Spoorbeeldverhaal #2: Arnhem-Assen

Station Assen - impressie entreegebied
Station Assen - impressie stationshal
Station Assen - impressie middenperron
Station Assen - Oostzijde
Station Assen - doorsnede
Station Arnhem
Station Arnhem
Station Arnhem
Station Arnhem - perronkappen
Station Arnhem
Arnhem- hal
Station Arnhem

Zoals een trein niet zonder spoor kan, zijn ook stations niet los van elkaar te zien. Een reis voert immers altijd van A naar B, van vertrek naar aankomst. En het zijn de gezamenlijke investeringen in grote en kleine opgaven, bekende en onbekende stations, die leiden tot een verbeterd spoornetwerk. In deze serie, waarin steeds twee verwante projecten besproken worden, onderzoeken we de ruimtelijke thema’s die rond het spoor spelen. Aflevering twee: Arnhem-Assen, het station als icoon.

Wie zei dat de tijd van iconen voorbij was? Sinds de economische crisis in 2008 insloeg, maakten architecten weliswaar pas op de plaats, maar in de wereld van het spoor is de ‘nieuwe soberheid’ zoals de post-crisisarchitectuur ook wel genoemd wordt vooralsnog niet zichtbaar. Het ene na het andere spectaculaire station wordt opgeleverd: Rotterdam Centraal van Team CS, het station en spoortunnel in Delft (BenthemCrouwel / Mecanoo architecten) en binnenkort het futuristische complex dat UN Studio in Arnhem bouwde.

Nog van voor de crisis

Nu zijn dat projecten van voor de crisis, toen de bomen nog tot aan de hemel groeiden. Maar ook nieuwe plannen beschikken over de nodige bravoure. Neem het ontwerp dat De Zwarte Hond en Powerhouse Company maakten voor station Assen: een imposante driehoekige overkapping - ruim tien meter hoog, 3000 m2 groot - waardoor het daglicht op ‘kathedrale’ wijze binnenvalt in de ontvangsthal.

Het grote gebaar

Misschien nog wel opvallender dan de architectuur is dat zo’n groot gebaar gemaakt wordt voor een station waar dagelijks slechts enkele duizenden reizigers komen. Strikt genomen was in Assen een eenvoudig station afdoende geweest. Maar dit gebouw wil meer zijn dan een station; het staat symbool voor een groot ontwikkelingsprogramma in de Drentse hoofdstad, de FlorijnAs. Het hoofddoel: de bereikbaarheid in Assen verbeteren. Daarnaast wordt gewerkt aan nieuwe woningen, ruimte voor natuur en recreatie, en het opknappen van verouderde plekken in de stad.

Spil in de ontwikkeling

Het stationsproject is de spil in deze ontwikkeling. Het omvat een nieuw stationsgebouw en -plein, waaronder de fietsenstalling en een autotunnel voor doorgaand rijverkeer worden aangelegd. Zo ontstaat een verkeersvrije buitenruimte, vanwaar voetgangers als vanzelf richting het centrum begeleid worden, via de ‘rode loper’ zoals de vernieuwde Stationsstraat – geplaveid met dezelfde rode stenen als het plein – genoemd wordt. Een nieuwe reizigerstunnel moet een betere verbinding tussen de woonwijk Assen Oost en de binnenstad bewerkstelligen, wat benadrukt wordt door de monumentale luifel, die zich van west naar oost uitstrekt. Het spoor wordt aangepast en de perrons verbreed.

Start versus voltooiing

Terwijl Assen aan de vooravond staat van een gedaanteverandering, nadert in Arnhem de voltooiing van het imposante stationscomplex met zijn kleurige kantoortorens en gestroomlijnde perronoverkappingen. Klapstuk is de entreehal, waarvan het dubbelgekromde dak als een tornado naar binnen beweegt. Architect Ben van Berkel kwam tot de vorm door de verschillende reizigersstromen, routes en zichtlijnen, met behulp van de computer, te modelleren. Maar het is ook een prachtig symbool: de dynamiek van het reizen, gestold in beton en staal.

NSP

Als één van de zes Nieuwe Sleutelprojecten (internationale haltes voor de Hogesnelheidstrein, samen met Amsterdam Zuidas, Rotterdam, Utrecht, Breda en Den Haag) was het evident dat dit niet zomaar een station zou worden. Arnhem is met dagelijks 100.000 reizigers niet alleen een druk vervoersknooppunt en het visitekaartje van het spoor voor reizigers vanuit Duitsland; het ligt ook in een economisch brandpunt - de stadsregio Arnhem-Nijmegen - dat binnen Europa steeds belangrijker wordt. Het stationsproject wil daaraan bijdragen, door verschillende verkeersstromen slim te verknopen en stedelijke functies (wonen, werken, winkelen, parkeren, horeca en vrijetijdsvoorzieningen; in totaal 160.000 m2) in een hoge dichtheid te combineren. En door de iconische architectuur, die op zichzelf een bezoek aan Arnhem rechtvaardigt.

Scheepsbouwer

De kantoren, de parkeergarage en de winkels zijn in de jaren negentig en nul door marktpartijen gerealiseerd: het station is de sluitsteen van deze ontwikkeling. Het plan van UN Studio ‘last’ de verschillende onderdelen als het ware aan elkaar, in een vloeiende beweging. Zo vanzelfsprekend als dat klinkt, zo lastig was het om het idee werkelijkheid te laten worden; er was geen aannemer die zich aan de uitvoering durfde te wagen. Uiteindelijk is het een scheepsbouwer die het organische gevormde dak in staal - in plaats van beton, zoals Van Berkel het oorspronkelijk had bedacht - heeft gebouwd.

Stedelijk symbool

De opkomst van het station als stedelijk symbool past in een grotere ontwikkeling, waarin de architectuur rond het spoor steeds meer aandacht krijgt. Beleving en esthetiek speelden weliswaar altijd al een rol bij het ontwerpen van stations; Nederland heeft wat dat betreft een rijke traditie. Maar het programma voor stationsgebouwen, en de betekenis van de stations voor de stad is nauwelijks meer te vergelijken met de situatie dertig jaar geleden. Het oude station Assen uit 1989, waarin een kaartverkoopkantoor en de restauratie gevestigd waren, lijkt in niets op de Grande Entree waarin het prijsvraagontwerp voorziet. En dat is precies wat het Ministerie van Infrastructuur en Milieu wil: dat stations meer betekenis voor de stad krijgen, niet alleen als vervoersknooppunt, maar vooral ook als plek om te verblijven. De architectonische vraag reikt zodoende verder dan de verbetering van logistiek en een representatieve gevel. Het gaat erom gebouwen te maken die publiek aantrekken en vasthouden: ruimtes met allure en verblijfskwaliteit, oftwel: visitekaartjes voor de stad.