Station Venlo

Station Venlo is onderdeel van De Collectie. Op basis van de afspraken tussen NS en ProRail is op dit station een cultuurhistorische waardestelling van toepassing. Lees onderstaand de algemene omschrijving van het station uit de publikatie De Collectie van 2008.

Station Venlo, dat door een directe ligging aan de Duitse grens oorspronkelijk ook als grensstation diende, is gebouwd als onderdeel van een wederopbouwplan voor het centrum van Venlo, dat in 1944 door bombardementen was getroffen. Het oude stationsgebouw uit 1865 werd daarbij vervangen door een nieuw station dat beter paste bij de moderne aspiraties van de Limburgse provinciestad.

Het stationsgebouw is in zijn verschijning en ruimtelijk concept verwant aan station Eindhoven, ook een ontwerp van Van der Gaast. De architect wilde het grensstation om twee redenen tot een monumentaal en opvallend bouwwerk maken. Enerzijds vormde het station in het algemeen het visitekaartje van het nieuwe, moderne Venlo, maar tegelijkertijd ook van Nederland als natie voor de buitenlandse reiziger die vanuit Duitsland de grens passeerde. Om de zichtbaarheid vanuit de stad en de monumentaliteit van het stationsgebouw te benadrukken, tilde hij het gebouw op tot het niveau van de spoorbaan en ontwierp een opvallende entreepui met een ver uitstekende luifel boven een glaswand. Vanaf het brede bordes heeft de aangekomen reiziger vrij uitzicht op de lager liggende stad. Brede trappen leiden vervolgens naar het stationsplein. Naast het station plaatste hij bovendien als baken een klokkentoren van bijna 24 meter hoog.

Net zoals in Eindhoven spelen verkeersstromen in station Venlo de leidende rol. Het hoofdgebouw bestaat uit een grote entree- en ontvangsthal waaromheen de faciliteiten voor het reizende verkeer zijn gegroepeerd. Aan de voorzijde van de hal zijn de verschillende entrees gesitueerd en aan de achterzijde het plaatskaartenkantoor met de loketten. Hierboven bevinden zich de kantoren langs een balkonpartij die uitzicht biedt op de grote hal. Het open karakter van het gebouw benadrukt de dynamiek van de verkeersstromen door deze zo veel mogelijk zichtbaar te laten. Het restaurant ligt net als in Eindhoven buiten de verkeersstromen, in dit geval aan de zijkant van de hal naast de reizigerstunnel. Door een grote glazen wand kon men rustig vanachter een kopje koffie of een bord soep het komen en gaan in de hal aanschouwen. De grote entreegevel is nog opener dan in Eindhoven (waar het restaurant zich boven de entrees bevindt) en biedt vanuit de hal ongehinderd uitzicht op het Stationsplein. Ook in het restaurant en vanaf het bijbehorende terras ervoor biedt een glazen gevel een weids uitzicht over het stadscentrum van Venlo. Recentelijk is de transparantie van het gebouw enigszins aangetast door het dichtzetten van de wand tussen restaurant en hal, en door de plaatsing van een wand voor de trap die direct vanuit de hal naar de kantorenverdiepingen leidt. Architectonisch gezien kan de constructie van het station beschouwd worden als voorloper van het paraplumodel dat Van der Gaast in Tilburg zou perfectioneren. Ook hier zijn de perronkap, entreeluifel en het stationsdak opgevat als één constructief geheel.