Veiligheid, Snelheid en de SpoorwegmaatschappijStation Roosendaal

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg Architect Sybold van Ravesteyn de opdracht om de beschadigde stationscomplexen in het zuiden van het land te herstellen, waaronder station Roosendaal. In maart 1949 werd het gerenoveerde station opgeleverd. De entree, de kantoren en de dienstwoningen werden vernieuwd. Was in het oude stationsgebouw de entree de hoogste gevel van het complex, na de renovatie door Van Ravesteyn werd het de laagste gevel. Om de entreepartij te markeren liet hij drie grote beelden op de gevel aanbrengen. Ze verbeelden de Spoorwegmaatschappij en de kernwaarden van het spoor: Snelheid en Veiligheid. De beelden werden gemaakt door Jo Uiterwaal op aanwijzing van Van Ravesteyn. Uiterwaal maakte voor station Roosendaal ook de beelden boven de poort naar het los- en laadterrein, rondom het ketelhuis en op de pyloon. Ze zijn allen uitgevoerd in geglazuurde chamotte en rusten op geprofileerde natuurstenen consoles die in de gevels zijn aangebracht.

De beelden in de gevel vormen een eenheid. We zien drie de vouwen, gekleed in klassieke gewaden. Hun houding is star en hun blik is vast op de einder gericht. In hun handen en aan hun voeten zijn voorwerpen weergegeven met een symbolische betekenis.
In het midden staat een beeld van een halfblote vrouw. Ze wordt omringd door graan. In haar rechterhand houdt zij een gevleugeld wiel. Zij personifieert de Spoorwegmaatschappij.
De twee beelden links en rechts van haar staan lager op geprofileerde hardstenen consoles die bevestigd zijn aan de gevel. Links staat een vrouwfiguur die een handgebaar maakt. Aan haar voeten knielt een kind. De vrouw is de personificatie van Veiligheid. De vrouwfiguur rechts aan de gevel is de personificatie van Snelheid. Ook zij maakt een handgebaar. Ze heeft een hinde aan haar voeten.

Uiterwaal modelleerde de beelden in zijn atelier in Utrecht. Na het modelleren sneed hij de beelden in stukken en holde ze uit. Daarna werden ze in delen gebakken bij de firma Goedewaagen’s Koninklijke Hollandse Aardewerkfabriek in Gouda. De gebakken delen werden vervolgens weer aan elkaar gehecht. De naden tussen de delen zijn nog duidelijk te zien. De beelden werden geheel geglazuurd in een kleur: crème.

Johannes Wilhelmus (Jo) Uiterwaal (1897-1972) was de zoon van een houtsnijder. Hij kwam in de leer bij de Utrechtse beeldhouwer A.J. Dresmé die op zijn beurt leerling was van Joseph Mendes da Costa. Uiterwaal voerde ook werk uit van Mendes da Costa in het atelier van Dresmé. Samen met zijn broer Steph ging Jo naar de avondopleiding aan de Kunstnijverheidsschool in Utrecht. Zijn leraar daar was Willem van Leusden. Hij maakte in die periode kubistisch beeldhouwwerk en ontwierp met Gerrit Rietveld enkele meubels. In de crisisjaren verliet hij deze moderne stijl en stapte over naar een traditioneler figuratief werk. In 1933 ontmoette hij Van Ravesteyn. Sindsdien werkten ze veel samen. In de samenwerking vervolgde Van Ravesteyn de hoofdrol: hij bepaalde waar welk beeld moest komen. Rond 1928-29 maakte Uiterwaal een serie beelden getiteld ‘Dansfiguren’. Het Centraal Museum in Utrecht heeft ze aangekocht. Het zijn sterk gestileerde, bijna abstracte figuren van hout, metaal en glas, elk ongeveer 40 centimeter hoogte. Niets in dit werk doet denken aan de beelden die hij maakte voor de Nederlandse stations. Het werk dat hij in opdracht maakte, was veel figuratiever en traditioneler dan zijn vrije werk. Ander werk van Uiterwaal is het Drama van Benschop: een oorlogsmonument uit 1945.

Bronnen

Crimson Architectural Historians, Urban Fabric, De collectie bijzondere stationsgebouwen in Nederland, Rotterdam, 2009, p. 110.
Dolf Broekhuizen, Cultuurhistorische waardestelling station Roosendaal, 2014
H. Romers, De spoorwegarchitectuur in Nederland 1841-1938, Zutphen, 1981.
W. van Leeuwen en H. Romers, Een spoor van verbeelding. 150 jaar monumentale kunst en decoratie aan Nederlandse stationsgebouwen, 1988, pp. 121-123.
www.nicospilt.com
www.bonas.nl
www.cultureelerfgoed.nl