Overslaan en naar de inhoud gaan

Onzichtbaar renoveren

Naarden-Bussum toont zich als een van de mooiste stations van Nederland
Station Naarden Bussum: Fotograaf: Ossip van Duivenbode
Geplaatst op
Het nam wat tijd in beslag, maar het resultaat mag er zijn: station Naarden-Bussum is klaar en toont zich (weer) als een van de allermooiste stations van Nederland. Alles oogt zo vanzelfsprekend dat het haast lijkt alsof er niets is gebeurd. En precies daarin schuilt de kracht van de ingrijpende upgrade en renovatie. Dat verdient lof. Lof voor de opdrachtgevers, de aannemer, de betrokken adviseurs en niet in de laatste plaats de architecten Maarten Fritz en Dennis Huiskens.

Naarden-Bussum is een fantastisch station. Reeds bij de oplevering in 1926 was het door H.G.J. Schelling ontworpen station z’n tijd ver vooruit, architectonisch en vooral typologisch. Noem het een multimodaal ov-knooppunt avant la lettre, met ruimte voor trein en tram, gecombineerd met goederenvervoer en de eerste gebouwde stationsfietsenstalling. Ook cultuurhistorisch neemt het een belangrijke plek in. Schellings station, dat een kleiner uit 1874 stammende voorloper verving, kan gezien worden als en bevestiging van het succes van Bussum als forensendorp tussen Utrecht en Amsterdam. Sterker: zonder dit station was Bussum waarschijnlijk nooit zo tot bloei gekomen.

Een stevige verlanglijst

De cultuurhistorische waarde maakte dat station van Naarden-Bussum met extra veel zorg aangepakt moest worden. Niet makkelijk, want eigenlijk was de renovatie slechts een ondergeschikt deel van de stationstransformatie. Aanleiding was de sanering van de westelijke sporen. Die maakte het mogelijk het station anders te organiseren. Daarop adviseerde Bureau Spoorbouwmeester om diverse projecten en programma’s op en rond het station slim met elkaar te verbinden. Zo legden de betrokken opdrachtgevers NS, ProRail en de gemeente de basis voor een integrale ingreep, bestaande uit een stevige verlanglijst: van een nieuwe entree aan de westkant en de sanering van de sporen tot een upgrade van de voorzieningen, de aanpak van de openbare ruimte rond het station en een grondige restauratie van het monument.

Tekst loopt door onder de afbeeldingen.

Vanzelfsprekende oplossingen

“Voor ons was dit pakweg tien jaar geleden het eerste station waarmee we aan de slag gingen. Het begon met een onderzoek naar de uiteindelijk niet gerealiseerde inpassing van poortjes. Daarna werd de opgave steeds groter”, vertelt Maarten Fritz. Inspirerend was de slimheid van het oorspronkelijke ontwerp. Zo legde Schelling de hal heel bewust, en als eerste in de spoorgeschiedenis, loodrecht op het spoor. Fritz: “een op het oog vanzelfsprekende en juist daardoor ook geniale zet, waardoor hij in de oksels van het gebouw het vervoer kon organiseren. Al met al was het een fantastisch project om aan te werken. Vooral door de combinatie van de bijzondere architectuur, de typologie en de dynamiek van de opgave”

Van binnen en buiten opgelapt

Kenmerkend voor de aanpak van Fritz en Huiskens is hun dienstbaarheid. Fritz: “We komen uit een periode waarin nogal eens werd gesteld: nieuwe toevoegingen aan bestaande (monumentale) panden doe je in contrast. Soms gaat dat goed, maar het heeft op veel plekken in Nederland ook tot ongelukken geleid. Wij kiezen juist voor analogie. Daarvoor is het nodig de kern van een gebouw te vatten. Het snappen van een oorspronkelijk ontwerp, het doorgronden van het DNA: dat is het startpunt. Van daaruit gaan we verder, zoekend naar de best passende en meest vanzelfsprekende oplossingen.”

Het doorgronden van het stationsgebouw leidde tot ontdekkingen die de slimheid van Schellings ontwerp alleen maar onderstreepten. Neem de zorgvuldigheid waarmee de bouwvolumes tegen elkaar geschoven zijn, de lichtinval in de hal en de wijze waarop het voor die tijd behoorlijk complexe programma een plek heeft gekregen. Interessant is ook dat het station laat zien hoe Schelling zich als architect ontwikkeld heeft. Zo bouwde hij met zijn ontwerp voort op de lessen die hij een paar jaar eerder leerde bij zijn in 1993 (helaas) gesloopte station van Sittard. Treffend is hoe hij zijn innovatieve ontwerp voor Naarden Bussum ruim tien jaar na oplevering perfectioneert bij Amsterdam-Amstel.

Dankzij de aanpak van Fritz en Huiskens en het vakmanschap van de aannemer Reimert Bouw en Infrastructuur nauwelijks te zien wat er allemaal is gebeurd. En dat terwijl de lijst van aanpassingen en ingrepen lang is. Zo is het pand van binnen en buiten helemaal opgelapt: van de aanpassing van de verlichting en een grondige schoonmaak van de gevel tot het terugbrengen van de oorspronkelijke kleuren, het aanhelen van de oude betonnen liggers en het herstel van scheuren en andere schade die in de loop der jaren was ontstaan.

Daarmee zijn we er nog lang niet. Zo is het oude perroneiland, oorspronkelijk omringd door de sporen, getransformeerd tot een volwaardig toegang aan de kant van de aangrenzende villawijk Het Spiegel. Aansluitend is een extra en compleet nieuwe ontsluiting gemaakt in de hal. Ook is de zuidgevel voorzien van nieuwe ramen in oude stijl om voldoende daglicht binnen te krijgen. Verder is de oude buitenstalling ter plekke van de voormalige tramsporen weggehaald en is een aangename wachtplek voor de reizigers gerealiseerd. Voorts zijn de beide stationsvleugels – de ene kant voorheen bestemd als fietsenstalling en de ander als goederenloods – geschikt gemaakt voor verhuur. En last but not least is de openbare ruimte rond het station, inclusief de extra ruimte die ontstond door de spoorsanering, aangepakt. Naar ontwerp van Arcadis is de ruimte rondom het station uitgegroeid tot een aantrekkelijke groene verblijfsplek. 

Tekst loopt door onder de afbeeldingen.

Ambacht en goed opdrachtgeverschap

Illustratief voor de omvang en complexiteit van de renovatie zijn de werkzaamheden aan het dak en de gevel. Huiskens: “het station oogt als een gebouw van metselwerk. Toch zit er enorm veel beton in. Die combinatie van baksteen en beton werkt niet altijd even goed met elkaar. Door uitzetting van het beton waren op verschillende plekken scheuren ontstaan. Dat hebben we ondervangen door een betere isolatie van het dak, waardoor de uitzettingscoëfficiënt van het beton een stuk minder wordt. Verder hebben we in de noordvleugel het dak ingezaagd. Dat was nodig om de nieuwe installaties onzichtbaar weg te werken. Ondertussen zorgde het wegnemen van een deel van het beton ook dat de druk op dat beton minder werd, waardoor we de kans op nieuwe scheuren aanzienlijk hebben verkleind.”

Naast een ontwerp dat het oorspronkelijke gebouw snapt, benadrukken Fritz en Huiskens de waarde van goed opdrachtgeverschap en een aannemer die het ambacht nog beheerst. Fritz: “goede metselaars zijn essentieel bij zo’n opgave. Net zoals het vinden van het juiste materiaal.” Huiskens: “wat dat betreft hadden we het geluk dat de projectleider van ProRail wist dat er in de keuken van een bevriend stel dezelfde plavuizen lagen als in de stationshal. Op grond daarvan hebben we met Koninklijke Tichelaar nieuwe plavuizen laten maken. Het had het heel wat voeten in aarde om die plavuizen het juiste karakter en de juiste technische eigenschappen mee te geven, bijvoorbeeld met het oog op schoonmaak en stroefheid.”

De zoektocht naar passend materiaal beperkte zich niet tot de plavuizen. Ook voor de bakstenen aan de buitengevel en de geglazuurde stenen in het interieur moest het nodige gebeuren. Huiskens: “als je tegenwoordig op zoek gaat naar de best passende steen, loop je tegen het probleem aan dat alles wat we nu maken veel te perfect is. Omdat we het hele proces tot in de puntjes beheersen en controleren, ziet iedere steen er hetzelfde uit. En dat terwijl voorheen iedere steen toch nét een beetje anders was. Daarbij zat er altijd wel wat vervuiling in de klei die voor ‘onvolkomenheden’ zorgden. En precies dat kan voor het karakter van een gevel juist heel waardevol zijn. Het maakt metselwerk levend, meer organisch. Om die kwaliteit weer terug te krijgen, hebben we met de fabrikant heel bewust ‘vervuiling’ toegevoegd om het karakter van die vooroorlogse bakstenen in het ontwerp van Schelling zo goed als mogelijk na te bootsen.” Fritz: “zowel bij de plavuizen als de bakstenen is dat gelukt, naar volle tevredenheid. Wat dat betreft mogen we ons als ‘baksteenland’ gelukkig prijzen dat er nog veel bedrijven zijn die de kennis en kunde nog in huis hebben.”

Dienstbaar

Na ruim tien jaar betrokkenheid bij station Naarden-Bussum, zit het werk er nu op. Maarten Fritz is inmiddels gepensioneerd, al is hij nog altijd actief als architect, alleen dan zonder bureau en medewerkers. Huiskens: “ik heb ruim 11 jaar voor en met Maarten gewerkt, eerst als tekenaar, daarna als projectarchitect en vanaf 2018 vanuit mijn eigen bureau. Al die jaren kwam ik veelvuldig in Bussum, niet alleen vanwege het station, maar ook omdat het bureau van Maarten in Bussum zat.” Fritz: “dat we met ons bureau jarenlang vlakbij het station zaten, maakte de opdracht extra bijzonder. Komt nog eens bij dat ik Schellings station altijd al het op een na mooiste gebouw van Bussum heb gevonden, na mijn eigen huis dan. Al met al was het een hele eer.” Toch is er maar weinig ruchtbaarheid gegeven aan de rol van beide architecten in de omvangrijke renovatie van het station. Fritz: “persoonlijk hou ik daar niet zo van. Als bureau wilden we ook hier vooral dienstbaar zijn aan het gebouw. Het resultaat: dat is waar het uiteindelijk over moet gaan.”

Even geduld aub, u wordt doorgestuurd naar de beeldenbank