Station Deventer

Station Deventer is onderdeel van De Collectie. Op basis van de afspraken tussen NS en ProRail is op dit station een cultuurhistorische waardestelling van toepassing. Lees onderstaand de algemene omschrijving van het station uit de publicatie De Collectie van 2008.

Tussen 1865 en 1910 werden in Deventer drie spoorlijnen gebouwd, voor drie verschillende spoormaatschappijen. De oudste lijn in de stad is Staatslijn a van Arnhem naar Leeuwarden, die door de Staatsspoorwegen werd gerealiseerd (1865-1866). Omdat het station in het schootsveld van de toenmalige vestingstad Deventer terechtkwam, was het een houten gebouw dat bij oorlogsdreiging gemakkelijk kon worden gesloopt. Vervolgens legde de Koninklijke Nederlandsche Locaalspoorweg Maatschappij de verbinding van Apeldoorn naar Almelo aan (1887-1888). Deze lijn werd geëxploiteerd door de HIJSM en kreeg een apart station, vlak bij het station van de Staatsspoorwegen. Vanaf 1910 verzorgde de Staatsspoorwegen de dienst naar Raalte en Ommen, die door de Overijsselsche Locaalspoorweg Maatschappij Deventer-Ommen was aangelegd.

In de jaren tien van de twintigste eeuw werd het spoor in Deventer gemoderniseerd. De spoorlijnen werden verhoogd, zodat ze on - gelijkvloers kruisten met het wegverkeer. Onderdeel van het werk was de bouw van een nieuw station op de plaats van het oude station van de Staatsspoorwegen, dat voor alle spoorlijnen dienstdeed. Het ontwerp was van de vrij onbekende architect H. Menalda van Schouwenburg. Het gebouw is in een bocht van de stadssingel gesitueerd, op de kop van het Rijsterborgherpark. Een brug over de singel en de Singelstraat voeren richting stad. Omdat het station niet in de as van deze verbinding staat, is de entree op een afgeschuinde hoek van het gebouw te vinden. De voorgevel is asymmetrisch en bestaat uit een hoger en lager deel. In het hogere deel is het eigenlijke station gevestigd, het lagere deel is voor de opslag van goederen. Het complex is fraai vormgegeven met een torentje aan de zijgevel, halfronde bogen en oorspronkelijk ook luiken voor de vensters. De entree is voorzien van een overkapping boven de dubbele deuren, een balkon en een klok aan de gevel. Net als in Den Haag HS en Haarlem zijn de restauratie en de wachtkamers op het perroneiland gemaakt, zodat het stationsgebouw een ensemble vormt dat vanaf het Stationsplein doorloopt via de stations tunnel tot op de perrons.

Na de opening werd er positief gereageerd op het station, er was alleen commentaar op het feit dat de wachtkamers nog niet af waren. In de krant Het Centrum werd hier op 2 maart 1920 als volgt over bericht: ‘Het nieuwe station is een statig en groot gebouw, ruim en royaal ingericht en zal, geheel gereed zijnde, ongetwijfeld in alle opzichten aan zijn doel beantwoorden.’ Na de afronding van het complex zijn alle onderdelen opmerkelijk gaaf bewaard gebleven.