Station Schagen

Station Schagen is onderdeel van De Collectie, tevens behoort het tot een reeks standaardstations. Op basis van de afspraken tussen NS en ProRail is op dit station een algemene en een specifieke cultuurhistorische waardestelling van toepassing. Lees onderstaand de algemene omschrijving van het station uit de publicatie De Collectie van 2008.

Station Schagen is een exemplaar uit een reeks identieke standaardstations die architect C. Douma tussen 1964 en 1976 voor zeven verschillende plaatsen ontwierp. Dit stationsmodel wordt door de architect zelf getypeerd als het ‘plinttype’, vanwege het hoogteverschil tussen het stationsplein en het stations- en perronniveau. Het niveauverschil wordt opgelost door een onderbouw met brede, zwevende traptreden. De plint werd benadrukt door deze uit te voeren als een visueel zwevende betonplaat waar het glazen gebouw op staat. Het dak heeft dezelfde afmeting als de vloerplaat en sandwicht de grotendeels transparante ruimte ertussen. In opzet en materiaalgebruik lijkt dit stationsgebouw op een architectuurklassieker waarvoor iedere moderne architect in de jaren vijftig en zestig bewondering had: het Farnsworth House van Ludwig Mies van der Rohe, in Plano, Illinois uit 1950.

Douma’s plintstation werd in verschillende afmetingen uitgevoerd, maar bestond steevast uit een langgerekt volume met een gevellengte variërend van 20 tot ongeveer 35 meter, met aan de voorzijde een voorplein en aan de achterzijde de perrons. De horizontale, grotendeels glazen gevelwand wordt onderbroken door een losstaand bakstenen geveldeel, vaak in een sierverband gemetseld, die de transparantie van de gevel doorbreekt. De plattegrond van het plinttype is opgedeeld in twee verschillende gebruikszones. In het gesloten bakstenen gedeelte bevinden zich de privévertrekken zoals berg- en bagageruimtes en de wc’s, terwijl in het open gedeelte juist de publieke ruimtes zijn ondergebracht, zoals een glazen hal met wachtgelegenheid en het kantoor met twee loketten voor de kaartverkoop.

Het platte dak steekt aan de kopse kant ruim over om een royale luifel te vormen boven de ingang. Deze ‘portiek’ vormt tegelijk de toegang tot het perron. Het materiaalgebruik in deze serie standaardgebouwtjes is vergelijkbaar en bestaat hoofdzakelijk uit verschillende soorten geëmailleerde baksteen, stalen puien met borstweringen van geëmailleerd glas en een aluminium daklijst. Het ontwerp gaf op eenvoudige wijze ruimte voor variatie in afmeting en kleur- en materiaalgebruik. Voor elk station werd bovendien een lokale kunstenaar aangetrokken om het gebouw (zij het met minimale middelen) zijn eigen karakter te geven, bijvoorbeeld met een glasmozaïek onder de loketbalie in de wachtkamer.

Andere locaties: Anna Paulowna, Deurne, EttenLeur, Heerhugowaard, Nijverdal.