Toekomst voor station Winterswijk

STATION WINTERSWIJK

In literatuur wordt het spaarzaam vermeld. En wie erheen reist vanaf Zutphen of Zevenaar heeft na het zien van de tussenliggende stations geen hooggespannen verwachtingen. Bij binnenkomst word je dan ook verrast door het fraaie stationsgebouw aan het grote emplacement met de diverse rangeersporen. Dit complex was ooit het grootste grensstation van Nederland, maar na een fase van snelle groei volgde een lange periode van langzame neergang. Tegenwoordig wordt de waarde van station Winterswijk in het algemeen onderkend maar er zijn ook initiatieven voor gebruik en herbestemming van dit bijzondere spoorcomplex.


Van levend centrum tot stil obstakel

Het spoorcomplex verrees tussen 1878 en 1910 als twee aan elkaar verbonden emplacementen van de spoorwegmaatschappijen NWS(Nederlands-Westfaalse Spoorwegmaatschappij) en GOLS (Geldersch-Overijsselsche-lokaal-spoorweg). Deze maatschappijen werden opgericht ten behoeve van goederenvervoer, onder leiding van textielondernemer Jan Willink (1831-1897). De NWS-spoorlijn liep tot Zutphen en sloot daar aan op de spoorwegen naar Arnhem en naar Apeldoorn-Amsterdam. Voorbij de grens met Duitsland liepen sporen naar Gelsenkirchen en naar Bocholt. De GOLS-lijnen vormden een uitgebreid lokaalspoornetwerk in de Achterhoek en Twente. Beide spoormaatschappijen kregen in Winterswijk een eigen stationsgebouw, de NWS ten noordoosten en de GOLS ten zuidwesten van het spoor.

Op het langgerekte emplacement werden de gebruikelijke bijgebouwen geplaatst, met de voor het grensstation noodzakelijke extra douaneloodsen. Aan de zuidoostzijde van het NWS-emplacement was een concentratie van bijgebouwen, met twee grote locomotiefloodsen, draaischijven, en enkele werkplaatsen. Tussen deze locatie en het stationsgebouw stonden enkele kleinere gebouwen, waaronder de nu nog aanwezige lampisterie. Het GOLS-emplacement herbergde in eenvoudige vorm dezelfde functies.

De economische motor achter de Winterswijkse stations en spoorlijnen was het steenkolentransport vanuit het Ruhrgebied naar Nederland. De hoogtijdagen van station Winterswijk lagen in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog. Tijdens deze oorlog werd, terwijl het goederenvervoer stil lag, de zuidvleugel van het NWS-stationsgebouw sterk uitgebreid, met name voor douanefaciliteiten. In de jaren na de oorlog kwam het goederenvervoer weer op gang. Naast het goederenvervoer werden ook reizigers vervoerd, vooral binnenlands. Dit werd echter nimmer rendabel. Het internationale reizigersvervoer is na 1918 zelfs nooit meer hervat.

In 1926 en 1928 kwamen beide maatschappijen in handen van NS. Het grote, deels ongebruikte dubbel-emplacement is vervolgens in stappen vereenvoudigd en deels opgeheven. Het GOLS-station en GOLS-spoorlijnen zijn daarop in de crisisjaren buiten dienst genomen. Na de Tweede Wereldoorlog nam het vervoer via Winterswijk af, omdat de spoorlijn Arnhem-Zevenaar-Duitsland steeds belangrijker werd voor internationaal transport. De economische doodsteek voor het station was de vondst en exploitatie van Nederlands aardgas begin jaren zestig. De markt voor steenkool stortte in en binnen een decennium werd het goederenvervoer via Winterswijk geheel gestopt.

Tussen de jaren dertig en zeventig werd ook diverse malen gediscussieerd over de opheffing van het verliesgevende reizigersvervoer. Dit is echter tot op heden de enige tak van vervoer te Winterswijk. In de naoorlogse decennia werd het aantal sporen verder vereenvoudigd en zijn vrijwel alle bijgebouwen afgebroken. Het NWS-stationsgebouw bleef in gebruik voor het reizigersvervoer. Ondanks opheffing van reizigersfaciliteiten en –service is de centrale hal tot op heden in gebruik als wachtkamer. Dit geeft het pand een waardevolle, herkenbare gebruiksfunctie op het complex. Het GOLS-station was ondertussen lange tijd in gebruik door externe bedrijven. In 1983 is hier Museum het GOLS-station gevestigd. In de lampisterie vond begin deze eeuw de Stichting Historisch Streekvervoer Achterhoek (HSA) onderdak. Deze twee stichtingen houden op het stille emplacement de herinnering aan het intensieve spoorbedrijf levend.

Veranderingen op het emplacement

In 2012 heeft op het emplacement, tussen het NWS- en het GOLS-station, een stedelijke inbreiding plaatsgevonden. In twee grote gebouwen zijn een scholengemeenschap, een openbare bibliotheek en een sportaccommodatie gevestigd. Daarbij is naast het NWS-stationsgebouw een langzaam-verkeertunnel aangelegd onder het spoor door. Aan beide zijden van de tunnel is een stationsgebouw zichtbaar, wat de bijzondere locatie beleefbaar maakt voor passanten.

Het historische spoorcomplex is veel meer dan een oord van herinnering. De gebiedskarakteristiek geeft het emplacement juist hoge potentie om een bijzondere en levendige locatie binnen Winterswijk te zijn. Dat nieuwe ontwikkelingen gericht moeten zijn op de karakteristiek is in de praktijk zichtbaar bij de recente nieuwbouw op het emplacement. De gebruikers brengen het weer  toegankelijke emplacement tot leven. De keerzijde is dat er in architectuur en landschappelijke inpassing nauwelijks relatie is gelegd met het spoorcomplex. Hierdoor raakt de herkenbare historische opzet van station Winterswijk in de knel; de keten van activiteiten en gebouwen op het langgerekte emplacement, aan elkaar verbonden door het spoor, met het oude NWS-stationsgebouw als centrum van het complex.

Het NWS-stationsgebouw in kort bestek

Het NWS-stationsgebouw uit 1879 is eclectisch van stijl. Onder meer in een combinatie van neoclassicistische raam- en deurpartijen en in chaletstijl uitgevoerd houtsnijwerk langs de daklijsten. Het gebouw heeft oorspronkelijk een verhoogd hoofdvolume, met aan weerszijden een lage vleugel met een paviljoen. Waarschijnlijk heeft een regionale bouwmeester het station uitgewerkt, aan de hand van de standaardstations-ontwerpen. Tegelijk met de bouw van het station is op het perron over de hele lengte een perronkap aangebouwd. In 1916-17 is de zuidvleugel van het gebouw sterk uitgebreid, door deze op te trekken tot de nokhoogte van het hoofdvolume. In de bouwstijl is daarbij aangesloten op het bestaande gebouw. Bijzonder aan het gebouw is, dat het in de jaren zestig/ zeventig niet is gemoderniseerd naar NS-huisstijl. In 1983 is het gebouw door Gemeente Winterswijk uitwendig gerestaureerd en inwendig heringedeeld voor nieuw gebruik. Kort geleden is aan de zuidzijde weer gevelbreed de stationsnaam Winterswijk geschilderd. Dit geeft het  gebouw terecht een zelfbewuste uitstraling; aan het eindpunt van twee spoorlijnen staat een goed bewaard en fraai stationsgebouw waar NS trots op mag zijn.


Behouden om te herleven

De beide stationsgebouwen, als overgebleven onderdelen uit de glorietijd, en het emplacement met sporen en lampisterie hebben als herkenbaar ensemble een hoge cultuurhistorische waarde. Daarbij bevindt zich in de ondergrond vermoedelijk veel fundamentwerk van de gesloopte bijgebouwen. Op veel stationslocaties zijn dergelijke in onbruik geraakte (grens)emplacementen nog sterker vereenvoudigd en opgeruimd. Hierdoor is Winterswijk een zeldzaam voorbeeld van een belangrijk grensstation voor Nederland.

De uitdaging in het beleid voor dit spoorcomplex is dan ook het gericht blijven op de herkenbare eigenheid van het historische ensemble. Hierdoor kunnen de oude  elementen en de moderne aanvullingen elkaar versterken. Als initiatieven voor revitalisatie en herbestemming van emplacement(delen) gebaseerd zijn op dit uitgangspunt, zit station Winterswijk op een levend spoor.