Station Amsterdam Amstel

Station Amsterdam Amstel is onderdeel van De Collectie. Op basis van de afspraken tussen NS en ProRail is op dit station een cultuurhistorische waardestelling van toepassing. Lees onderstaand de algemene omschrijving van het station uit de publicatie De Collectie van 2008.

In Amsterdam-Oost staan twee stations die er modern uitzien: Muiderpoort en Amstel. Toch dateren beide uit de vooroorlogse periode. Ze werden ontworpen door NS-bouwmeester H.G.J. Schelling (1888-1978). Hij kwam in 1913, direct na zijn studie, in dienst van de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen en geldt als een belangrijke vernieuwer van de stationsarchitectuur in Nederland. Schelling experimenteerde met moderne materialen, zoals beton en staal, en bracht grote veranderingen aan in de opzet van stationsgebouwen. Amsterdam Amstel geldt in dit verband als de voorloper van de naoorlogse stationsbouw. Dit station is niet als een statische poort naar de stad ontworpen, zoals vroeger gebruikelijk was, maar als een dynamische verkeersknoop waar de trein, tram, bus, taxi en auto allemaal een plek hebben gekregen. Later werd hier ook de metro aan toegevoegd.

De bouw van Amsterdam Amstel was een uitvloeisel van een grondige herziening van het spoorwegennet rondom Amsterdam in de jaren dertig. De spoorlijnen naar Hilversum en Utrecht vormden destijds een groot obstakel voor het groeiende wegverkeer. Door de gelijkvloerse kruisingen waren de Indische Buurt en het Oostelijk Havengebied praktisch onbereikbaar geworden. Na een gezamenlijke studie kwamen de gemeente Amsterdam en de spoorwegen in 1934 met een plan: verhoging van de spoorbaan met enkel ongelijkvloerse kruisingen, samenvoeging van rangeerterreinen van de verschillende maatschappijen, sloop van het Weesperpoortstation, vernieuwing van het Muiderpoortstation en de bouw van een nieuw station aan de Amstel. De uitvoering van dit ambitieuze programma werd mogelijk in het kader van de werkverschaffing in de crisisjaren.

Opvallend aan station Amstel is dat de stationshal haaks op het spoor staat en als het ware midden op het stationsplein is geplaatst. De hal heeft zodoende een centrale positie tussen de perrons, het busstation, de taxistandplaatsen en de tramhalte. Door het gebruik van beton en veel glas stroomt het daglicht aan alle kanten de hal binnen. Grote wandschilderingen van Peter Alma verbeelden de technische vooruitgang van de spoorwegen. Ingenieus aan het stationsontwerp is dat Schelling alle verkeersstromen bij elkaar bracht, maar dat dat wel op drie verschillende niveaus moest gebeuren, op het polderpeil (tram), het stationsplein (de hal) en de verhoogde sporen. Lange tijd lag station Amstel geïsoleerd in de stad, te midden van alle wegen, dijken en spoorlijnen. In de loop van de jaren is de stad geleidelijk naar het station toe gegroeid.