Station Zutphen

Station Zutphen is onderdeel van De Collectie. Op basis van de afspraken tussen NS en Prorail is op dit station een cultuurhistorisch onderzoek en waardestelling van toepassing. Lees onderstaand de algemene omschrijving van het station uit de publikatie De Collectie van 2008.

In drie van zijn vijf naoorlogse stationsgebouwen (Hengelo, Arnhem en Zutphen) heeft H.G.J. Schelling het zogenaamde doorgangsstation kunnen realiseren; zijn ideale oplossing voor de ontmoeting tussen verkeersstromen vanuit de stad en de hoger gelegen spoorlijnen. Een doorgangsstation is een station waarvan het voorplein, het stationsgebouw en de tunnels op een gelijk niveau liggen, zodat de reiziger zonder extra trappen te moeten nemen bij zijn doel komt: de trein op het perron. Door alle trappen te elimineren, behalve die vanuit de reizigerstunnel naar de perrons, wordt de route zo vloeiend mogelijk gemaakt. Om deze gelijke peilhoogtes in Zutphen te behalen, werd het niveau van het voorplein verlaagd. Doordat een groot deel van het plein verwoest was tijdens de oorlog, kon dit vrij gemakkelijk tot stand gebracht worden. Het gebouw zelf bestaat uit een ontvangstgebouw met aan weerszijden een smalle, korte zijvleugel. De reizigerstunnel sluit in het midden van de hal op het gebouw aan.

Net als de andere naoorlogse stations van Schelling is Zutphen opgetrokken uit een gewapendbetonconstructie die is opgevuld met geprefabriceerde betonnen onderdelen. Kenmerkend voor de stijl van Schelling zijn bovendien de opvallende, symmetrische entreepartijen en voorgevels, die worden benadrukt door luifels en slanke zuilenpartijen. Het stationsgebouw van Zutphen wijkt echter in stijl en lay-out frappant af van zijn meest exemplarische stations (Enschede, Hengelo, Leiden). Het gebouw is het meest modernistische van de vijf. Het eerste dat opvalt is het ontbreken van classicistische details als cannelures in de zuilen en van de veelvuldig gebruikte claustra’s. De prefabelementen zijn hier glad uitgevoerd en vormen simpele gesloten wanden naast de grote glazen voorpui. Deze glazen entreepui beslaat de volledige hoogte en breedte van de ontvangsthal, zodat het gebouw zich opent naar de stad en de reizigers die er vandaan stromen. De entree wordt benadrukt door een luifel met twee rijen uitermate slanke zuilen en geflankeerd door twee naar achter gelegen open pergola’s en nog eens geaccentueerd door betonreliëfs van beeldhouwer Ben Guntenaar (1922) aan weerszijden van de hoofdingang. In tegenstelling tot andere stations van Schelling heeft station Zutphen geen klokkentoren gekregen, maar is de klok in de glazen pui boven de entree gevat. Opvallend in de ruimtelijke structuur is de hal, die over twee verdiepingen doorloopt. Hierin is station Zutphen vergelijkbaar met de modernistische stations van Venlo, Eindhoven en Rotterdam CS. De kantoren op de verdieping worden onderling verbonden door een galerij met een ruim bordes, zodat het personeel en de reizigers uitzicht hebben op elkaar en het kantoorpersoneel onder het werk een blik kan werpen op de stad die door het station wordt ontsloten.