Station Soest

Station Zoest is onderdeel van De Collectie. Op basis van de afspraken tussen NS en ProRail is op dit station een cultuurhistorische waardestelling van toepassing. Lees onderstaand de algemene omschrijving van het station uit de publicatie De Collectie van 2008.

Nederland telde in de negentiende eeuw vele regionale spoorwegmaatschappijen, die vaak maar een of enkele spoorlijnen beheerden. Een voorbeeld hiervan is de Utrechtse Lokaalspoorweg Maatschappij, opgericht in 1896. Deze maatschappij ontwikkelde de spoorlijn van Baarn naar Den Dolder en bouwde daarlangs de stations Baarn (Buurtstation), Soest en Soestdijk. Bij het eindpunt in Den Dolder kon gebruik worden gemaakt van het bestaande station op de lijn van Utrecht naar Zwolle van de Nederlandse Centraal-Spoorweg- Maatschappij (NCS). De banden tussen beide maatschappijen waren nauw. De NCS verzorgde de exploitatie van de lijn Den Dolder-Baarn, totdat beide maatschappijen in 1934 overgenomen werden door de Staatsspoorwegen. Ook in Baarn bestond al een spoorlijn: de verbinding van Hilversum naar Amersfoort van de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HIJSM). Dat de verhoudingen hier wat koeler waren, blijkt uit het feit dat de ULS een apart station op steenworp afstand van het HIJSM-station bouwde. Pas in 1948 kwam er een verbindingsspoor en werd Baarn Buurtstation overbodig.

De drie NCS-stations op de lijn Den-Dolder Baarn werden ontworpen door J.F. Klinkhamer en dateren uit 1897. Klinkhamer was een zelfstandig architect die fabrieken, loodsen en andere utilitaire gebouwen ontwierp. Hij kreeg opdrachten van de spoorsector in Nederland en daarbuiten. Zo bouwde hij een treinstation in Zuid- Afrika, een kantoorgebouw voor de spoorwegen in Nederlands- Indië en het Tweede Administratiegebouw (hgb ii) van de Staatsspoorwegen in Utrecht. In 1899 werd hij benoemd tot hoogleraar architectuur aan de Technische Hogeschool in Delft, waar hij tot aan zijn pensionering in 1924 bleef werken. Hij werd een belangrijke leermeester voor de generatie moderne architecten van voor de oorlog.

Opvallend aan de stations in Baarn, Soestdijk en Soest is dat Klinkhamer er niet voor koos om een ontwerp drie keer te herhalen, zoals gebruikelijk was bij nieuwe spoorlijnen. Hij maakte voor elk station een ander ontwerp. Baarn werd een fors gebouw, Soest ziet er uit als een flinke villa en Soestdijk werd een klein gebouwtje, maar wel voorzien van een koninklijke loge. De stations zijn duidelijk familie van elkaar wat betreft de architectonische vormgeving, zoals het gebruik van de gele decoratieve bakstenen in het rode metselwerk, de overstekende kappen en de perronoverkapping. Tegenwoordig staan alle drie de stations van Klinkhamer op de monumentenlijst.