Reliëfs op de torensStation Amsterdam Centraal

Op de twee torens van het middenrisaliet prijken twee grote reliëfs. Ze werden in gipsmodel gemaakt door de Leuvense kunstenaar Jean-Francois Vermeylen (1857-1922) naar een schets van Pierre Cuypers. Martin van Langendonck (1857-?) hakte de reliëfs uit steen. Elk reliëf bestaat uit drie registers.

Op de westelijke toen zien we in het bovenste register, drie bustes van Oud-romeinse goden op een gouden achtergrond. Ze worden omgeven door een gebeeldhouwde rondboog. Van links naar rechts: Apollo, de redder in de nood; Ceres, de godin van de akkerbouw en Vulcanus, de god van het vuur en het smeden.
Het middelste register bestaat uit een groot reliëf met twee gebeeldhouwde zuilen die het tafereel in drieën splitsen. Het reliëf verbeeldt de oude tijd. We zien een landelijk tafereel dat symbool staat voor de oude pijlers van de Nederlandse economie: Landbouw (vrouwen die de oogst dragen en een boer met een zeis), Veeteelt (verbeeld door ingespannen paarden) en Handel (een vrouw met een kruik op haar hoofd en mannen met runderen).
In het onderste register staan medaillons met opschriften die de pijlers van de nieuwe tijd representeren. Van links naar rechts zien we de opschriften Elektriciteit, Nijverheid en Stoom. Onder Elektriciteit is een medaillon aangebracht van een gevleugelde vrouw met een kind. Onder Nijverheid bevindt zich een medaillon met een vrouw, een bijenkorf en een tandrad. Op de achtergrond staan twee smeden. Onder het opschrift Stoom bevindt zich een medaillon met een vrouw op een gevleugeld wiel. Met haar armen doorbreekt ze de ketenen van de oude tijd. De vrouw die Stoom personifieert werd ten tijde van de opening van het station aanstootgevend gevonden omdat zij halfontkleed is.

Op de oostelijke toren zien we in het bovenste register drie bustes van Oud-romeinse goden op een gouden achtergrond. Ze worden omgeven door een gebeeldhouwde rondboog. Mercurius, de god van de handel en de reiziger, staat links. Hij is herkenbaar aan zijn helm met vleugels. Daarna volgt Minerva, de godin van de wijsheid. Rechts van haar staat Neptunus, de zeegod.
Het middelste register bestaat uit een groot reliëf met twee gebeeldhouwde zuilen die het tafereel in drieën splitsen. Het reliëf verbeeldt de oude tijd. We zien een haventafereel dat symbool staat voor de oude pijlers van de Nederlandse economie. Van links naar rechts staan Handel (een man die een zeilschip bevoorraadt met handelswaar), Scheepvaart (drie figuren op een schip) en Visserij (vissers met netten en een vrouw met een mand met vissen op haar hoofd).
In het onderste register bevinden zich drie opschriften met medaillons die de pijlers van de nieuwe tijd representeren. Links staat “Welvaart” met eronder een medaillon van een vrouw die een mand met vruchten draagt. Op de achtergrond bevindt zich een spoorwiel en op de voorgrond gewassen. Daarna volgt het opschrift “Verbroedering”. Het onderstaande medaillon bevat twee mansfiguren die elkaar begroeten. De linker is een Javaan, de rechter een Nederlander. Op dit reliëf had Victor de Stuers kritiek. De Europese man zou geen gebogen houding tegenover de Javaan moeten hebben. Hij zou meer rechtop moeten staan. De Javaan zou juist moeten buigen voor de Europeaan. Tot slot zien we het opschrift “Beschaving” waaronder een medaillon met een vrouw die een toorts in handen heeft. Ook zien we een uil die ter aarde stort. Het is Aurora, de Romeinse godin van de dageraad, herkenbaar aan het sterretje op haar voorhoofd.