Landschap en spoor

Dit essay gaat over Otto’s ontwerpvisie en zijn integrale benadering van de stationsomgeving. Tegelijkertijd vertelt het een verhaal van de spoorwegorganisatie zelf en van de groeiende inzichten over de inpassing van stationsgebouwen in het landschap en hun verrijking met groen.

De architecten van de Nederlandse Spoorwegen, zoals Sybold van Ravesteyn, Herman Schelling en later Koen van der Gaast en Cees Douma, creëerden met hun gebouwen per decennium herkenbare en modern aandoende ankerpunten in steden en dorpen. Veel minder opvallend, maar uitermate zorgvuldig, ondersteunde landschapsarchitect Hein Otto de corporate identity van NS met zijn ontwerpen voor beplanting langs de trajecten en openbare ruimtes rond de stations. Als eerste landschapsarchitect in dienst van NS representeert hij de opkomst van het vakgebied landschapsarchitectuur op en rond het spoor.

Met de hulp van een enkele assistent werkte Otto meer dan dertig jaar (1946-1979) aan het ontwerp van een eenduidig spoorbeeld. Binnen het spoorbedrijf heeft zijn persoon mythische proporties aangenomen. Otto was een excentriek figuur, een artiest tussen ambtenaren, en als zodanig herkenbaar. Hij was de man met de korte broek en rode sokken, die op zekere dag op het stationsplein van Woerden door de politie werd opgepakt omdat hij er in een boom stond te zagen. Een uitgebreide kunstcollectie vulde elk vrij plekje in zijn huis, tot en met de badkamer aan toe.