VredeStation Roosendaal

Na de oorlog kreeg architect Sybold Van Ravesteyn opdracht de beschadigde stationscomplexen in het zuiden van het land te herstellen. In maart 1949 werd het gerenoveerde grensstation Roosendaal als één van de eersten opgeleverd. Van Ravesteyn drukte zijn stempel op het stationscomplex door nieuwe elementen toe te voegen: het pleinontwerp inclusief herdenkingspylon, het ketelhuis en de muur met poort die naar los- en laadterrein leidde. Van oud en nieuw maakte hij een ensemble. De ervaring van het geheel werd versterkt door de acht beelden die Jo Uiterwaal op aanwijzing van Van Ravesteyn voor het stationscomplex maakte.


Op het plein liet Van Ravesteyn een herdenkingspyloon plaatsen met bovenop een beeld van Uiterwaal. Het stelt een halfliggende vrouwenfiguur voor met een toorts in haar rechterhand. Zij personifieert Vrede. Vrede wordt omringd door gewassen, bladeren en bloemkelken. De pyloon staat midden in een grasperk tussen het oude gebouw van Van Heukelom en de nieuwe muur die Van Ravesteyn voor het laad- en losterrein liet plaatsen. Door zijn plek en hoogte, is de pyloon het focuspunt van het stationsplein.
Onderaan de kolom is een koperen plaquette bevestigd. Met de plaquette worden negentien personeelsleden van de spoorwegen herdacht die vielen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vergelijkbare plaquette zijn door het hele land te vinden. Ze werden ontworpen door architect Herman Schelling (1888-1978) die werkzaam was bij de spoorwegen.

Uiterwaal modelleerde de beelden in zijn atelier in Utrecht. Daar sneed hij ze in stukken en holde ze uit. De beelden werden in een crèmekleur geglazuurd. Alle losse delen werden vervolgens gebakken bij de firma Goedewaagen’s Koninklijke Hollandse Aardewerkfabriek in Gouda. Daarna werden ze weer aan elkaar gehecht. De naden tussen de delen zijn nog duidelijk te zien. De beelden rusten op geprofileerde natuurstenen consoles die in de gevels zijn aangebracht.

Johannes Wilhelmus (Jo) Uiterwaal (1897-1972) was de zoon van een houtsnijder. Hij kwam in de leer bij de Utrechtse beeldhouwer A.J. Dresmé die op zijn beurt leerling was van Joseph Mendes da Costa. Uiterwaal voerde ook werk uit van Mendes da Costa in het atelier van Dresmé. Samen met zijn broer Steph ging Jo naar de avondopleiding aan de Kunstnijverheidsschool in Utrecht. Zijn leraar daar was Willem van Leusden. Hij maakte in die periode kubistisch beeldhouwwerk en ontwierp met Gerrit Rietveld enkele meubels. In de crisisjaren verliet hij deze moderne stijl en stapte over naar een traditioneler figuratief werk. In 1933 ontmoette hij Van Ravesteyn. Sindsdien werkten ze veel samen. In de samenwerking vervolgde Van Ravesteyn de hoofdrol: hij bepaalde waar welk beeld moest komen. Rond 1928-29 maakte Uiterwaal een serie beelden getiteld ‘Dansfiguren’. Het Centraal Museum in Utrecht heeft ze aangekocht. Het zijn sterk gestileerde, bijna abstracte figuren van hout, metaal en glas, elk ongeveer 40 centimeter hoogte. Niets in dit werk doet denken aan de beelden die hij maakte voor de Nederlandse stations. Het werk dat hij in opdracht maakte, was veel figuratiever en traditioneler dan zijn vrije werk. Ander werk van Uiterwaal is het Drama van Benschop: een oorlogsmonument uit 1945.

Bronnen

W. van Leeuwen en H. Romers, Een spoor van verbeelding. 150 jaar monumentale kunst en decoratie aan Nederlandse stationsgebouwen, 1988, pp. 121-123.
D. Broekhuizen, Cultuurhistorische waardestelling station Roosendaal, 2014.
Crimson Architectural Historians, Urban Fabric, De collectie bijzondere stationsgebouwen in Nederland, Rotterdam, 2009, p. 110.
H. Romers, De spoorwegarchitectuur in Nederland 1841-1938, Zutphen, 1981.
www.nicospilt.com
www.bonas.nl
www.cultureelerfgoed.nl