Is 400 candela nu veel of weinig?

Wanneer je er op let – en zeker wanneer het begint te schemeren – valt het op: het station barst van de lichtobjecten. Dan gaat het om de armaturen die het station in de avonduren functioneel en aangenaam houden, maar ook om reisinformatie, bewegwijzering, reclame en de led-lampjes in de roltrap. En dan vergeten we er nog vele. Natuurlijk verschillen objecten maar ook stations sterk. Een halte in het landschap is wat anders dan een grote OV Terminal als Rotterdam. Toch vinden we overal diverse soorten ‘licht’. En de verwachting is dat het aantal ‘doorgelichte of verlichte objecten’ de komende jaren alleen maar zal toenemen. De hoogste tijd om scherper naar al dat licht te kijken.  

Binnen de spoorsector heeft licht al geruime tijd de aandacht. De insteek is dat verlichting veel meer is dan louter een technische opgave. Thema’s als duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en beleving spelen een hoofdrol. Daarnaast daagt het Spoorbeeld, het overkoepelende vormgevingsbeleid van het spoor, uit tot een goede samenhang tussen alle programma’s en onderdelen van het station. Specifieke aandacht is er voor de nieuwe ontwikkelingen, inzichten en toepassingen. Dat is ook nodig want in meerdere opzichten is ‘licht’ al lang niet meer statisch. Neem alleen al de reclamedragers waar – heel letterlijk – steeds vaker bewegend beeld te zien is. Wat doe je wel? Wat doe je niet? En hoe zijn keuzes wat betreft licht van invloed op de beleving van de gebruikers en reizigers?  

Oriëntatie en beleving

“Met licht kun je enorm sturen op oriëntatie en beleving”, vertelt Chris Nijkamp van Bureau Spoor­bouwmeester. “En natuurlijk is het ook voor de sociale veiligheid van belang.” Het gaat een stuk verder dan het verlichten van de ruimte. Veel objecten zijn verlicht omdat zij de reiziger ondersteunen tijdens hun reis; sinds jaar en dag zijn dat de klok, de bewegwijzering en de reisinformatie. Maar ieder jaar worden dat er meer: reclame, RailTV, InfoPlus en straks ook de grote schermen met reisinformatie in de stationshal.  

Alle middelen die licht uitzenden, spelen een rol in de beleving. Vandaar dat de Spoorsector zoekt naar een manier om (nog) meer samenhang te brengen: van de lichtsterkte en het lichtoppervlak tot de kleuren. Nijkamp merkte daarbij dat veel schermen vaak fel afgesteld zijn. “Deze ‘nieuwkomers’ werden bijna een lichtbron.” Dergelijke constateringen waren aanleiding het thema verder uit te diepen, op zoek naar houvast en structuur. Alles ten behoeve van rust, overzicht en beleving op het station.  

Lichtontwerp

Ofschoon de spoorsector aan licht en verlichting op objectniveau hoge eisen stelt, blijkt het nieuw om in samenhang naar ‘licht’ te kijken. Dat komt volgens Nijkamp door de complexiteit van de materie, maar ook doordat ‘lichtontwerp’ een redelijk nieuw vakgebied is. Komt nog bij dat recente technische ontwikkelingen steeds meer mogelijkheden bieden. “Het gaat over lumen, lux en candela: allemaal waarden met betrekking tot de lichtsterkte. Maar is 400 candela nu veel of weinig? En wat doet het oppervlak met de beleving?” Dat soort zaken zijn volgens Nijkamp nu nog vaak aan de leverancier. En die bekijkt het doorgaans objectgericht. “Door als opdrachtgever beter vat te krijgen op de materie, kunnen we betere vragen stellen en licht een nog belangrijker rol kunnen laten spelen op de stations.” 

Het project gaat door het leven als de Visie op Beeldschermen en dient als opmaat tot een bredere visie op verlichte elementen in het station. Bovendien is het een aanvulling op de Visie Nieuw Licht op Stations waar Bureau Spoor­bouwmeester samen met NS en ProRail aan werkt. “We noemen het een visie op beeldschermen, maar eigenlijk hebben we in deze fase ‘gewoon’ een handboek gemaakt”, vertelt Nijkamp. “Heel schematisch doen we per stationsdomein en stationstype – halte, basis, plus, mega, kathedraal – een handreiking.”  

Hoewel relatief nieuw voor de spoorse context, hoefde de spoorsector het wiel gelukkig niet opnieuw uit te vinden. “We hebben erg veel gehad aan het werk van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV). Zij hebben de expertise, bijvoorbeeld op het vlak van lichthinder langs wegen en in de openbare ruimte. Op basis hiervan hebben we een vertaalslag gemaakt naar het station. Dat was zeker geen copy paste. Het was echt toepassen en specifiek maken voor het station.”  

Pilot

Op verzoek van het Kwaliteitsteam Visie op Informatie, waarin NS, ProRail en Bureau Spoor­bouwmeester zitting hebben, is begonnen met een pilot met de mediaschermen van Exterion als onderwerp. “De schermen van Exterion staan echt op zo ongeveer ieder station. Met hen en met NS is de afspraak gemaakt om alle digitale schermen zo in te stellen dat het lichtniveau aangenaam is en de boodschap natuurlijk ook helder wordt. De pilot loopt al een tijdje. Het is goed om in 2019 de balans op te maken. Daarna kunnen we het gaan uitbreiden naar andere objecten op het station. Ik hoop dat ook daar ons ‘handboek’ van waarde kan zijn en helpt om hier ook echt beleid van te maken. Zo kunnen we ook vanuit licht heel gericht zorgen voor aangename, veilige en overzichtelijke stations voor de reizigers.”

Benieuwd naar het handboek? Deze is opvraagbaar via sabrina.leidelmeijer@spoorbouwmeester.nl