Station Bussum Zuid

Station Bussum-Zuid is onderdeel van De Collectie, tevens behoort het tot een reeks standaardstations. Op basis van de afspraken tussen NS en ProRail is op dit station een cultuurhistorische waardestelling van toepassing. Lees onderstaand de algemene omschrijving van het station uit de publicatie De Collectie van 2008.

Ingenieur C. Douma, hoofdarchitect van NS van 1975-1997, was halverwege de jaren vijftig al verantwoordelijk voor een verregaande versobering in de stationsarchitectuur. Samen met architect W.B. Kloos ontwierp hij verschillende reeksen standaardstations, waaronder het prototype Vierlingsbeek (zie Almelo de Riet), die met enige variatie en aanpassingen in het hele land werden toegepast. Ruim een decennium later, in de periode 1968-1975, gaf Douma opnieuw leiding aan een versoberingsgolf, die ditmaal nog drastischer werd doorgezet dan in de jaren vijftig. Het leidde tot een serie standaardstations met een minimum aan programma en details. Station Bussum Zuid behoort tot deze laatste generatie standaardstations.

Bussum Zuid vertegenwoordigt een opvallend standaardstation van Douma dat tussen 1968 en 1975 door het hele land zestien keer herhaald werd, meestal als een zogenaamd voorstadstation. Een aantal van deze stationnetjes is inmiddels vervangen en gesloopt en slechts enkele van de overgebleven gebouwtjes functioneren nog steeds als wachtruimte voor de reiziger. De kaartverkoop is overal overgenomen door automaten. Dit stationstype kreeg in NS-kringen de naam ‘Zeskant’, vernoemd naar de zeshoekige plattegrond, maar in de volksmond staat het type bekend als sextant. Douma koos bewust voor de uitzonderlijke vorm van een zeshoek omdat het gebouwtje daarmee, naar eigen zeggen, richtingloos was, een voordeel gezien het feit dat het gebouwtje in elke willekeurige omgeving geplaatst moest kunnen worden. De Zeskant was niet meer dan een kiosk waar de reiziger een kaartje kon kopen en beschut kon wachten op de trein. De plattegrond van het stationnetje is uiterst eenvoudig en bestaat uit drie aparte zones: een wachtruimte met enkele kuipstoeltjes en twee loketten waarachter zich het bescheiden plaatskaartenkantoor bevond en een voor het publiek afgesloten dienstruimte. De constructie en het materiaalgebruik van het gebouwtje zijn eveneens van een grote eenvoud. De puien zijn vrijwel volledig van glas, waardoor zo veel mogelijk licht de ruimte invalt. Enige opsmuk kan gevonden worden in de zeshoekige tegeltjes waarmee de vloer is bedekt. De brede dakranden van het gebouwtje lieten toe dat er een klok of vignet aangebracht kon worden.

Andere locaties: BeekElsloo, Diemen, Eindhoven Beukenlaan, Haren, Susteren, Tilburg West.