Inspirerend hergebruik

Station Madrid Atocha, Spanje
Station Rijksstraatweg Haarlem
Station Wierden
Station Wierden, impressie verbouwing
Station Houten op transport
Station Arnhem Sonsbeek
T huis Presikhaaf
Station Amerfoort

Het station als bestemming – inspirerend hergebruik van spoorgebouwen

Als een stationsgebouw, een spoorviaduct of zelfs een hele spoorlijn niet langer nodig is, volgt afbraak en sloop. Of toch niet? Deze gebouwen en structuren vertellen het verhaal van het moderniserende Nederland. Bureau Spoor­bouwmeester laat in een serie van vier artikelen zien wat er allemaal gebeurt in, op en met het rijke spoorverleden. Een tweede gebruikscyclus volgt, met vaak een volgende, verrassende functie. Hoe kwam de achteringang van station Arnhem, het Sonsbeekpaviljoen, in park Presikhaaf terecht? En wat doen die tribunes op het dak van het Hofpleinviaduct? Welke spoorlijn is veranderd in een wandelpad, en waar kun je luxe dineren op het perron? De vroegere plekken van vertrekken, reizen en ontmoeten krijgen een nieuwe betekenis in steden en dorpen. Hergebruik is duurzaam – niet alleen omdat materiaal behouden blijft, maar ook omdat een plek blijft bestaan in het collectieve geheugen van een gemeenschap.

Wie het kopstation Atocha in Madrid betreedt, waant zich in een heuse stadsjungle. De stationshal uit 1851 werd ruim twintig jaar geleden getransformeerd tot een magische tropische tuin met bananenbomen, palmen en een vijver met 22 soorten vissen en schildpadden. In de ruimtes om de tuin liggen winkels, cafés en nachtclubs. Verbonden met de oude stationshal ligt de moderne terminal voor de hogesnelheidslijn, in 1992 ontworpen door architect Rafael Moneo, dat de stationsfunctie overnam. Atocha is een heel vroeg voorbeeld van herbestemming van een stationsgebouw, mogelijk gemaakt door de budgetten voor de Olympische Spelen en de Wereldtentoonstelling in Spanje. Door de hal te programmeren als recreatie- en uitgaansgebied, is een nieuw overdekt publiek domein aan het hart van de Spaanse hoofdstad toegevoegd. Niet langer is het station een plek om te arriveren of te vertrekken, maar is het zélf een bestemming geworden om in te verblijven.  

In diezelfde jaren negentig ontstond ook bij de Nederlandse Spoorwegen interesse en liefde voor het spoorwegerfgoed. Nederland kent een bijzonder spoorweggeschiedenis, die in 1839 met de lijn Haarlem-Amsterdam begon en uitgroeide tot een wijdvertakt systeem van sporen en stations. De betekenis van dit netwerk is enorm. Voorheen geïsoleerde regio’s werden ontsloten, kinderen konden in een andere plaats een opleiding gaan volgen, plaatsen als Bussum, Driehuis en Vught groeiden uit tot forensenplaatsen en goederen konden door heel Europa worden aan- en afgevoerd. De aanleg van spoorlijnen en stations had een grote invloed op de ruimtelijke ontwikkeling van steden en dorpen. De trajecten en de stationsgebouwen vertellen niet alleen het verhaal van de NS als staatsbedrijf, maar bieden - net als het Rijksmuseum - een ‘tijdreis’ naar de roemrijke historie van de spoorwegen.
Keer op keer werd het negentiende eeuwse spoorwegnet aangepast. Door de opkomst van het busvervoer raakt trajecten in onbruik, waarbij stations als halteplaats werden opgeheven. Op andere plekken verrees een nieuw, groter station naast het oude. Verschillende stationsgebouwen werden op bijzondere wijze opnieuw in gebruik genomen als woning, restaurant, kantoor, theater, theehuis of zelfs trouwlocatie. Niet alleen de rijke architectuur van de 19e eeuwse stations is in trek bij nieuwe gebruikers, maar ook de 20e eeuwse stations vinden een nieuwe bestemming. Zo wordt er een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan het fascinerende verhaal van Nederland-spoorwegland.
Aan de hand van enkele in het oog springende projecten gaat dit artikel over spoorerfgoed in Nederland, dat door een functieverandering kon beginnen aan een tweede jeugd.

Station Rijksstraatweg Haarlem: van halteplaats tot woning

In 2007 kochten Christiaan Rasch en Anneke Mels het station Rijksstraatweg in Haarlem, dat slechts 23 jaar als station aan de lijn Haarlem-Aalsmeer functioneerde. Het station, gebouwd in 1912, maakte deel uit van de Haarlemmermeerspoorlijnen, bedoeld om bedrijvigheid in het nieuwe landbouwgebied van de Haarlemmermeerpolder een impuls te geven en om de afzetmarkt voor lokale boeren en producenten te vergroten. Over de lijn ging personen- en goederenvervoer, maar ook de post. Het station lag in het oosten van Haarlem, midden in een onbebouwd gebied. Het station kende dan ook bedroevend weinig reizigersaantallen. In de jaren dertig werd de spoorlijn weggeconcurreerd door de opmars van de vrachtwagen. Het station werd al in 1935 opgeheven, en de sporen werden spoedig daarna opgebroken. Het voormalige station heeft sindsdien altijd als woonhuis gefungeerd, de eerste vijftien jaar voor het gepensioneerde spoorwegechtpaar Kleijer. Jan Kleijer had op verschillende plekken als rangeerder en overwegwachter gewerkt, en altijd in spoorpanden gewoond. De laatste decennia woonden de bewoners er anti-kraak en raakte het pand ernstig in verval. Rasch en Mels waren op zoek naar leegstaand industrieel erfgoed en raakten onder de indruk van het gebouw: het was goed en solide uitgevoerd met sierlijsten rondom de vensters en fraaie details. De buitenkant brachten zij volledig in oude staat terug. In het interieur hebben ze meer de vrije hand genomen: de oude wachtkamer is ingericht als woonkamer maar de vijf oorspronkelijke toegangen zijn weer deuren geworden. Ook in het ontwerp van de tuin hebben zij de spoorse identiteit teruggebracht, onder andere door de aanleg van een grindpad met perronrandje, lantaarnpalen en een gevelklok. Toen station Rijksstraatweg geopend werd in 1912, lag het als eerste bebouwing temidden van de weilanden. Nu is de situatie omgekeerd, en ligt het als eiland uit een voorbije tijd tussen kantoren en IKEA in het infrastructurele landschap van de N200.

Station als huiskamer: ontmoetingsplek in het dorp

Aan de lijn Zwolle-Almelo kun je snacken in stationsgebouwen. Dat is op zich niets bijzonders, maar hier zijn het geen landelijke ketens, maar lokale ondernemers die in naoorlogse stations gevestigd zijn. In Wierden is Restaria “Sterk langs de Lijn” gevestigd in een stationsgebouw dat in 1965 werd ontworpen door architect C. Douma.  Dertien jaar geleden benaderde de gemeente Wierden horecaondernemer Raymond Sterk. Sterk zocht een locatie om een snackbar te openen en aarzelde geen moment. Twee jaar later kon hij zijn eerste gasten in het snackrestaurant ontvangen. Het exterieur is zoveel mogelijk intact gelaten, temeer ook omdat Sterk het strakke ontwerp van Douma erg waardeerde. Het interieur daarentegen is volledig getransformeerd tot snackbar. Het succes van de cafetaria is de plek: het is gelegen op de grens van het oude dorp en de nieuwbouw uit de jaren tachtig en negentig. Niet alleen bezoeken reizigers zijn snackbar, ook veel dorpelingen stappen regelmatig bij hem binnen. Binnenkort begint Sterk met de uitbreiding van zijn zaak van 20 naar 80 stoelen. In samenspraak met de Spoor­bouwmeester en architect SchipperDouwes uit Ambt Delden wordt het stationsgebouw binnenkort uitgebreid, zoveel mogelijk met behoud van de karakteristiek van het bestaande gebouw.

Station Houten: catering en trouwlocatie

Het oude station van Houten is op de trein gezet. Het staat tegenwoordig 150 meter ten zuiden van z’n vroegere plek. In 1868 opende de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen een station langs de lijn Utrecht-Boxtel. Toen het in 1935 zijn functie verloor, werd het station achtereenvolgens in gebruik genomen als basisschool, een woonhuis en een bedrijfsverzamelgebouw. Om het voormalige station te behouden, werd Stichting Station op Wielen opgericht door woningcorporatie Viveste en gemeente Houten. Deze stichting heeft het station gerestaureerd in 2007, en is nu beheerder en exploitant. Bij de restauratie van het vervallen station waren oude bouwtekeningen leidend, zijn details weer teruggerestaureerd en is de oorspronkelijke indeling van voorhuis, stationshal en wachtkamers weer in ere hersteld. In samenwerking met Stichting Philadelphia Zorg is het station nu ingericht als lunchroom, cateringbedrijf en officiële trouwlocatie. Op de zolder zit een archeologische werkgroep met een klein museum. Het is beschikbaar als klein congrescentrum en voor feestelijke gelegenheden, het personeel bestaat uit mensen met een verstandelijke beperking. Het herbestemde station is overigens onderdeel van een groter zorgproject: niet alleen biedt dit station een werk(ervarings)plek voor verstandelijk gehandicapten, maar naast het station is ook een speciaal appartementencomplex gebouwd voor deze doelgroep.

Radicale verplaatsing: het T-huis in park Presikhaaf

Nu het oude station van Arnhem is vervangen door een hypermoderne terminal speet het de gemeente Arnhem dat het fraaie zeskantige paviljoen aan de achterkant van het station voor de aanleg van extra sporen moest verdwijnen. Dit paviljoen was het entreegebouw aan de Sonsbeekzijde van het station, in 1954 ontworpen door architect H.G.J. Schelling en opgetrokken uit Arnhems oorlogspuin. Woningcorporatie Vivare was geïnteresseerd in de maatschappelijke meerwaarde die het paviljoen aan de wijk Presikhaaf zou kunnen toevoegen. Samen met zorggroep Siza bedacht Vivare het plan voor het T-Huis, een horecagelegenheid in park Presikhaaf, waar verstandelijk gehandicapten worden opgeleid voor het horecavak.
Het paviljoen werd gedemonteerd en in park Presikhaaf weer in elkaar gezet. Op enkele plekken is het paviljoen door architectenbureau K3 aangepast aan de eisen van de moderne tijd en de nieuwe bestemming: de stalen kozijnen met enkel glas zijn vervangen door aluminium puien, en er moest een nieuwe kap op. Bovendien is een extra module bijgebouwd voor de keuken en het sanitair. Het T-huis is volgens Petra van Zeist, projectleider van het T-Huis bij Vivare, een waardevolle toevoeging aan het park en een goede opsteker voor de buurt.

Restaurant: Station Amersfoort, restaurant Tollius perron 4/5

Vanuit de trein direct aan tafel: op perron 4/5 van station Amersfoort kan men tegenwoordig sfeervol dineren in restaurant ‘Perron 4/5 volgens Tollius’. Het restaurant, een nevenvestiging van één van de bekendere restaurants van midden-Nederland genaamd Tollius, is gehuisvest in het voormalige perrongebouw op perron 4/5. De wereld van het reizen is hier, net als in het beroemde restaurant ‘Le train bleu’ in Parijs-Gare de Lyon, gecombineerd met de wereld van het genieten en de tijd nemen. Evelien de Munck Mortier en Jildou van der Sluis, bij NS indertijd verantwoordelijk voor de realisatie: ‘Amersfoort is de poort van de Randstad en een druk overstapstation. Tegelijkertijd zit het gebied rond het station vol instellingen en bedrijven. In 2007 begonnen we bij de NS met het opstellen van een reeks van exploitatieplannen voor leegstaande spoorgebouwen. We zochten naar stations waar het druk is en die op zichzelf een bestemming zouden kunnen zijn voor gasten, zoals Haarlem, Zandvoort, Maastricht en ook Amersfoort.’ Hier, in Amersfoort, is de vroegere stationsrestauratie opnieuw in gebruik genomen als à la carte restaurant. Het succes is enorm, en iedereen ervaart de meerwaarde: de stad, die een uniek restaurant rijker is, het station, dat een bestemming is geworden niet louter voor reizigers, en de exploitant, die een bijzonder verhaal te vertellen heeft. In het restaurant ervaar je de overgang van haast naar onthaasting (en terug) heel sterk. Uitbaters Peter Gertenbach en Caroline van der Vlies vielen voor het oorspronkelijke interieur en vroegen Bureau Lakenvelder met een eenvoudig kleurenpalet een huiselijke sfeer te ontwerpen. Gertenbach, die zijn carrière als kok ooit begon in de restauratie van station Dordrecht en Van der Vlies brachten hun lokale en regionale klanten naar het station, terwijl ook vele treinreizigers het restaurant hebben ontdekt voor een ontmoeting op het station.

Tot slot

Het initiatief in Amersfoort liep vooruit op de kanteling in de samenleving die nu overal zichtbaar is: de bouwopgaven bevinden zich niet langer buiten, maar in de bestaande steden, en de klant wil wonen, werken en ontspannen op plekken met een verhaal. De spoorwegbedrijven tonen zich bewust van de nieuwe realiteit. Als grote organisaties met een lange traditie en bedrijfscultuur stellen zij zich welwillend en proactief op richting initiatiefnemers. Want het verhaal van het spoor kan steeds opnieuw verteld worden, en bijvoorbeeld plekken met ogenschijnlijk weinig geschiedenis verrijken. Zo zal het Cultuurplein van Leidsche Rijn, dat verrijst op het dak van de snelweg A2, voorzien worden van een wel heel bijzonder dak: de perronkap van spoor 7 en 8 op Utrecht Centraal Station, ontworpen door spoorwegingenieur G.W. van Heukelom in 1893. Het is duidelijk dat NS en ProRail belang hecht aan het culturele erfgoed van het spoor. Niet alleen een oproep tot conservering maar ook als aanmoediging om stations te blijven zien als belangrijk goed voor zowel de historie als de combinatie met toekomstige ontwikkelingen in mobiliteit, transfer en publieke opgaven.