Bouwsculpturen op de traverseStation Amersfoort

Het huidige stationsgebouw van Amersfoort dateert uit 1997. De reizigerstraverse bevat zes bouwsculpturen die herinneren aan het oude station: een ontwerp van architect Dirk Margadant dat dienstdeed tussen 1901 en 1995. Na de sloop van het oude stationsgebouw bleven de bouwornamenten bewaard. Ze kregen een nieuwe plek aan weerszijden van de entrees tot de liften en de eilandperrons. De hoge sokkels zijn gemaakt van glas en staan op een rechthoekige voet van zwart graniet. De bouwsculpturen zijn paarsgewijs opgesteld: twee eenvoudige kruisbloemen aan weerszijden van de zuidelijke lift, een geornamenteerde kruisbloem en een halfbeeld van een haan bij de middelste lift en een waterbekken en een zeshoekig bouwornament bij de noordelijke lift.
Het merendeel van de bouwsculpturen heeft geen specifieke betekenis die verbonden is met het spoor. Uitzondering vormt de haan. Deze werd vaker gebruikt ter decoratie van stations. Zo komt hij ook voor op de gevel van het stationsgebouw van Groningen en op de perrongebouwen in Haarlem. De haan heeft een meervoudige betekenis. Zo is het is een van de attributen van Mercurius: de Romeinse god die algemeen gebruikt werd in de iconografie van de spoorwegen. Ook staat de haan – kraaiend bij zonsopgang – symbool voor waakzaamheid en stiptheid: twee kenmerken die de spoorwegondernemingen van oudsher graag uitdragen. Als symbool van het aanbreken van de nieuwe dag refereert de haan bovendien naar de moderne tijd. De industrialisatie en spoorwegen zouden grote welvaart brengen. 
De hardstenen bouwsculpturen stonden voorheen op het dak en op de toren van het oude stationsgebouw. De haan bevond zich in de gevel direct onder de klok in de toren van het station. De twee eenvoudige kruisbloemen stonden op de twee topgevels tussen de entree en de toren. De geornamenteerde kruisbloem bekroonde de topgevel van de entree. Het waterbekken is een van de twee bekkens die aan weerszijden van de middelste topgevel waren aangebracht. Het zeshoekige ornament met horizontale groeven was een van de twee ornamenten die aan weerszijden van de gevel stonden, boven de hoofdingang.

De sculpturen zijn gemaakt door Pierre Elysée (Emil) Van den Bossche (1849-1921). Deze van oorsprong Belgische beeldhouwer was opgeleid aan de École des Beaux Arts in Brussel. Van den Bossche kwam naar Nederland als assistent van de eveneens Belgische beeldhouwer Eduard Colinet die doceerde aan de kunstnijverheidsschool Quellinus in Amsterdam. Van den Bossche maakte veel beeldhouwwerk voor kerken, waaronder de Amsterdamse Mozes en Aäronkerk. Hij werkte vaker voor de spoorwegen, onder meer aan de stations Vlissingen, 's-Hertogenbosch en Den Haag HS. In 1893 richtte hij samen met Willem Crevels het Atelier Van den Bossche en Crevels op. Dit atelier vervaardigde onder andere het beeldhouwwerk op de Gouden Koets.

Bronnen

W. van Leeuwen en H. Romers, Een spoor van verbeelding. 150 jaar monumentale kunst en decoratie aan Nederlandse stationsgebouwen, 1988, pp. 37, 77-78.
www.stationsinfo.nl, geraadpleegd op 1 november 2018.