Station Rotterdam Noord

Station Rotterdam Noord is onderdeel van De Collectie. Op basis van de afspraken tussen NS en ProRail is op dit station een cultuurhistorische waardestelling van toepassing. Lees onderstaand de algemene omschrijving van het station uit de publicatie De Collectie van 2008.

Station Rotterdam Noord is het eerste in een serie stations die Sybold van Ravesteyn na de Tweede Wereldoorlog in Rotterdam realiseerde. Het ging om een nieuw station (geen herstel, wederopbouw of vervanging), dat het geannexeerde Hillegersberg op het spoor moest aansluiten. Rotterdam had zich na de oorlog eenduidig gewend tot een stoer, rationalistisch modernisme, hier zou de naar Italië verwijzende, barokke stijl die Van Ravesteyn in zijn gebouwen tentoonspreidde niet meer goed vallen. De stations die Van Ravesteyn voor Rotterdam ontwierp, vormen in deze periode dan ook een uitzondering in zijn oeuvre. In station Rotterdam Noord greep hij terug naar de Nieuwe Zakelijkheid in zijn werk uit de jaren twintig en ontwierp een voor zijn doen uiterst zakelijk gebouw.

De compositie van rechthoekige volumes bestaat achtereenvolgens uit een bijna kubusvormige bagageruimte, met daarachter geplaatst een hoge (goederen)liftschacht die een sterk verticaal element in het geheel vormt, weer daarachter is de rechthoekige hal geplaatst met daarbovenop een terugspringende rechthoek met een wachtruimte aan het perron. Het geheel wordt afgesloten door een laatste staande rechthoek die het trappenhuis vormt en de reiziger naar het hoger gelegen perron brengt. Het gebouwtje bestaat uit een betonskelet dat is bekleed met gladde gele bakstenen. De grote glasvlakken in de hal en de daarboven gelegen wachtruimte (van glas gevat in ranke metalen sponningen) doorbreken de baksteenmuren. In het trappenhuis zijn van alle kanten de voor Van Ravesteyn kenmerkende ronde ramen uit de gevel gestanst.

Met een paar treden bereikte de reiziger de entree, waarvan de gevel was gemarkeerd met ‘Station Rotterdam Noord’ in losse neonletters. Op het dak was de stationsnaam eveneens te zien in markante losstaande neonletters. Helaas is in de loop der decennia van beide plekken de fraai vormgegeven stationsnaam verwijderd en vervangen door lichtbakken en letters die op de gevel zijn geschroefd. Via de entree betrad men de plaatskaartenhal met links de balie en rechts de grote glaswand, waardoor het daglicht naar binnen kon stromen. Wie rechtdoor liep, kwam bij het met eikenhout gelambriseerde trappenhuis en had boven aangekomen de keuze tussen een wachtruimte en een korte loopbrug die direct naar het perron leidde.

Het andere spoor is via een hoge trap bereikbaar vanaf de straat. Hier is voorzien in een extra wachtruimte: een eenvoudig rechthoekig glazen gebouwtje met een aan de lange zijden overstekend plat dak met een rand die op Ravesteyniaanse wijze omhoogkrult. Ook op dit dak prijkte de stationsnaam in neonletters.
Rond 2000 is het stationsgebouwtje buiten dienst gesteld en is een trap geplaatst die vanaf de straat directe toegang tot het perron verschaft. Het interieur van het gebouw is geweld aangedaan door de loketten eruit te slopen en wanden weg te breken. Nu Rotterdam CS is afgebroken, is dit het laatst overgebleven stationsgebouw van enige betekenis uit Van Ravesteyns bijzondere naoorlogse Rotterdamse reeks.