Station Almere Centrum

Station Almere Centrum is onderdeel van De Collectie. Op basis van de afspraken tussen NS en ProRail is op dit station een cultuurhistorische waardestelling van toepassing. Lees onderstaand de algemene omschrijving van het station uit de publicatie De Collectie van 2008.

Station Almere Centrum ligt aan de Flevolijn, die in 1982 werd aangelegd om Almere en Lelystad, de twee nieuwe steden in de Flevopolder, te verbinden met de Randstad. P.A.M. Kilsdonk maakte deel uit van een nieuwe generatie architecten die zorgde voor een stilistische omslag in het stationsontwerp, waarbij de nadruk meer kwam te liggen op de architectonische kwaliteit van het stationsgebouw. Doordat het een nieuwe stad betrof, kon er ongehinderd door bestaande bebouwing of uitbreidingsplannen een nieuw station ontworpen worden, dat zorgvuldig in de directe omgeving werd geïntegreerd. Kilsdonk ontwierp nog drie andere stations aan de Flevolijn, die architectonisch sterk op elkaar lijken.

De belangrijkste opdracht voor Almere Centrum was om het station stedenbouwkundig te integreren met het nieuwe stadscentrum. Het station vormde in de plannen het centrale punt in de stad, en werd dwars op het startpunt van de hoofdwinkelroute gepositioneerd. Door te kiezen voor een viaductstation werd de barrièrewerking van een spoorbaan in de stad voorkomen. De spoorbaan van de Flevolijn werd zes meter boven het maaiveld opgetild om onnodige kruisingen met andere verkeersstromen te voorkomen en een grote bebouwingsdichtheid rondom het station mogelijk te maken. Aan weerszijden van het station bevinden zich direct aansluitend kantoor- en winkelgebouwen van architect Jan Brouwer.

Kilsdonk profiteerde optimaal van het viaduct door de stationsvoorzieningen in één volume onder de sporen te schuiven en het gebouw vanuit elke richting toegankelijk te maken voor de reiziger. Om de relatie met de omgeving verder te benadrukken, zette Kilsdonk de winkelroute door in een voetgangerspassage met winkels die dwars door het station loopt. In de stationshal zijn voorzieningen als een stationsrestauratie en de kaartverkoop te vinden. Centraal in de hal leiden trappen, roltrappen en liften vervolgens naar de erboven gelegen sporen, waar de wachtruimtes zich bevinden op de perrons.

Om te voorkomen dat het station onzichtbaar zou zijn en niet als NS-station herkenbaar, besteedde de architect veel aandacht aan de enorme kapconstructie (152 bij 42 meter), die is uitgevoerd in een opvallende felrode hightech ruimtevakwerkconstructie. Het spectaculaire dak hangt als een paraplu over de perrons en reikt over een deel van het stationsplein uit naar het centrum en bindt zo de verschillende elementen samen. Door zijn transparantie laat de kap bovendien veel licht toe op de perrons. Het stationsgebouw zelf is vanwege de ligging onder de spoorbaan relatief donker en laag, maar doordat er vides in de perrons zijn uitgesneden, valt er toch voldoende daglicht naar binnen. De voor- en achterentrees van Almere Centraal hebben een imposante gevel die is uitgevoerd als een transparante, gewafelde luifel die om de vakwerkconstructie is gevouwen. Vooral aan de stadszijde is de entree al van verre zichtbaar.