Station Dalfsen

Station Dalfsen is onderdeel van De Collectie. Op basis van de afspraken tussen NS en ProRail is op dit station een cultuurhistorische waardestelling van toepassing. Lees onderstaand de algemene omschrijving van het station uit de publicatie De Collectie van 2008.

De Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij werd in 1899 opgericht en ontsloot in de eerste jaren van de twintigste eeuw een groot deel van noordoostelijk Nederland. Architect Eduard Cuypers ontwierp ruim dertig stations voor deze maatschappij. Hij was een telg uit de bekende architectenfamilie Cuypers. Zijn oom Pierre ontwierp het Centraal Station en het Rijksmuseum in Amsterdam en ook zijn neef Jos was architect. Eduard Cuypers realiseerde een omvangrijk oeuvre van kantoren, winkels en kerken. In 1895 bouwde hij het monumentale station van Den Bosch, in opdracht van de Staatsspoorwegen. Dit gebouw werd in 1944 verwoest.

De pracht en praal van Cuypers’ station in Den Bosch staat in schril contrast tot de stations die hij in het noorden en oosten des lands ontwierp. Om tijd en geld te sparen lag het voor de hand standaardstations te gebruiken. Cuypers ging uit van drie types (‘klassen’), maar paste deze niet zeer strikt toe, zodat ieder station een unieke variant op een van de klassen was. Ondanks de variaties binnen de drie klassen vormen de stations van de nols een consistent verhaal wat betreft schaal, materiaal en architectonische details. Het gebruik van baksteen met decoratieve toevoegingen als gekleurde banden, houtwerk onder het dak en tegeltableaus is in Nederland niet uniek, maar wel ongebruikelijk in de kleinschalige stationsbouw van rond 1900.

Op de lijn Zwolle-Stadskanaal staan vier stations van Eduard Cuypers. Station Gramsbergen is van de tweede klasse, Mariënberg, Dalfsen en Ommen zijn van de eerste klasse. In Dalfsen is de nols-architectuur van Cuypers het best bewaard. De gevels zijn nauwelijks bepleisterd, zoals bij de andere stations wel gebeurde in een poging lekkages te stoppen. Hierdoor bleven in Dalfsen veel decoratieve details in het zicht. In verband met de modernisering van de elektrische installaties voor het spoor werd in 1961 de stationsruimte verplaatst naar een nieuw aangebouwde serre aan de perronkant. Na de plaatsing van kaartautomaten op het perron eind jaren negentig verloor het stationsgebouw zijn functie en kreeg het een horecabestemming.