Station Nijmegen

Station Nijmegen is onderdeel van De Collectie. Op basis van de afspraken tussen NS en ProRail is op dit station een cultuurhistorische waardestelling van toepassing. Lees onderstaand de algemene omschrijving van het station uit de publicatie De Collectie van 2008.

Na de verwoesting van het eindnegentiende-eeuwse stationsgebouw in 1944, werd in 1954 in Nijmegen een nieuw stationsgebouw gerealiseerd naar ontwerp van Sybold van Ravesteyn. De opgave bestond er in feite uit de restanten van het oude station aan te vullen, opnieuw aan elkaar te smeden en van een nieuwe voorgevel te voorzien. Delen van het oude gebouw, zoals de hal, het restaurant, perronkappen en gebouwen en de achtergevel, werden door Van Ravesteyn gerestaureerd en opgenomen in de nieuwbouw. Hij ontwierp een laag en langgerekt bouwwerk (180 meter lang) om de westelijke wand te vormen van twee naast elkaar gelegen pleinen; het stationsplein voor het entreegebouw en het plein met busstation ten zuiden daarvan. Vlak na het gereedkomen van het station werd begonnen met de aanleg van een verkeerstunnel die aan de noordkant van het stationsplein onder de noordhoek van het station en de sporen doorsteekt. In verband met deze werkzaamheden kreeg Van Ravesteyn de opdracht om in het verlengde van het station boven op de tunnel een nieuw districtsbureau voor NS en ten noorden van het stationsplein een stationspostkantoor te ontwerpen voor de PTT. Op deze wijze kon hij de open ruimte van drie kanten omsluiten en ontstond een mooi ensemble van bouwdelen aan drie aaneengesloten pleinen. Het eigenlijke stationsgebouw vormt de westelijke afsluiting van twee pleinen. Het middelste plein, tegenover de ontvangsthal, werd oorspronkelijk gebruikt voor het bestemmingsverkeer, terwijl het zuidelijke plein, dat nu functioneert als taxistandplaats, werd ingericht als busstation.

Van Ravesteyn trok de westelijke pleinwand aan de zuidkant door met een coulissenwand, typisch voor zijn door de Italiaanse renaissance beïnvloede stijl. Ook de architectonische geleding van de wand refereert aan de rinascimento. De rode bakstenen gevel wordt aan het middelste plein (treinstation) onderbroken door pilasters en aan het zuidelijke busplein door Romaanse bogen op dubbele kolommen. Vooral door de 30 meter hoge campanile (klokkentoren), die de overgang tussen de twee pleinen en de twee delen van het gebouw (trein- en busstation) markeert, zou men zich in het zestiende-eeuwse Florence of Pienza kunnen wanen. De toren draagt aan vier zijden een klok en heeft op de begane grond doorgangen. Bij binnenkomst ziet men een bronzen wandreliëf van de Nijmeegse kunstenaar Charles Hammes (1915-1991) waarin een zich oprichtende mansfiguur de wederopbouw van de stad en het station symboliseert.

De hoofdentree werd gemarkeerd door een kleine uitbouw met op de daklijst een beeldhouwwerk met drie allegorische figuren die ‘Snelheid’, ‘Veiligheid’ en ‘Dienstbetoon’ uitbeelden, daarachter stonden nog op de daklijst van het hoofdgebouw ‘Geloof’ en ‘Wetenschap’. Alle beeldhouwwerken op en aan het station zijn van de hand van Jo Uiterwaal (1897-1972), die ook voor andere (stations)gebouwen van Van Ravesteyn de sculpturen ontwierp. Al in de jaren zeventig is de uitbouw met entree vervangen door een grotere uitbouw. Deze is op haar beurt weer begin 2000 vervangen. Het beeld dat de entree markeerde, heeft een plaats gevonden op een sokkel in de ruimte tussen de nieuwe hal en de klokkentoren, de beelden van de daklijst zijn met onbekende bestemming verdwenen.

Een arcade omsluit het zuidelijke busplein. Deze arcade is grotendeels een zuiver stedenbouw-esthetische toevoeging, om het plein zijn vorm en sfeer te geven. Net ten zuiden van de klokkentoren lag oorspronkelijk een terras voor de restauratie, een ruimte die inmiddels is opgevuld met winkels. Naast de restauratie met terras was de arcade gevuld met douanelokalen, die inmiddels andere functies hebben gekregen. De arcade loopt door de hoek om, om als een loze coulisse de zuidwand van het busplein te vormen. Deze coulissenwand schermde voorheen de erachter gelegen expeditiestraat af. Inmiddels zijn hier een restaurant en een hotel verrezen. De wand eindigt in een hoge pyloon, waarop een ruiterstandbeeld staat. Samen met een inmiddels verdwenen losse pyloon werd zo de toegang tot de expeditiestraat monumentaal gemarkeerd.