Station Ede Centrum

Station Ede Centrum is onderdeel van De Collectie. Op basis van de afspraken tussen NS en ProRail is op dit station een cultuurhistorische waardestelling van toepassing. Lees onderstaand de algemene omschrijving van het station uit de publicatie De Collectie van 2008.

Ede is al sinds 1845 bereikbaar per trein, toen de Nederlandsche Rhijnspoorweg Maatschappij (NRS) de spoorlijn Amsterdam-Arnhem opende. Het station lag echter ver buiten het dorp. Een tweede spoorlijn in Ede werd gerealiseerd door de Spoorwegmaatschappij De Veluwe. Deze lokale maatschappij was in 1896 opgericht en bracht de verbinding Nijkerk-Barneveld-Ede tot stand, ook wel bekend als het ‘kippenlijntje’. De lijn stopte op het bestaande station Ede. In 1902 werd een station in de dorpskom van Ede toegevoegd. Het gebouw lijkt sterk op de stations van de vijfde klasse van de Staatsspoorwegen. Station Ede Dorp, dat inmiddels Ede Centrum heet, bestaat uit een hoofdgebouw met een lagere zijvleugel. De rode bakstenen gevels zijn voorzien van gele banden, eveneens van baksteen. Precies hetzelfde gebouw werd ook in Lunteren en Voorthuizen gerealiseerd.

Bijzonder aan Ede Centrum is de ligging in het dorp, op nog geen 150 meter van de Oude Kerk. Ede kent geen monumentale stationslaan of een stationsplein. Het station ligt aan een driehoekig plein, met voornamelijk cafés en restaurants. De spoorlijn door Ede is nooit een hoofdverbinding geweest. Er is nog steeds enkelspoor en de rails liggen op het maaiveld, zonder afrastering, bufferzone of groenstrook. De lijn doet daarom denken aan een stedelijke tramlijn, treinen mogen er maar 40 km per uur rijden. Tot 1975, met een korte pauze tijdens de Tweede Wereldoorlog, functioneerde Ede Centrum als station. Sindsdien is het perron nog wel in gebruik als halte, tegenwoordig van de ‘Valleilijn’. Het oude stationsgebouw dient alleen nog als ‘uithangbord’ voor het station. Het inwendige is door de gemeente Ede gerenoveerd en ingericht als museum voor de lokale geschiedenis.