Station Doetinchem

Station Doetinchem is onderdeel van De Collectie. Op basis van de afspraken tussen NS en ProRail is op dit station een cultuurhistorische waardestelling van toepassing. Lees onderstaand de algemene omschrijving van het station uit de publicatie De Collectie van 2008.

Architect P.A.M. Kilsdonk ontwierp in de periode 1982 tot en met 1993 een negental stations voor NS. Samen met onder anderen H.C.H. Reijnders en J. Bak maakte Kilsdonk deel uit van een generatie architecten die de stations een geheel nieuw aanzien gaf. Na een periode waarin stations vooral functioneel en sober moesten zijn, ontwierp deze groep stations die NS weer een uitgesproken gezicht gaven, soms schaamteloos esthetisch. Het ontwerp voor Doetinchem bevindt zich nog duidelijk in het beginstadium van deze stilistische transformatie. In de architectuur, vormentaal en het materiaalgebruik zijn overblijfselen te vinden van de eerdere modernistische periode vermengd met elementen van de nieuwe, postmoderne architectuur die in de jaren zeventig en tachtig opgang deed. Het gebouw is opgebouwd uit kubistische volumes en heeft nauwelijks toegevoegde decoratie. Tegelijkertijd is de stijlomslag wel heel duidelijk merkbaar in de complexe plattegrond, in het spel tussen open en besloten ruimtes, in het brutalistische materiaalgebruik en in de manier waarop het gebouw bijna uit elkaar lijkt te vallen in verschillende volumes.

Het station is opgezet als drie afzonderlijke gewapendbetonnen paddestoelvormige volumes en één gesloten volume. Deze volumes zijn via glazen lichtstraten met elkaar verbonden. De ‘hoeden’ van de paddestoelen zijn uitgevoerd in beton brut en vertonen de latafdrukken van de bekisting waarin ze zijn gestort. Het station heeft bewust geen duidelijke voor- of achterkant; de verschillende volumes waaruit het is opgebouwd, hebben een gelijkwaardige verschijning. In de verschillende paviljoens bevinden zich de stationshal met het plaatskaartenkantoor en de loketten, een wachtruimte en een dienstruimte. Op een van de paddenstoelen is een daktuin ingericht die als doel heeft een zachte overgang met de groene omgeving te bewerkstelligen. Bijzondere details als het opvallende plafond, dat bestaat uit een ritmisch spel van smalle houten balken waarin op een subtiele manier verlichting is ondergebracht, maar ook de overige verlichtingsbollen zijn nog origineel en geven dit in de jaren tachtig opgeleverde gebouw een uitgesproken jarenzeventig- uitstraling.