Overslaan en naar de inhoud gaan
Artikel

Spoorbouwmeester: ‘Benut kansen voor verstedelijking stationsgebieden beter’

Interview Daan Zandbelt met Joost Zonneveld van Stadszaken
Daan Zandbelt
Geplaatst op
Het Rijk moet stationsgebieden niet langer zien als losse ov-projecten, maar als strategische plekken om onze steden en dorpen toekomstbestendig te maken. Rond stations komen woningbouw, economie, bereikbaarheid, duurzaamheid en kansengelijkheid samen. Juist daar is het bundelen van publieke investeringen nodig. Dat zegt de nieuwe Spoorbouwmeester Daan Zandbelt in een interview met Stadszaken.

‘De reizigersbeleving, de ontvangst op stations, verduurzaming: dat zijn belangrijke punten. Daarnaast hebben stationsomgevingen en het (door)ontwikkelen van spoorzones zeker ook mijn aandacht. Station en omgeving zijn wat mij betreft onlosmakelijk met elkaar verbonden’, zo maakt Zandbelt duidelijk waar hij zich tot 2029 als Spoorbouwmeester op richt.

Zijn ervaring met stationsgebieden maakt de benoeming van Zandbelt logisch. Hij werkte als stedenbouwkundige aan spoorzones in onder meer Hoofddorp, Den Haag, Hilversum, Rotterdam Alexander, Hengelo en Zwolle. Hij maakte met De Zwarte Hond een bookazine over het belang van nabijheid en gebruikte spoorzones daarbij als focus.

Bovendien weet Zandbelt wat een dergelijk adviseurschap vraagt. Het is een rol die vergelijkbaar is met die van Rijksadviseur, een functie die hij tussen 2016 en 2020 bekleedde. ‘Ik mag gevraagd en ongevraagd advies geven. Voor ongevraagd advies moet je de vraag wel een beetje uitlokken.’

Verduurzaming stations

De Spoorbouwmeester wil doorbouwen op het werk van zijn voorgangers, Eric Luiten en Marianne Loof. ‘Loof heeft stappen gezet met klimaatadaptatie en het Paris Proof maken van stations. Daar ligt nog een behoorlijke opgave om dit in de praktijk te brengen. Het gaat dan om het vergroenen van perroneinden, maar ook om het verduurzamen van de stations zelf.’

‘Denk aan circulaire kiosken en materiaalgebruik. We hebben bijvoorbeeld wel stations met houten overkappingen, maar daar blijkt dan toch veel staal in te zitten. En er zijn natuurlijk heel veel stations waar beton domineert. Soms is dat onvermijdelijk, ook als we stations moeten vervangen, maar we moeten wel iets met deze opgave. Het ministerie van IenW eist terecht een lagere CO?-impact voor het verstrekken van BO-MIRT-gelden.’

‘Zonder de verantwoordelijkheid voor verduurzamen af te schuiven, is er wel iets voor te zeggen om stations in hun omgeving te bekijken. Als meer mensen fietsen, met het openbaar vervoer reizen en in een stationsgebied wonen, werken en recreëren, dan dragen we bij aan een lagere milieubelasting van de hele stad.’

Sociale veiligheid

Stations hebben op een geheel ander vlak ook de aandacht van Zandbelt. ‘Sinds vorige zomer krijgt veiligheid in de openbare ruimte veel aandacht, met name voor meisjes en vrouwen. Uit onderzoek van Pointer onder 20.000 vrouwen blijkt dat stations relatief vaak als onveilig worden ervaren. Dat geldt zowel voor vrouwelijke reizigers als voor spoorpersoneel.’

‘Daarnaast lopen er pilots in Almelo, Purmerend en Bergen op Zoom’, zegt hij. ‘Er wordt in dit soort situaties snel geroepen om camera’s, poortjes en boa’s, maar ik denk dat voldoende mensen, winkels en verlichting ook belangrijk zijn. We gaan dit complexe vraagstuk verder onderzoeken en passende maatregelen voorstellen.’

"Er wordt snel geroepen om camera’s, poortjes en boa’s, maar ik denk dat voldoende mensen, winkels en verlichting ook belangrijk zijn."

De voorgangers van Zandbelt hebben zich ook met de relatie tussen station en omgeving beziggehouden. Loof heeft samen met het College van Rijksadviseurs aandacht gevraagd voor het enigszins temperen van verdichting bij en zelfs boven stations. ‘Een beetje afstand houden van de stations om deze ruimte te geven om te kunnen groeien in de toekomst, vind ik buitengewoon verstandig.’

Bureau Spoorbouwmeester ontwikkelde onder Luiten de handreiking Het Nieuwe Stationskwartier, een hulpmiddel dat gemeenten en regio’s volgens Zandbelt veel gebruiken om de samenhang tussen station en stad vorm te geven.

‘Op basis van nieuwe inzichten wil ik die handreiking actualiseren,’ zegt Zandbelt. Daarbij zet hij zich in voor verdere verstedelijking rond stations. ‘Als je Nederland vergelijkt met onze omringende landen, dan zijn onze steden, stations en stationsgebieden buitengewoon vitaal. Dat is het gevolg van forse investeringen in het verleden, zoals de Nieuwe Sleutelprojecten waarbij grote stations in samenhang met de omgeving zijn herontwikkeld.’

Nieuwe stedelijkheid

Toch maakt Zandbelt zich zorgen. ‘Stationsgebieden zijn de ideale gebieden om nabijheid te organiseren. Als je dichtbij huis kunt leren, werken en recreëren, dan ontstaan betere verbindingen tussen mensen en sectoren. Stationsgebieden zijn daarvoor al belangrijk, maar ze kunnen nog veel meer de katalysator van een volgende duurzame fase van verstedelijking zijn.’

Daarbij is het de kunst om wonen en werken lokaal in balans te krijgen. Zandbelt noemt Zwolle en Leiden als succesvolle voorbeelden waar die balans is gevonden. ‘Het lastige is wel dat economie minder makkelijk te organiseren is. Tegelijkertijd zijn er bijvoorbeeld in Twente volop vacatures, maar is niet iedereen bereid daar te gaan wonen.’

‘In dat soort gevallen is het belangrijk om het voorzieningenniveau aantrekkelijker te maken, waardoor meer mensen daar ook willen wonen. Stationsgebieden vormen daarvoor de sleutel, want daar kun je met een hogere dichtheid meer voorzieningen creëren.’

"Vier stations langs de Oude Lijn worden vernieuwd, net als de stations van Den Bosch en Eindhoven, en je ziet dat dit ook daar een aanjager is voor verstedelijking."

Zandbelt vindt dat het Rijk het belang van stationsgebieden niet serieus genoeg neemt. ‘Vier stations langs de Oude Lijn worden vernieuwd, net als de stations van Den Bosch en Eindhoven, en je ziet dat dit ook daar een aanjager is voor verstedelijking’, zegt de Spoorbouwmeester. ‘Dat is nog maar het begin. Er zal nog meer op en rond de Oude Lijn geïnvesteerd moeten worden. En op veel meer plekken, met name bij middelgrote stations, liggen deze kansen.’

Bovendien roept hij het Rijk op anders naar die kansen te kijken en veel meer commitment te tonen. ‘Als meer mensen vlakbij hun opleiding wonen, is de kans groter dat ze die opleiding ook afmaken, daarna een baan vinden en uiteindelijk gezonder zijn.

'Het is maar een voorbeeld waarmee ik aangeef dat we veel minder sectoraal moeten denken om de kansen in stationsgebieden beter te benutten. Die kunnen ons maatschappelijk, en ook financieel, veel opleveren.’

Gefragmenteerde aanpak

Zandbelt wijst op de gefragmenteerde aanpak van het Rijk. ‘Sociale huur in een stationsgebied kan wel, betaalbare werkruimte organiseren is veel ingewikkelder. En infrastructuur aanleggen voor uitleglocaties kan wel, maar in de bestaande stad moeten marktpartijen en gemeenten vaak zelf maar een oplossing bedenken.’

Het Rijk denkt te sectoraal, neemt te weinig verantwoordelijkheid voor het toekomstbestendig maken van de bestaande stad en denkt in termen van uitgaven, niet van investeringen, zo vindt Zandbelt.

‘Terwijl stationsgebieden bij uitstek de aanjagers zijn van gezonde, inclusieve en duurzame steden waar nieuwe economische activiteit ontstaat. Laten we die kansen volop pakken in de komende jaren.’

De auteur van het interview is Joost Zonneveld. Het interview is reeds gepubliceerd op Stadszaken.nl.

Even geduld aub, u wordt doorgestuurd naar de beeldenbank