Feestelijke (her)ontdekking van een kunstcollectie

Kunst op Nederlandse stations

Een prachtig boek en een website vol kunstwerken: dat is de oogst van het symposium Kunst op Nederlandse Stations dat op 23 mei plaatsvond in de Koninklijke Wachtkamer van Amsterdam Centraal. Boek en site geven een overzicht van de kunstcollectie van het spoor. Nooit eerder was de collectie als geheel geduid en in beeld gebracht. Nu dat wel is gebeurd, valt pas op hoe bijzonder de verzameling is. Trots overheerst bij ProRail, NS en Bureau Spoor­bouwmeester. “Kunst voegt iets toe, het geeft sfeer en gelaagdheid”, stelt COO van ProRail John Voppen tijdens het symposium. Roger van Boxtel, president-directeur van NS, valt zijn collega bij: “Fantastisch dat dit gedaan is. En laat ik duidelijk zijn: kunst is geen luxe maar een noodzaak binnen een publieke voorziening als het spoor."

“We staan hier letterlijk in een kunstwerk”, stelt Ton Honing; de ‘lakei’ van de Koninklijke Wachtkamer aan het begin van het symposium. En inderdaad, werkelijk overal bevindt zich hier kunst. Voor wie denkt dat hij alles al gezien heeft. Ha! Dat dacht je maar. Over de kunst van heel Amsterdam Centraal zijn boeken vol te schrijven. Wat dat betreft kon het symposium Kunst op Nederlandse Stations op geen betere plek plaatsvinden. Wat het extra leuk maakte: voor veel symposiumbezoekers was de Koninklijke Wachtkamer ook echt een ontdekking. Het merendeel was er nog nooit geweest en fotografeerde er dan ook lustig op los.

Ontdekking

Precies dat, het ontdekken, is het centrale punt van het symposium. Voor veel betrokkenen voelt de collectie als een cadeau, maar wel als een heel wonderlijk cadeau. Al die kunstwerken waren er namelijk allang. Als reizigers lopen we er al jarenlang aan voorbij – ons haastend naar de trein. Natuurlijk was er wel het nodige bekend over de kunst van het spoor. Maar dat de collectie zo rijk zou zijn, was zelfs voor ingewijden een verrassing. “Het is voor ons echt een ontdekking geweest”, aldus Spoor­bouwmeester Eric Luiten. En waarom liepen we er altijd aan voorbij? Daarvoor heeft Ann Demeester, directeur van het Frans Halsmuseum in Haarlem, wel een verklaring: “Alles waar je altijd al naar kijkt, valt op gegeven moment niet meer op. Juist dan heb je een boek en een website nodig om te ontdekken hoe bijzonder het eigenlijk is.” Het roept de vraag op wat er zou gebeuren wanneer we morgen alle kunst van het spoor weg zouden halen. Zouden we het missen? Ja, zeer waarschijnlijk valt dan ineens op wat voor een grote rol kunst speelt, ook al staan we er niet dagelijks bij stil.

Kunstcommissie

Het boek en de website waren er niet geweest zonder de Kunstcommissie van ProRail, NS en Bureau Spoor­bouwmeester. Zij namen pakweg twee jaar geleden het initiatief om alle kunst op en rond stations te inventariseren. De monsterklus ging in juli 2016 van start. Kunsthistoricus Judith Kuipéri, die aan het eind van het symposium door projectleider Evelien de Munck Mortier nog nadrukkelijk werd bedankt, ging letterlijk en figuurlijk op reis door de kunstcollectie van het spoor. In een dik half jaar bezocht ze 145 stations en deed ze 520 schouwingen. Naast het reeds bekende werk vond ze onderweg regelmatig verstopte juweeltjes. Daarna begon het duiden en beschrijven. Uiteindelijk haalden ruim 300 werken de spreekwoordelijke eindstreep, verdeeld over 120 locaties.

Maar wat maakt de collectie van het spoor nou zo bijzonder? Tanja Karreman, lid van de kunstcommissie, licht het toe. Ze vertelt over de enorme variatie en de vele ‘aanstichters’. Talloze partijen droegen bij aan deze collectie: spoorpartijen, gemeenten, regio’s, bedrijven, individuen, noem maar op. Toch is er ondanks die variabelen sprake van eenheid. En juist daarin zit de grootste bijzonderheid. Al het werk is verbonden met de thematiek van het reizen en de identiteit van het spoor. Het is een verbeelding van de reis, van aankomst en vertrek en van verre bestemmingen. Daarnaast viert het de techniek en de vooruitgang die de spoorwegen brachten.

Zes thema's

Karreman benoemt ook de zes thema’s die als rode draden door de collectie heen bleken te lopen: het spoorambacht, het reizen, interactie, herdenken, plek en verbinden. Voor het boek beschreef auteur Dirk van Weelden de karakteristieken. “De beschrijvingen van Dirk zorgen dat je nog meer zin krijgt om de kunstwerken in het echt te gaan ontdekken”, stelt Karreman. Geëmotioneerd sluit ze af: “In alles versterkt kunst het publieke karakter van het spoor.” “Waarom emotioneert het je zo?”, wil gespreksleider Andrea van Pol weten. “Kunst is waar ik mee bezig ben. Het kost inspanning om het gerealiseerd te krijgen. Je hebt mensen nodig die daarvoor hun nek uitsteken. Het is mooi wanneer het gezien en gewaardeerd wordt”, verklaart Karreman, die zelf ook een beetje verrast is door haar emotie. “Ik ben erg blij dat er weer aandacht is voor de kunst, niet alleen binnen het spoor. Als kunst al in het verdomhoekje zat, dan is het er nu weer uit.”

Ann Demeester kreeg misschien wel de moeilijkste opdracht: een reflectie op de betekenis van kunst voor stations. Want al is ze kunstkenner, de gehele collectie van het station is volkomen nieuw voor haar. En dat terwijl ze een fervent OV-gebruiker is: “Ik heb niet eens een rijbewijs.” Natuurlijk is de collectie van haar eigen museum haar een stuk vertrouwder. Het vormt de basis voor een boeiend verhaal over de invloed van de trein op de kunst. Zo refereert ze aan Frans Hals die werd omarmd door schilders als Édouard Manet en Gustave Courbet, de wegbereiders van het impressionisme. “Manet en Courbet kwamen met de trein naar Haarlem om het werk van Hals te zien. Ze kopieerden zijn werk en lieten zich inspireren. Zonder de trein was die kruisbestuiving er nooit geweest.”

Niet-plek

Demeester haalt ook de Franse antropoloog Marc Augé aan die ooit het begrip non-lieux introduceerde: een generieke niet-plek die in principe overal zou kunnen liggen. En juist in zo’n niet-plek als het station speelt kunst een belangrijke rol, vindt Demeester. “Kunstenaars kunnen identiteit verlenen aan een transitiezone. Ze maken van de gebouwde omgeving een geleefde omgeving. Kunst bezielt de architectuur. Het geeft ziel, passie en emotie. Maar het kan ook bezielen in negatieve zin. Het kan storen, verre van braaf zijn, zelfs irriteren.” Jannes Linders, die de foto’s maakte voor het boek, kan het verderop in het programma niet nalaten nog even terug te komen op de opmerking van Demeester: “Ik vind stations helemaal geen niets-plek, ze zitten juist vol identiteit’, stelt Linders.

Naast Demeester en Karreman zijn er nog bijdragen van Arjan den Boer en het kunstenaarsduo Hertog Nadler die verantwoordelijk waren voor een van de meest markante werken van de laatste jaren: Portal in de reizigerstunnel van station Zwolle. Den Boer neemt in zijn verhaal de aanwezigen mee vier typerende symbolen uit de spoorse kunst: het vliegende wiel, de globe en de windroos, vogels en de reiziger.  Hertog Nadler gaan in op de bijzondere ontstaansgeschiedenis van hun werk in Zwolle.

Ook projectmanager Allart Maijers sluit aan bij het gesprek. Hij vertelt over de complexiteit van de realisatie. De video van Portal werd in vier dagen tijd opgenomen, kort voor de oplevering van de tunnel. Om de opname heen ging de bouw gewoon door. 500 figuranten deden mee maar ook veertig schapen, een stel honden en een aantal paarden. “Voor ons waren die draaidagen het kunstwerk. De video die nu continue in de tunnel speelt is daarvan de documentatie”, stellen Hertog en Nadler. Leverde het niet enorme stress op, wil Van der Pol van Maijers weten? “Jazeker, Soms dacht ik: het gaat echt niet lukken.” Toch zetten ze door. “Als team hebben we gezegd: dit gaan we gewoon waarmaken. Heel veel mensen vinden het een mooie aanvulling op de tunnel. Ik ben trots op wat we voor elkaar gekregen hebben. Het was een fantastische ervaring”, onderstreept Maijers.

Spoorbouwmeester Eric Luiten sluit het symposium af met het heugelijke nieuws dat er voor alle aanwezigen een boek klaarligt. Hij haalt drie zaken terug: de emotie van Tanja Karremans; het idee dat je door de collectie te ontsluiten het geheel ook duidt; en de door Ann Demeester aangehaalde thematiek van de niet-plek. “Een thema dat mij boeit is overgang van ruimte naar plek. Dit is in spoorse wereld een heel belangrijk ding. Het systeem is generiek, maar het ankert in een wereld die specifiek is. In de transitie van generiek naar specifiek speelt kunst een centrale rol. Dat laat mij met weer andere ogen kijken naar deze collectie.”