Station Arnhem Velperpoort

Station Arnhem Velperpoort  is onderdeel van De Collectie. Op basis van de afspraken tussen NS en ProRail is op dit station een cultuurhistorische waardestelling van toepassing. Lees onderstaand de algemene omschrijving van het station uit de publicatie De Collectie van 2008.

Station Arnhem Velperpoort werd gebouwd toen de lijn van Arnhem richting Zutphen in 1953 geëlektrificeerd werd. De halte bevindt zich bij de Velperpoort, een doorgang onder het spoor van een belangrijke verkeersader richting Velp. Het belangrijkste gegeven in dit project is het hoogteverschil van 5 meter dat overbrugd moest worden tussen straat- en perronniveau. Hoofdarchitect van NS K. van der Gaast loste dit probleem op door middel van een modernistisch en elegant zwevend gebouwtje. Het stationnetje werd als het ware aan de bestaande keermuur van de spoordijk gehangen en rust verder op twee ranke kolommen. Het plaatskaartenkantoor en een wachtruimte bevinden zich in een rechthoekig volume dat haaks op het spoor is gezet. Een gedeeltelijk vrij zwevende trap slingert tussen de kolommen van straatniveau omhoog en komt uit op het balkon rond het gebouw.
Het bouwwerk is geconstrueerd door middel van een gewapendbetonskelet: een eenvoudig raamwerk van vier kruisende balken rust op de kolommen en draagt de betonnen vloerplaat. Deze constructie herhaalt zich in het dak. Vloer en dak hebben dezelfde vorm: rechthoekig met afgeronde hoeken. De balies en wachtkamer zijn tussen deze twee identieke platen gesandwicht. De puien van het gebouwtje zijn van hout en glas en aan de perronzijde bevinden zich in een met gele verblendsteen gemetseld deel een toilet en een kast voor het personeel. Van der Gaast neemt hier het materiaal van de keermuur over die in sierverband met rasterpatroon is bekleed. Aan de keermuur zijn ter hoogte van het trapbordes, dat net als de trappen en het balkon is afgewerkt met kristalliet, een vitrine en de dienstregeling bevestigd. Veel zorg is besteed aan de afwerking van het gebouw. De in het zicht blijvende betonvlakken zijn driemaal behandeld met chloorrubber verf. Er werd een uitgebalanceerd kleurengamma uitgekozen voor de verschillende materialen: het kristalliet was lichtgroen, de kolommen waren zwart, de onderkanten van het balkon en de luifels wit, de houten puien lichtgeel met witte glaslatten en steenrode panelen, de deuren van blank eiken met beslag van geelkoper, de hekwerken lichtgeel en de leuningen van naturel geanodiseerd aluminium. De kleurstelling is niet meer helemaal origineel, maar ondanks de functieverandering van het gebouw – het wordt momenteel als kantoorruimte verhuurd aan derden – is de essentie van Van der Gaasts ontwerp nog steeds goed zichtbaar.

Haltegebouw uit 1988 In de jaren tachtig was het verkeer op de Velperweg en door de Velperpoort zo toegenomen dat de gemeente besloot een nieuwe tunnel voor langzaam verkeer aan te leggen onder de spoorbaan. Deze gelegenheid werd door NS aangegrepen om een nieuwe entree naar de perrons te maken om de halte beter bereikbaar te maken voor de grote groep reizigers die onder forenzen, scholieren en winkelend publiek getrokken werd. Dit betekende dat 70 meter ten westen van het gebouwtje van Van der Gaast een nieuw entreegebouw gerealiseerd werd naar een ontwerp van R.M.J.A. Steenhuis. Ondanks eenzelfde soort opgave leveren de twee gebouwtjes een interessant contrast op tussen de modernistische stijl van Van der Gaast en de postmodernistische stijl die Steenhuis hier toepaste. De gebouwtjes vertonen echter ook overeenkomsten; het zijn beide follie-achtige bouwwerken waarbij de bijzondere opgave uitgangspunt was voor een ongewone vorm en architectuur.

Terwijl Van der Gaast zijn halte aan de spoordijk hing als een soort zwaluwnest, koos Steenhuis voor een entreegebouw naast het talud. Deze werd vervolgens via een glazen luchtbrug verbonden met het perron. Het gebouw bestaat uit een betonnen tafelconstructie waarin de verschillende functies in afzonderlijke volumes zijn gehangen. Op de begane grond herbergt een halfrond volume het plaatskaartenkantoor, daarboven bevindt zich het open bordes van de trap in een amorf vloeiend volume tegen een losse achterwand. Deze is met een rasterpatroon van zwarte en turkooizen tegels bekleed. Beide ronde volumes zelf zijn bekleed met blauwgrijze mozaïeksteentjes. Boven in de structuur hangen twee felrode metalen dozen waarin het ketelhuis en de schakelkasten zijn ondergebracht. De voetbrug bestaat uit beglaasde gele vakwerkliggers. Aan de andere zijde van het spoor leidt een trap van het straatniveau naar het tweede perron. Op de perrons stulpen markante luifels boven de tunnelmonden uit in driehoekige wachtkamers. Opvallende luifels die worden gedragen door zwartgeverfde ronde kolommen van metaal en aan de voet voorzien zijn van twee losse turkooizen profielen of ribbels, maken hier het speelse en kleurrijke beeld van de architectuur af.