Station Winschoten

Station Winschoten is onderdeel van De Collectie, tevens behoort het tot een reeks standaardstations. Op basis van de afspraken tussen NS en ProRail is op dit station een specifieke en een algemene cultuurhistorische waardestelling van toepassing.  Lees onderstaand de algemene omschrijving van het station uit de publicatie De Collectie van 2008.

Station Winschoten werd gebouwd in 1865 door de Staatsspoorwegen, volgens het standaardontwerp derde klasse van K.H. van Brederode. Het is gelegen aan Staatslijn b van Harlingen naar Nieuweschans, die Friesland en Groningen onderling verbond. Vanwege het belang van Winschoten als handelsstad werd gekozen voor een station van de derde klasse. Daarmee stond Winschoten aan deze spoorlijn op gelijke hoogte met Harlingen en Leeuwarden.

Het station bestaat uit een hoog, vooruitspringend middendeel en twee lagere zijvleugels. In het centrale bouwdeel bevonden zich de kantoren en de kaartverkoop. De vleugels waren onder andere ingericht met de wachtkamers in de diverse klassen. Vergeleken met stations van de eerste en tweede klasse is dit type minder lang en is het middendeel compacter.

Het ontwerp van de stations van de derde klasse werd in de loop van de jaren aangepast. Al na een paar jaar ontwikkelde Van Brederode een verbeterde versie, in een classicistische uitvoering. Station Meppel is hier een voorbeeld van. In een volgende fase van de spooraanleg werd het station derde klasse nogmaals opnieuw ontworpen, op ongeveer dezelfde plattegrond. Ditmaal gebeurde dat in neorenaissancestijl, die onder meer in Sneek is te zien. Hoewel Winschoten een station heeft van de eerste generatie, is het toch later gebouwd dan Meppel. Waarschijnlijk was de bouw van het station al eerder aanbesteed.

Net als de meeste standaardstations ontkwam ook het station in Winschoten niet aan verbouwingen. In 1904 werd aan de linkervleugel een wachtkamer derde klasse en aan de voorgevel een tochtportaal voor de ingang toegevoegd. Later werden de gevels van de bovenverdieping bepleisterd. Het tochtportaal werd in het laatste kwart van de twintigste eeuw vervangen door een portaal van staal en plaatmateriaal. Ondanks deze wijzigingen is het station beter bewaard dan de andere stations derde klasse die nog overgebleven zijn.