Waar wachten we nog?

Beste Spoordenkers en Stationsfanaten,

Ik werd gevraagd door Bert en Eric om in een column aan u mijn persoonlijke betrokkenheid tegenover het onderwerp van vandaag te uiten. En aangezien niemand Bert iets durft te weigeren, heb ik dat ook gedaan. 

Ik begin mijn column met twee anekdotes:

Anekdote 1 

Ik ben zeventien jaar, we zijn met de Scouts op kamp geweest in de Ardennen en komen terug met de laatste trein maar door hevige sneeuwval gaat de trein niet en zitten we vast op een klein Ardens stationnetje. In dat stationnetje staat welgeteld één automaat met snoep en fris die door ons, 27 hongerige, zwaar vermoeide pubers, als een leger honingzoekende bijen bestormd wordt. De twintig andere wachtenden kijken beteuterd naar de lege schappen. Ook zij hebben geen laatste trein meer, ook zij weten niet goed wat nu te doen. Ook zij hebben honger. Onder de hen zitten twee gezinnen met kinderen, enkele heren in pak, drie vriendinnen van veertig plus, een paar enkelingen van allerlei afkomst en twee daklozen die daar blijkbaar elke avond slapen en nu een beetje moeilijk kijken naar de invasie van onrust. 

Na de eerste consternatie dat de trein niet rijdt en dat we daar de komende zes uur zullen moet doorbrengen in het kleine stationshalletje, besluiten we met zijn allen er dan maar het beste van te maken. De veroverde snoep en fris wordt gedeeld met de twintig vreemden, een gitaar wordt bovengehaald, een van de enkelingen tovert een mondharmonica uit zijn binnenzak, en na een paar uur zingen, verhalen delen en soms te luid roepen, valt iedereen ergens in het stationnetje in slaap. De volgende ochtend staat er een vermoeide maar verbroederde groep van 47 mensen klaar voor de eerste trein naar huis.

Anekdote 2 

Het is vorig jaar vlak voor kerst en ik wil nog vlug een paar cadeaus kopen voor ik naar België ga. Ik had een meeting achter Utrecht Centraal dus ik denk: Vernieuwd station vol winkels, ik ga daarheen. Kom ik aan in de prachtige inkomhal, zie ik een zee van mogelijkheden, eten, drinken, boeken, zeep, noem maar op, ik ren erheen en BOEM... zo tegen een poortje aan. Blijkt dat je een kaart nodig hebt om binnen te mogen en dat op die kaart minstens 20 euro moet staan. Hè? denk ik. Wat is dit nu? Naast mij staat een dakloze man te glimlachen, ‘’Nee jongen, het is hier nog enkel voor de rijken.’’ Ik loop weg, te verbouwereerd om dat ene poortje dat voorlopig nog wel openstaat op te merken.  Dan maar geen cadeaus mompel ik. 

Beste aanwezige spoorminnaars, de echte vraag vandaag is wat mij betreft: is een station enkel een openbare ruimte of is het ook een publieke plek? 

Hoogleraar Maarten Hajer spreek over een openbare ruimte als een plek met een openbare functie, zoals een station dat bijvoorbeeld heeft. De openbare functie om mensen te brengen van A naar B. 

En een publieke plek zegt hij, is een plek waar verschillende mensen elkaar tegen komen en waar er ondanks de verschillen, daadwerkelijk een dialoog ontstaat. Een publieke plek, zegt hij, is een plek waar ontmoeting is. 

Ontmoeting. Dat vind ik een heerlijk woord. Toch?  Vooral met een streepje tussen. Ont-moeting. Een moment waarbij ik mezelf, een ander of de wereld 'Niet Moet'. Een publieke plek is plek waar je jezelf, de ander of de wereld kunt 'Niet Moeten'. 

En de vraag nu is: is een hedendaags Nederlands station naast een openbare ook een publieke plek? 

Het was het absoluut zo, vroeger. Iedereen kon er komen en kwam er ook. En het is op vele plekken in het land nu nog steeds zo, maar het is veel en steeds minder vaak zo. Het station als een plek van 'Niet Moeten' voor iedereen, wordt steeds vaker een plek van Wel Moeten en voor een steeds kleinere groep. 

Voor mij is de kracht van een station dat het een plek is waar heel veel mensen van diverse achtergrond en sociale status, bij elkaar komen wachten. Echt. In een station wacht je samen. Het gebeurt immers bijna nooit dat je het zo timet dat je het station in 1 keer binnen loopt en gelijk hup zo de trein instapt. En zelfs al time je het perfect dan nog zorgt het Lot of het weer of een blaadje er wel voor dat de trein later of niet rijdt zodat je wel MOET wachten. Heerlijk! 

Want in dat wachten, in die gedeelde tussentijd ontstaan de echte ont-moetingen. Ondanks de mobieltjes en internet en koptelefoons en andere afzonderingsmogelijkheden ontstaan momenten van contact met anderen die niet zijn zoals jij. WAW. Mensen die niet zijn zoals jij! Ja. Op social media of op je werk kom je die steeds minder tegen maar op stations in die Wacht-tijd word je er mee geconfronteerd: er zijn mensen in jouw stad die anders zijn dan jij en die wachten ook. 

BOEM: samenleving. 

Lang Leve het wachten. Het wachten zorgt voor verbroedering, voor contact, voor kijken, voor zijn en zo oprechte ont-moetingen. En dat doen jullie geniaal goed, NS en Prorail. Echt! Ik ben ervan overtuigd dat jullie soms expres vertragingen of ‘’sneeuwproblemen’’ of ‘’stormuitval’’ faken, puur en alleen zodat mensen elkaar zouden zien en spreken en delen dat ze het ook niet weten. Echt. Waw! 

Want niemand weet het. Toch. Niemand, ook hier weet wat de goed of fout is? Hoe het Moet of Niet? Waarom we hier zijn of waar we heen gaan! We weten het niet. Hoe verschillend we ook zijn van elkaar. We weten het niet. En dat niet weten kunnen delen is de kern van het ont-moeten. ‘’We zijn hier allen en we weten het niet maar de ander ook niet dus zijn we verbonden hoe verschillend we ook lijken.’’ 

Samen wachten zorgt voor echte ontmoetingen. Momenten waar je het niet weten even deelt met anderen dan jij.  Samen wachten is levensnoodzakelijk om als samenleving gezond te blijven. En de plekken waar dat kan zijn dan ook essentieel. Dus Lieve NS en Prorail, dank voor alle ‘’vertragingen’’ en ‘’storingen’’ en Wachten. Oprecht dank. 

Maar niet dank voor een tendens die ik zie opkomen waarbij, kostendrukking, dataverwerking en verhoogde controlesystemen in naam van ‘’de veiligheid en efficiëntie’’ het publieke karakter van een station steeds meer wegdrukken. De poortjes staan symbool voor een systeem dat het gevaar heeft om te gaan selecteren wie erbij hoort en wie niet. Een systeem dat het moeten prefereert boven de ont-moeting en dat wachtenden herleidt tot consumerende datafabriekjes die allemaal op elkaar gaan lijken. Je verliest dan zowel het wachten, als de ander. 

En ik begrijp absoluut de noodzaak om een financieel gezond en efficiënt bedrijf te runnen, Absoluut, ben ik ook voor; maar als we alle publieke plekken herleiden tot enkel de openbare functie, dan verliezen we het menselijke. Omdat we dan geen ruimte meer hebben waarbij we de ander mogen tegen komen. Geen ruimte om de andere te ont-moeten. Geen ruimte om niet weten te kunnen delen met die ander. 

Beste Spoorenthousiasten en Anderen, hier vandaag aanwezig. Zorg er alsjeblieft voor dat wij zo efficiënt en veilig en financieel gezond van A naar B kunnen gaan in dit land en dat terwijl wij dit doen, wij af en toe met zijn allen de ruimte kunnen blijven hebben om het samen even niet te weten. 

Dank,

Lucas De Man