VerverschingenStation Amsterdam Centraal

De oorspronkelijke schilderingen in de wachtruimtes voor de derde klasse zijn aan het oog onttrokken  en mogelijk verloren gegaan, maar het is wel bekend waaruit de decoratie bestond. Er was een ruimte met buffet (Ververschingen) en een wachtkamer voor vrouwen en reizigers die niet rookten. Net als in de andere wachtruimtes waren ook hier moralistische spreuken op de wanden geschilderd die aanzetten tot hard werken en gematigdheid.

In de boogtrommel boven de ingang van buffet  was een schild met attributen van de ambachten rond voeding, kleding en huisvesting geschilderd: tarwe en druiven, een schietspoel en garen, winkelhaak, hamer, beitel en troffel. Rond het schild waren tarwe, hop en hennep verbeeld. Bij deze schildering de spreuk: “Die een penninck wint ende behout / Die mach ‚t verteren als hi wort out. / Had ick dat bedocht in mine jonge dagen / So dorst ick het in min outheit niet beklagen.”
Ook een andere spreuk, boven het buffet, zette aan tot gematigdheid en hard werken:  “Den mensch moet nu en dan sijn eyghen selfs ververschen, Hebt ghij geen smeer ghereedt, uw wagens, molens, persen, Zij loopen niet, een licht slaat al den boel in brandt; De lamp behoeft van outs wat oly uyt uw handt: Waer aff-gaet, dat kortop: drinck dus om aen te vullen, Maar neem uw lafenis bij glasen niet bij pullen.
Op de wanden zijn de kaarten van Nederland en Midden-Europa schaal geschilderd. Tegenover het buffet bevond zich de plattegrond van Amsterdam, met stadsgezichten met de Amstel en het IJ, door twee figuren geflankeerd: een schilddrager met het oude zegel van Amsterdam, het koggeschip, en de Stedenmaagd met het wapenschild.

De voormalige wachtkamer derde klasse was eenvoudig gedecoreerd. Boven de deur stond: “Alwaer gij siet, denckt wat gij doet. Al wat gij doet, denkt aan het einde." Bij een recente restauratie is hier de eerste dichtregel van Bericht aan de reizigers van Jan van Nijlen uit 1935 aangebracht. De vormgeving van de letters en de omkadering refereert aan de overige schilderingen in het stationsgebouw maar is moderner en eenvoudiger. In gotische letters staat te lezen: “Bestijg den trein nooit / zonder Uw valies met dromen / Jan van Nijlen.” De dichtregel is omkaderd met een eenvoudig ornament. Het verschilt van de cartouches met rol- en bandwerk van de overige schilderingen.

Cuypers regisseerde het decoratieprogramma tot in detail. Bij de keus voor het decoratieprogramma kreeg hij advies van zijn zwager Joseph Alberdingk Thijm (1820-1889) en Victor De Stuers (1843-1916). Beide waren vertegenwoordigers van een internationale beweging die invloeden uit de middeleeuwse cultuur en bouwkunst vertaalde naar ‘de nieuwe tijd’. Schrijver/dichter Alberdingk Thijm (1820-1889) had grote kennis van de Middeleeuwse cultuur en van iconografie. Hij schreef bovendien de dichtregels en moralistische boodschappen die op veel plekken in (en op) het gebouw terug te vinden zijn. De schilderingen werden ontworpen door de Oostenrijkse schilder Georg Sturm (1855-1923). Hij maakte de kartons die als voorbeeld dienden voor de daadwerkelijke realisatie. De schilderingen werden aangebracht door decoratieschilders. J. Visser jr. (1856-1938) voerde de werken in de corridors uit. Daarnaast waren mogelijk decoratieschilders van het atelier van Gerrit Hendrik Heinen (1851-1930) betrokken.
Wie de dichtregels van Jan van Nijlen schilderde is niet bekend.

Bronnen

Centraal station. Algemeen Handelsblad, 12 oktober 1889.