Zwevende keiStation Dalfsen

In het kader van het kunstprogramma Kunstlijn zijn twee werken gerealiseerd die de architectuur en de landschappelijke ligging benadrukken. Een glazen tweeluik in de oostelijke zijgevel van Gerard Merz (1992) en de in 2000 geplaatste Zwevende Kei van Bas Maters aan de andere kant van de spoorlijn verbinden het station en de laan.

Het stationsgebouw van Dalfsen stamt uit 1902. Het is er één in een reeks die Eduard Cuypers  bouwde voor de Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij (NOLS) als onderdeel van de lijn Zwolle-Ommen. Behalve architectonisch heeft het station een belangrijke stedenbouwkundige waarde. Dit komt door de ligging buiten de dorpskom aan de overzijde van de Vecht, aan het einde van een met bomen beplante laan. 

Op een heuvel naast het station in Dalfsen staat een kunstwerk van Bas Maters met een sacrale uitstraling. Op een zuil balanceert in een uitgekiende balans een grote kei. Rondom liggen ‘zwerfkeien’. Het is ogenschijnlijk een bouwwerk uit de oudheid: een door mensenhanden gestapelde ‘rots’ op een antieke zuil. Het sacrale karakter wordt versterkt door de positionering op een kunstmatige heuvel in het grasland. Deze heuvel werd in 2000 aangelegd door de Dienst Landelijk Gebied in het kader van het landinrichtingsproject ‘Marshoek-Hoonhorst’.
Maters creëerde met dit kunstwerk een landmark: het werk trekt al van veraf de aandacht. Publiek wordt uitgenodigd het kunstwerk dichtbij te bekijken. De weide eromheen, waarin schapen grazen, is open voor publiek. Nabij vallen de details op. Het ruwe rotsblok bevat een rond gat dat van groeven is voorzien. De zuil waarop de rots balanceert, heeft cannelures en eenzelfde diameter als het gat in de rots. De vorm en de groeven van de zuil passen precies in het rotsblok. Ze lijken voor elkaar gemaakt. 
Net als de heuvel waarop het kunstwerk staat zijn ook de zwerfkeien en de zuil kunstmatig. De zwerfkeien zijn van beton; de zuil is niet antiek maar 21e-eeuws. Ook de stapeling is geen uitgekiende balans. Zonder verankering zou de stapeling instorten. De zwaartekracht wordt een handje geholpen door een ondergrondse staalconstructie.

Bas Maters (1949-2006) studeerde monumentale vormgeving aan de Academie van beeldende kunst en nijverheid in Arnhem. Hij werd vooral bekend als omgevingskunstenaar. Maters was lid van de Groep Abals en Teldesign en heeft gedoceerd aan de afdeling Architectuur, Vormgeving en Monumentaal van de Arnhemse academie. Maters maakte meer werken in de publieke omgeving die lijken te balanceren: Witte Zwanen, zwarte zwanen in Delft (1991) en De poort van Nieuwegein uit 1997.

Kunstlijn, kunstwegen

In 1989 startte NS, die dat jaar het 150-jarig bestaan van het Nederlandse spoor vierde, een samenwerkingsverband met de Stichting Beeldenroute Overijssel en de Tentoonstellingsdienst Overijssel. Er werd een kunstroute ingericht met kunstwerken op en rond stations langs de spoorlijn Zwolle-Emmen. Aanvankelijk kreeg het initiatief de naam Kunstlijn. Het project werd aangekondigd als ‘het meest langgerekte openlucht-kunstmuseum’. De kunst die in en rond de elf stations tussen Zwolle en Emmen werd gerealiseerd diende onder meer het kunsttoerisme per trein te bevorderen. 

Naast de twee kunstwerken in Dalfsen zijn rondom de stations Zwolle, Ommen, Mariënberg, Hardenberg en Gramsbergen zijn werken te vinden van David Kessler, Jan van Munster, Alwie Oude Aarninkhof, Joseph Kosuth, Rien Monshouwer, Lawrence Weiner, Nan Hoover, Tine van de Weyer en Braco Dimitrijević.

In 2000 werd Kunstlijn voortgezet in het project Kunstwegen. Kunstwegen strekt zich uit van Zwolle tot Nordhorn, Duitsland. Stichting Kunstwegen sloot een Europees samenwerkingsverband met Duitse overheden en culturele instellingen. Inmiddels maken aan Nederlandse zijde ruim 75 kunstwerken onderdeel uit van de 132 kilometer lange route. Nog altijd wordt de route uitgebreid met nieuwe aanwinsten en initiatieven. In Gramsbergen is een informatiecentrum gevestigd. 

Bronnen

H. Meutgeert, ‘Beelden vanuit de trein’, Leidsch Dagblad, 22 juni 1989.
De Volkskrant, 21 juni 1989.
www.kunstwegen.nl, op 24 april 2018.