Voor de toenmalige Katholieke Academie voor Lichamelijke Opvoeding (KALO, later Fontys Sporthogeschool) aan de Goirleseweg 46 in Tilburg, maakte Jan Dijker rond 1967 een bijna tachtig meter lang gevelkunstwerk. De opdracht kwam waarschijnlijk in het kader van een percentageregeling van de overheid tot stand. Jan Dijker werkte hiervoor samen met Harry Nefkens, een door de wol geverfde wederopbouwarchitect, vooral werkzaam in Rotterdam waar hij woningbouwprojecten realiseerde en zich later ook toegelegd op de bouw van scholen, kerken en kantoren. Jan Dijker had zich aanvankelijk bekwaamd in figuratieve Bijbelse voorstellingen in glas-in-lood in de stijl van de Limburgse glaskunstenaars van de jaren ’50. Vanaf midden jaren ’50 werd zijn werk, mede onder invloed van zijn opleiding aan de Rijksacademie in Amsterdam, abstracter en helderder van kleur. De opdracht voor de KALO was voor hem een uitgelezen kans om het gelijktijdig gebruik van diverse materialen en technieken te optimaliseren.
Een schetsmatige gouache vormde de basis voor zijn ontwerp voor de plint van de voorgevel van de KALO. Het kunstwerk bestaat uit twaalf panelen in een gemengde techniek van grint-, tegel- en glasmozaïek, gevat in beton. Deze robuuste en organisch gevormde elementen werden afgewisseld met twaalf rood, zwart en geel gekleurde delen in sgraffito-techniek. De betonnen panelen bouwde hij zelf op, in fragmenten in zijn atelier en werden vervolgens op locatie samengesteld. De sgraffiti werden rechtstreeks aangebracht op de constructieve ondergrond en kregen ter plekke vorm.
Toen het gebouw in 2012 werd gesloopt, werd het kunstwerk vakkundig verwijderd en door de gemeente Tilburg in opslag genomen. En bij de herontwikkeling van het stationsgebied zag de gemeente een kans voor herplaatsing van het kunstwerk. Het station van Koen van der Gaast, met het kenmerkende “kroepoekdak” en verhoogd spoor, werd - kort voor de KALO - in 1965 geopend. Ook de gevel van dit gebouw kreeg een kunstwerk: het glasmozaïek ‘De Reizigers’ van Piet Buys. Bij de recente verbouwing naar ontwerp van Cepezed onderging het station een transformatie waarbij tevens een nieuw busstation is gerealiseerd. De bakstenen wand van het spoorlichaam waar de wachtende buspassagiers op uitkijken, biedt nu plek aan het kunstwerk van Jan Dijker; weliswaar losgezongen van de oorspronkelijke architectonische context, maar wel stralend en ingekaderd met vergelijkbare onderslagbalk en omlijsting als bij de oorspronkelijke situatie.
Er komt heel wat bij kijken om een complex samengesteld kunstwerk van dit formaat te herplaatsen: een locatie vinden, afstemmen met de erven, toestemming van ProRail en: restauratie, reconstructie en inpassing. Te beginnen met een gedetailleerd haalbaarheidsonderzoek met werkplan voor de 20.000 kilo wegende 86 betonnen onderdelen, uitgevoerd in 2023 door CAHO ateliers. Cepezed maakte vervolgens een ontwerp voor inpassing en raakte uiteindelijk betrokken bij de reconstructie van alle onderdelen; geen sinecure met veel ‘missing-links’ en weinig documentatie. De tussenliggende sgraffiti die bij de demontage niet konden worden behouden, zijn door CAHO ateliers opnieuw gemaakt. Voor de twee delen waarbij documentatie ontbrak, is een interpretatie gemaakt. Bij het hele voorbereidingstraject adviseerden Rijksdienst voor Cultureel erfgoed en Bureau Spoorbouwmeester.
Veel kunstwerken uit de wederopbouw kwamen tot stand door percentageregelingen van de overheid. Ze getuigen van een cultureel maatschappelijk verlangen en optimisme om de wereld mooier en beter te maken. De idee was dat iedereen in aanraking moest kunnen komen met kunst. Rijk, gemeenten en provincies stuurden aan op een nauwe samenwerking tussen architect en kunstenaar. Deze kunst was bij voorkeur nagelvast geïntegreerd in het gebouw (mozaïek, glas-in-lood, sgraffito etc) en in het dagelijks leven (tapijten, tafels, stoelen en interieur-onderdelen). Wanneer die gebouwen ingrijpend gewijzigd of gesloopt worden, raakt dit ook het voortbestaan van het kunstwerk. In dit geval kon het kunstwerk van Jan Dijker - schoolvoorbeeld van in de architectuur geïntegreerde kunst van na de oorlog - in 2026 succesvol worden herplaatst.