Station Roosendaal

Station Roosendaal - Foto: Rob 't Hart

Station Roosendaal is onderdeel van De Collectie. Op basis van de afspraken tussen NS en ProRail is op dit station een cultuurhistorische waardestelling van toepassing. Lees onderstaand de algemene omschrijving van het station uit de publicatie De Collectie van 2008.

In 1907 ontwierp spoorwegarchitect G.W. van Heukelom een om - vangrijk stationscomplex voor de grensstad Roosendaal. Toenmalig rijksbouwmeester G.W. Knuttel was verantwoordelijk voor het gevelontwerp, dat gebaseerd was op de traditionele kloostertypologie. Het was een asymmetrisch langgerekt gebouw opgebouwd uit verspringende volumes van verschillende hoogte met een zadeldak. In 1944 werd de rechtervleugel van het station ernstig beschadigd als gevolg van een reeks bombardementen. Daarbij werden onder meer het rechterdeel van de hoge middenpartij met hoofdentree zwaar beschadigd en de aansluitende lage rechtervleugel compleet verwoest. Architect Sybold van Ravesteyn werd gevraagd een nieuwe aansluitende vleugel te ontwerpen die de oorspronkelijke hoofdentree zou vervangen. Van Ravesteyn nam het façadeconcept van Van Heukelom over en stemde ook de architectuurstijl van de nieuwbouw af op de oudbouw; hij koos voor het sobere traditionalisme van de Delftse School en liet zijn gebruikelijke barokke uitbundigheid varen. Naast een uitbreiding van het langgerekte stationsgebouw zelf voegde de architect een reeks losstaande bijgebouwen toe die zo gepositioneerd werden dat er een stationsplein ontstond. De stedenbouwkundige ambitie van het ensemble dat werd gerealiseerd, is dan ook het meest typerend ‘Van Ravesteyn’ van dit complex.

Het sobere bakstenen entreegebouw van Van Ravesteyn sluit direct aan het op oorspronkelijke hoofdgebouw, maar heeft slechts één laag. Een bordes met een zestal traptreden markeert de entree van de stationshal. Naast het openbare gedeelte van het stationsgebouw ontwierp hij aansluitend een langgerekt bouwvolume dat ruimte bood aan onder andere een goederenkantoor. Dit deel van het gebouw sluit aan op een tweede restant van het oorspronkelijke station. Zo ontstond een aaneenschakeling van verschillende volumes die een langgerekt gebouw vormen. Ook de noordoostelijke pleinwand werd in 1949 heringericht door Van Ravesteyn. Om de pleinwerking te benadrukken, ontwierp hij een fietsenstalling en aansluitend een hoge massief bakstenen muur met daarin een poort die toegang bood tot de achterliggende gebouwen. Hiernaast kwam een plantsoen en de pleinwand werd afgesloten met een toren. Het middelpunt van het plein werd gemarkeerd door een fontein. Om belangrijke punten in de architectuur te accentueren, werden beelden van kunstenaar Jo Uiterwaal (1897-1972) geplaatst, onder meer op het entreegebouw, de poort en op een pyloon in de noordhoek van het plein.
De historische ontwikkeling van het gebouw is door de herkenbaarheid van de verschillende lagen aan de buitenkant goed leesbaar gebleven, intern zijn echter door een reeks verbouwingen en functiewijzigingen de verschillende lagen moeilijk nog van elkaar te onderscheiden.
Ondanks verschillende aanpassingen van het stationsplein is de stedenbouwkundige opzet van Van Ravesteyn nog zichtbaar. De ruimtelijke samenhang en de aspiratie om als een Italiaanse piazza te functioneren, zijn nog steeds latent aanwezig en herkenbaar.