Station Zandvoort aan Zee

Station Zandvoort aan Zee is onderdeel van De Collectie. Op basis van de afspraken tussen NS en ProRail is op dit station een cultuurhistorische waardestelling van toepassing. Lees onderstaand de algemene omschrijving van het station uit de publikatie De Collectie van 2008.

De Haarlem-Zandvoort Spoorwegmaatschappij wilde het vissersdorp Zandvoort ontwikkelen tot een badplaats voor Amsterdammers door de aanleg van een spoorlijn. Vanaf 1881 was deze verbinding een feit. Destijds reed de trein in Zandvoort een houten station binnen, dat het uiterlijk van twee flinke schuren had. Dit station werd in 1908 vervangen door een monumentaal baksteen gebouw. Het ontwerp was waarschijnlijk van D.A.N. Margadant, de architect van de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij. De HIJSM had in 1889 de exploitatie van de lijn overgenomen.

Margadant ontwierp gedurende zijn loopbaan bij de HIJSM een reeks opvallende stations, zoals Den Haag HS, Haarlem, Bloemendaal en Amersfoort (gesloopt). Het station van Zandvoort heeft overeenkomsten met de stations van Haarlem en Amersfoort. Het gebouw oogt groot voor het eindpunt van een enkele spoorlijn. Die maat past echter goed bij de toenmalige ambities om van Zandvoort een badplaats van belang te maken, met een strandboulevard en grote hotels. Het station is aan de voorzijde opgebouwd uit vier gebouwen aan elkaar, elk met een eigen functie: goederen, stationshal, perrons en kantoren. Alleen boven de stationshal is een tweede verdieping met een woning, aan het kantoorgedeelte is een toren toegevoegd.

Vanwege de locatie op de duinrand liggen de sporen een verdieping lager, het stationsgebouw heeft hier wachtkamers en toiletten. Vanaf de perrons doet het station zich enorm groot voor. Geen badgast die hier aankwam, zou ooit nog het idee kunnen hebben in een visserdorp te zijn beland. Bijzonder aan station Zandvoort is dat de grootsheid niet is ontleend aan de monumentaliteit van een symmetrisch opzet met een hal en zo lang mogelijke zijvleugels, zoals gebruikelijk bij stationsgebouwen. Hier is gekozen voor een ensemble van gebouwdelen, met elk hun eigen uiterlijk. De samenhang zit niet in het silhouet of de compositie van de gebouwen op zich, maar in de doorgaande plint met een lange rij toegangsdeuren. Het station is meer een stedelijk element dan een monumentaal object in het duingebied.