‘Ik zie je onder de wolk’

De Lucht in

John Körmeling ontwierp een opvallend meeting point voor zes grote stations in Nederland: “Wanneer je niets op de grond kunt maken, dan moet je de lucht in. Dus dacht ik: ‘Wat heeft een vrije vorm en hangt in de lucht?’ Precies, een wolk.”

Al sinds de eerste treinstations werden opgericht, heeft kunst een belangrijke bijdrage geleverd aan de kwaliteit van de stationsomgeving. Denk aan de rijke ornamentiek die werd geïntegreerd in de negentiende-eeuwse architectuur van Amsterdam CS, of de monumentale wandschildering van Peter Alma die sinds 1939 de aankomsthal van Amsterdam Amstel heeft gesierd. En wie heeft er niet zitten wegdromen bij kunstwerken in de trein zelf, zoals dat van Jan Cremer of Marijke de Goey? Al sinds de jaren zeventig zijn er zo’n vijfentwintig kunstenaars geweest die op deze wijze een podium ontvingen, terwijl de reiziger op ongedwongen wijze kon genieten van hedendaagse kunst.

Deze ruimte voor verbeelding komt daarnaast tot uitdrukking terwijl reizigers wachten op hun afspraak in de stationshal. Zo kunnen ze hun collega of geliefde bijvoorbeeld ontmoeten onder de Guardian Angel van Niki de Saint Phalle in Zürich, of bij de rood-wit geblokte kubus van Dennis Adams op Schiphol. Ook in de centrale stations van Amsterdam, Arnhem, Breda, Den Haag, Rotterdam en Utrecht, zal het getwinkel van honderden lichtjes binnenkort niet meer weg te denken zijn. Daar komt namelijk het meeting point De Wolk van architect John Körmeling (1951) te hangen. Wachten krijgt hierdoor een hele andere dimensie.

Meeting point

De opdracht voor het meeting point kent zijn oorsprong in het kunstproject Atelier HSL (2000-2011), dat als doel had de culturele betekenis van de HSL-Zuid bij een groot publiek onder de aandacht te brengen. Het creëren van een herkenbaar meeting point voor de stations waarlangs de HSL-Zuid rijdt, was één van de meest omvangrijke kunstopdrachten binnen dit project. In 2005 werd Körmeling voor deze kunstopdracht geselecteerd, nadat zijn schetsontwerp door een jury werd gekozen uit een competitie met vier andere internationaal bekende kunstenaars. Hij stond hier voor een grote uitdaging. Een meeting point ontwerpen voor zes verschillende locaties waarbij de veiligheid en doorstroom van reizigers is gegarandeerd, vormt op zijn zachtst gezegd nogal een puzzel.

Gelukkig weet Körmeling het onmogelijke vaak mogelijk te maken. Zo ontwierp hij onder meer een reuzenrad voor auto’s, waarin je met je eigen auto een tour boven de stad kunt maken. Of denk aan de doorzonwoning die hij op een Tilburgse rotonde maakte, die met de richting van het verkeer meedraait. Een ander hoogtepunt in zijn oeuvre vormt het Nederlandse Paviljoen dat hij voor de Wereldexpo in Shanghai 2010 ontwierp. Dit paviljoen was alles behalve gewoon. Het enorme bouwwerk bestond uit een lange straat op palen waarlangs een doorsnede van Nederlandse architectuur, cultuur en technologie werd getoond. Op geheel Körmeliaanse wijze werd het paviljoen vergezeld van fel knipperende lichtjes waardoor het geheel veel weg had van een kermisattractie. De combinatie tussen architectuur, kunst, technologie en humor is kenmerkend aan zijn werk. Körmeling kan dan ook het best worden omschreven als een ‘alleskunner’ op het gebied van ruimte en vormgeving. Hij valt immers totaal niet binnen één hokje te plaatsen.

Wolk van licht

Oorspronkelijk had Körmeling als meeting point de Lucky Way bedacht, een installatie van een omhoog kronkelend pad dat naar een klein huisje leidt. Deze vrolijke weg naar boven kon uitstekend dienst doen als uitkijkpunt in de aankomsthal. In plaats van ingewikkeld langs hoofden heen te moeten turen, had de reiziger op deze manier in één oogopslag zicht over de mensenmassa. Het zou een plek zijn van zien en gezien worden.

Alle inspanningen van de betrokken partijen ten spijt, werd na verloop van tijd duidelijk dat dit idee om praktische redenen niet levensvatbaar kon zijn. Hij gooide het over een andere boeg: “Wanneer je niets op de grond kunt maken, dan moet je wel de lucht in,” vertelt Körmeling. Omdat zijn werk in de hoogte moest kunnen opboksen tegen de veelheid aan reclame en informatieborden op het station, koos hij bewust voor een vrije vorm. “Dus dacht ik: ‘Wat heeft een vrije vorm en hangt in de lucht?’ Precies, een wolk.”

Het resultaat is een hangconstructie van een aluminium frame dat boven de hoofden van de reizigers zweeft. In de zeshoekige armaturen zijn ontelbaar veel kleine LED-lichtjes geplaatst, die de reiziger tegemoet knipperen. Met het at random ‘twinkelprogramma’ waarmee hij de zachtgele en witte lichtjes installeert, belooft het daarmee een echte Körmeling te worden. In plaats van dat de reiziger boven de menigte uitstijgt om de aandacht te trekken, verheft het kunstwerk zich boven de hoofden van de wachtende mensen. Ze worden letterlijk uitgelicht.

De reiziger moet nog wel even geduld hebben voordat de lichtsculpturen in alle zes stations zijn geïnstalleerd, maar de kans is groot dat ‘Ik zie je onder de wolk’ binnenkort een gevleugelde uitspraak is.