Vijf speerpunten voor 2018–2020

Inleiding

Sinds 1 januari 2018 zit ik anders in de trein en wandel ik anders door de stations. Als verwende Nederlander nam ik het hoge niveau waarop het openbaar vervoer over het spoor in ons land is georganiseerd en gehuisvest lang voor lief. Nu zit ik als Spoor­bouwmeester ineens midden in de timmerwinkel. Ik kijk ik mee achter de schermen van de ‘spoorse’ werkelijkheid en de wijze waarop de vrijwel permanente verbouwing van sporen en stations verloopt.

Mijn achtergrond is de regionale landschapsarchitectuur. Die ervaring gaat me zeker helpen nu NS en ProRail meer aandacht willen gaan schenken aan de ruimtelijke én de maatschappelijke omgeving van spoor en station. De afgelopen vijftien jaar heb ik veel verschillende overheidsinstanties ondersteund met het voorbereiden, aanbesteden en uitvoeren van publieke werken. Denk aan de revitalisering van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, aan de update van de Afsluitdijk en aan de realisatie van het programma Ruimte voor de Rivier. De vraag hoe de ruimtelijke kwaliteit kan profiteren van de publieke investering stond steeds centraal. Mijn blik is gericht op de publieke zaak, met interesse voor bovenlokale verbanden en op zoek naar contextuele, specifieke oplossingen. Daar zult u de komende jaren de toegevoegde waarde gaan herkennen van Bureau Spoor­bouwmeester.

Bureau Spoor­bouwmeester bestaat uit een compact team van zeer goed ingewerkte architecten, vormgevers en ondersteuners. Zij werken aan de ontwikkeling en de toepassing van het Spoorbeeld: het gemeenschappelijk kompas voor de ordening, inrichting en vormgeving van alle voorzieningen die samenhangen met excellent openbaar vervoer. Ontwerpkracht op verschillende schaalniveaus is ons professionele gereedschap: van interieur en exterieur tot gebouw, stad en landschap.  We leggen het verband tussen de opgaven voor het spoor en de ruimtelijke kenmerken, kansen en beperkingen in gebieden, locaties en gebouwen.

Na een half jaar rondkijken in de twee organisaties; na een groot aantal kennismakingen met mensen binnen en buiten de spoorse partijen; na een blik op de agenda van NS en ProRail; na een reflectie op de positie van Bureau Spoor­bouwmeester en de inspanningen van voorgangers en met inachtneming van de ambitie van het bureau om een onderscheidende bijdrage te leveren aan de kwaliteit van het reizen over het spoor, kom ik tot vijf speerpunten – prioritaire aandachtsvelden – voor de komende drie jaar.

Verbindend motief tussen de speerpunten is het streven naar omgevingskwaliteit: een begrip dat door de introductie van de Omgevingswet centraal is komen te staan in het ruimtelijke beleid en dat inhoudelijk de wind mee heeft gekregen. Omgevingskwaliteit koppelt het belang van een goed geordende, doelmatig ingerichte en zorgvuldig vormgegeven leefomgeving met noties van humane gezondheid, duurzaam bouwen en beheren, biodiversiteit, erfgoedbescherming en milieukwaliteit.

Omgevingskwaliteit agendeert daarnaast de projectie van ruimtelijke programma’s en projecten in een maatschappelijke context waarin bestaande waarden het ‘op moeten nemen tegen’ toe te voegen waarde. De Omgevingswet legt – veel meer dan voorheen – grote verantwoordelijkheid bij lokale belanghebbenden in de samenleving bij het vinden van aanvaardbare oplossingen voor fysiek-ruimtelijke opgaven. De verplichtingen om in een vroege fase van planvorming heldere kaders te verschaffen en de bevoegdheden om besluiten te nemen, worden beide verlegd naar het lokaal openbaar bestuur. Omgevingsbeleid, gebiedsontwikkeling en projectontwikkeling worden meer en meer een gezelschapsspel met veel spelers, waarin ruimtelijke onderhandeling de toon zet.

Speerpunt Duurzaamheid

Het verlangen naar duurzame, houdbare oplossingen voor de opgaven en het takenpakket van NS en ProRail staat hoog op de agenda. Het streven naar duurzaamheid in de spoorse wereld omvat volgens Bureau Spoor­bouwmeester drie ruimtelijke/architectonische opgaven. Dan gaat het om de verwezenlijking van energietransitie, de inzet op circulair bouwen en de bijdrage van de spoorsector aan biodiversiteit. Deze opgaven werken door in de inrichting, vormgeving en het beheer van gebouwen en terreinen. De kernvraag die wij stellen is wat de ruimtelijke expressie van circulair, energieneutraal en biodivers zou moeten zijn. Vervolgvragen zijn hoe het streven naar duurzaamheid doorwerkt in het Spoorbeeld en hoe we invulling geven aan deze doelen in de systematiek van aanbestedingen voor de realisatie van werken. In het kader van circulair denken en doen zullen we ook de omgang met het stationserfgoed verder uitwerken. We zullen dit speerpunt in de loop van 2018 verkennen en in 2019 uitwerken naar concrete aanbevelingen.

Speerpunt Gebiedsontwikkeling

Waar oorspronkelijk de positie van de kerk en het gemeentehuis de stad domineerde, en waar later winkelnering en volkshuisvesting de structuur van de stad bepaalden, zo is de laatste decennia de mobiliteit in de stad – en in het bijzonder de plaats en het gebruik van het station – van grote betekenis geworden voor de stadsontwikkelingsdynamiek. De laatste vijftien jaar zien we een enorme ruimtelijke spin-off van publieke investeringen in de grotere stations. Dat rechtvaardigt een secure analyse van de wijze waarop vernieuwde stations het epicentrum van gebiedsontwikkeling vormen; en omgekeerd: de wijze waarop stadsontwikkeling doorwerkt in de programmering van stations. Welke generieke wetmatigheden en welke specifieke verschijnselen zien we als we een paar recente stadsontwikkelingsprojecten tegen het licht houden? Welke lessen zijn te trekken uit de ervaringen van de laatste jaren? En hoe zijn daar strategische, proactieve noties aan te verbinden? Een eerste inventarisatie leert dat er nogal wat onderzoek en analyse is verricht en gepubliceerd. We gaan de stand van zaken in 2018 op een rij zetten en in 2019 ‘vertalen’ naar NS en ProRail.

Speerpunt Corridorvorming

De mobiliteit van Nederlanders groeit. Steeds meer mensen verplaatsen zich op gedifferentieerde wijze naar hun dagelijkse, wekelijkse en maandelijkse bestemmingen. Het doel om meer mensen met het openbaar vervoer te laten reizen – en zo de automobiliteit niet onnodig te laten toenemen – kan worden bevorderd door stedelijke ontwikkeling op de schaal van de regio te regisseren. Het spoor krijgt daardoor meer en meer de betekenis van een corridor waarlangs mensen wonen, werken, winkelen en zich ontspannen. Zeker op de schaal van de ‘Hollandse metropolen’ is corridorvorming een aantrekkelijke, selectieve en disciplinerende ruimtelijke strategie. Van ProRail en NS wordt een visie verwacht waarin kansen en beperkingen van spoorbeheer en reizigersvervoer in verband worden gebracht met de corridorvorming. Bureau Spoor­bouwmeester wil bijdragen aan het onderzoek naar de ruimtelijke en functionele profilering van ov-knooppunten en van stations. Ook willen we de regionale differentiatie die daaruit voortvloeit vertalen in termen van inrichting en vormgeving. We haken aan bij het ‘werkspoor’ Ketens en Knooppunten binnen het departementale programma OV-Toekomstbeeld 2040 waarin de overheden en de spoorse bedrijven met elkaar samenwerken.

Speerpunt Kwaliteitsborging

Publiek opdrachtgeverschap is – mede als gevolg van Europese regelgeving – onderhevig aan een herverdeling van verantwoordelijkheid in de richting van marktpartijen. De inzet is om bij grotere aanbestedingen van verbouwing en nieuwbouw de nagestreefde technische, functionele en esthetische vereisten in de vorm van omvangrijke outputspecificaties te omschrijven en de aannemers en ontwikkelaars zelf veel ruimte te geven om met optimale oplossingen te komen waarin prijs en kwaliteit met elkaar in balans zijn. De ideale borging van het streven naar architectonische en omgevingskwaliteit in dergelijke processen lijkt nog niet uitgekristalliseerd. Bureau Spoor­bouwmeester adviseert NS en ProRail over de ruimtelijke samenhang en architectonische expressie van het gebouwde. In dat licht willen we scherper gaan formuleren hoe in de aanloop naar de aanbesteding, hoe in het contact met gegadigden en hoe na de gunning van het werk het streven naar kwaliteit operationeel wordt gemaakt. Dit speerpunt wordt uitgewerkt in samenspraak met ontwerpers en adviseurs bij de afdeling Procurement en met collega’s bij het Rijksvastgoedbedrijf en bij Rijkswaterstaat.

Speerpunt Spoorbeeld 2020

Het Spoorbeeld beschrijft het actuele ontwerp- en vormgevingsbeleid van de spoorsector voor iedereen die in de context van het spoor werkt. Het biedt het ruimtelijke en visuele kader op alle schaal- en toepassingsniveaus, en de reiziger staat daarbij centraal. Op de website worden alle componenten van het Spoorbeeld -van zowel ProRail als NS- geïntroduceerd, met elkaar in verband gebracht en beschikbaar gesteld. Het biedt uitgebreide informatie, inspireert met verhalen en opinies en is een portal naar een rijkdom aan (achtergrond)gegevens. Het behoort tot de dagelijkse taak van ons bureau om dit gezamenlijke vormgevingsbeleid en de bijbehorende site, actueel en relevant te houden voor iedereen die zich bezighoudt met beheer-, ontwerp- en bouwopgaven op en rond het spoor: NS Stations, ProRail, vervoerders en omgevingspartijen.
In 2020 halen we bij alle bovengenoemde speerpunten de resultaten op en verankeren deze in het Spoorbeeld 2020, zodat deze ons weer verder kunnen helpen bij ruimtelijke vraagstukken in de constant verandererde 'wereld van het spoor'. Het plan is om november 2020 het vernieuwde Spoorbeeld te lanceren.

Eric Luiten
Spoorbouwmeester