Heukelom maakte het ontwerp voor het station, dat groter van schaal en ingewikkelder van opzet was dan zijn andere stationsontwerpen. Het was zowel het eindstation van de lijn uit Hasselt als een stopplaats op de lijnen naar Eindhoven en Luik. Een deel van het station is ingericht als een kopstation.

Het station is een groot monumentaal gebouw dat afwijkt van de gebruikelijke stationstypologie. Het is geen symmetrisch volume met lange zijvleugels, maar een reeks van gemetselde gebouwen van verschillende afmetingen, die in een vrije compositie aaneen zijn gesmeed. Het station staat in de as van de route over de Sint Servaasbrug naar de binnenstad, maar richt zich bovendien op een stationsplein aan de zijkant. De blikvangers in de compositie zijn een hoge toren en de stationshal, van buiten herkenbaar aan de grote ramen. Het interieur van de hal is tot in details verzorgd, met tegeltableaus en prachtige materialen. De oorspronkelijke glas-inloodramen van Jan Schoute (1853-1937) zijn verwoest tijdens de Tweede Wereldoorlog en vervangen door nieuwe ramen van de Limburgse kunstenaar Charles Eyck (1897-1983). Vergeleken met de kleinere stations in Limburg valt op dat Van Heukelom in Maastricht geen Limburgse motieven gebruikte, maar koos voor het oud-Hollands van baksteen, trapgevels en kruiskozijnen. Van opzij gezien is station Maastricht, ondanks alle langskappen, het meest Hollandse station van Nederland. Als zodanig symboliseert het meer dan alleen de aanwezigheid van het spoorwegbedrijf in Maastricht.

Voor het huidig gebruik voldoet het oude station niet meer zo goed. De treinen zijn te lang geworden en de reizigersstromen te groot. Net als in Groningen liggen de perrons naast het station in plaats van erachter. De passagiers komen via de busterminal de stad binnen en niet meer via de vorstelijke stationshal. Het geeft het gevoel om honderd meter voor de bestemming gestrand te zijn.