Vogels en gevleugeld wielStation Maastricht

Charles Eyck ontwierp in 1949 nieuwe glas-in-loodramen voor de gevel van station Maastricht. Ze vervingen de ramen die in de Tweede Wereldoorlog verloren gingen. Deze oorspronkelijke ramen waren van de hand van Jan Schouten van Atelier 't Prinsenhof in Delft. Schouten maakte ook de ramen voor de stationshal in Haarlem. 
In 1949 kwam de elektrificatie van de spoorlijn Maastricht – Heerlen en Maastricht – Roermond gereed. 22 glas-in-loodramen in de stationshal van Maastricht vieren dit moment. Ze waren een geschenk van de gemeenten die aan de spoorlijn liggen. Het thema van de ramen is Limburgs Welvaart.
De stationshal van Maastricht bevat vier toegangsdeuren. Eyck voorzag de bovenlichten van nieuwe glas-in-loodramen: een groet aan de reiziger. 

Bovenlichten

De bovenlichten van Eyck zijn vrij donker. Dat komt door de kleur van het glas en de hoeveelheid grisailleverf die hij erop aanbracht. De vormen zijn dynamisch en expressief: de letters dansen, de figuren drukken beweging uit en lijken met een snelle hand te zijn geschilderd. Daarmee contrasteren ze met de statische en expressieloze schilddragers die van Eyck ontwierp voor de ramen in de stationshal.

Vanuit de hal gezien is boven de rechterdeur een dynamisch gevleugeld wiel afgebeeld. Het wiel rolt schuin door het beeld en wordt omringd door bliksemschichten. De vleugels van het wiel ogen als vogelvleugels. De veren zijn gedetailleerd met grisailleverf op het glas geschilderd. Het metaal van het treinwiel is weergegeven door grijs glas en glanzende ‘highlights’. De overige kleuren van het glas zijn overwegend paars en goudgeel. De achtergrond van de afbeelding bestaat uit gefragmenteerd glas in diverse vormen. 
In het bovenlicht van de linkerdeur is een vlucht vogels afgebeeld. Vijf vogels vliegen met opengesperde bek van rechts naar links. Ze zijn enigszins naïef voorgesteld. 
De bovenlichten boven de middelste twee deuren hebben de opschriften ’Welkom’ (links) en ‘Goede reis’ (rechts). De dansende letters van het opschrift ‘Welkom’ zijn oranje. De letters worden omringd door eikentakken. Ze verwijzen naar het Limburgs volkslied Limburg mijn Vaderland waarvan de eerste regel luidt: “Waar in ’t bronsgroen eikenhout, ’t nachtegaaltje zingt”. Ook het opschrift ‘Goede Reis’ is oranje. Rond de letters groeien hopranken. De achtergrond is paars-lila gekleurd. Ook hier is het glas gefragmenteerd in diverse vormen. 

Veranderende logistiek

De architect van het station Maastricht, Van Heukelom, ontwierp de entree oorspronkelijk voor een gereguleerde reizigersstroom. De reizigers die met de trein aankwamen op het station, maakten gebruik van de buitenste twee deuren die fungeerden als uitgang van de stationshal. De middelste twee deuren bestemde hij als toegangsdeur tot de stationshal. Dit principe is nog afleesbaar van de tegeltableaus boven de deuren. Boven de uiterst linkse deur staat te lezen ‘Reisgoed’. Deze deur leidde naar de elders gelegen bagageruimte. Boven de uiterst rechtse deur staat ‘Uitgang’ vermeld. De middelste twee deuren hebben geen aanduidingen. Zij werden niet gebruikt om de hal te verlaten maar om hem van buitenaf te betreden. Na de oorlog is deze logistieke scheiding opgeheven. Charles Eyck bracht de opschriften ‘Welkom’ en ‘Goede Reis’ aan boven de middelste twee deuren. De tekst is leesbaar vanuit de stationshal. Daaruit kunnen we concluderen dat de middelste twee deuren in 1949 ook gebruikt werden door de reizigers die de stationshal verlieten. 

Charles Eyck

Charles Hubert (Charles) Eyck (1897-1983) was eerst werkzaam als plateelschilder bij de aardewerkfabriek Céramique in Maastricht. Hij studeerde aan de Academie voor Beeldende Kunsten van Rotterdam en volgde de opleiding monumentale kunst van de Rijksacademie te Amsterdam. Hij werkte als wandschilder, glazenier en schilder. Eyck ontwikkelde een expressionistische stijl die hij tot 1940 hanteerde. Nadien verving hij zijn zwierige lijnen veelal door strakkere patronen. Mensfiguren gaf hij vaak een wat starre houding met maskerachtige gelaatstrekken. Zijn kunst bleef figuratief. In 1922 won Eyck de Prix de Rome. Na een kort verblijf in het buitenland keerde hij terug naar Maastricht en omgeving. Veel van zijn glaskunst bevindt zich in de provincies Limburg en Noord-Brabant. Zijn bekendste werk is het bevrijdingsglas in de Sint-Janskerk van Gouda (1947). Voor het Centraal Station in Utrecht maakte hij ter gelegenheid van 100 jaar spoorwegen een herdenkingsbeeld dat nu in het Spoorwegmuseum staat.

 

Bronnen

Haagsche Courant, 20 september 1939.
A. den Boer en J. Klink, Glaskunst in Nederlandse stations, Spoorbeeld, 2014, pp. 56-57.
W. van Leeuwen en H. Romers, Een spoor van verbeelding. 150 jaar monumentale kunst en decoratie aan Nederlandse stationsgebouwen, 1988, p. 49, 118.
SteenhuisMeurs, Cultuurhistorische waardestelling station Maastricht, 2014.