Prins Amadeiro XVIStation 's-Hertogenbosch

Het station van ’s-Hertogenbosch speelt een cruciale rol bij de carnavalsviering in de stad. Traditiegetrouw komt de vorst van het carnaval in Den Bosch niet uit de stad zelf. Hij arriveert  ieder jaar per trein op station ’s-Hertogenbosch. Dat gebeurt op de zondag voor carnaval om 11:11 uur. Diverse kunstwerken op en nabij het station refereren hieraan.  

Sinds 1883 draagt de Bossche carnavalsvorst de naam ‘Amadeiro’, mogelijke een anagram van het Brabantse woord ‘omdraaie’. Voluit heet hij: Prins Amadeiro Ricosto di Carnavallo, Ridder van het Reksam, Heer en Meester van Oeteldonk en deszelfs omliggende watervrije moerassen en zandwoestijnen enz, enz, enz. 

Op een zuil links van de entree is een klein bronzen beeldje te vinden. Ieder jaar wordt door de gearriveerde vorst een krans van boerenkool om het beeldje gehangen. Het beeldje is gemaakt door Jo Uiterwaal en werd onthuld op 10 november 1961. Het is een herinnering aan de meest legendarische prins: Amadeiro XVI. Hij was 18 maal prins van ’s-Hertogenbosch (1928-1937 en 1946-1953). 
De vorst heeft beide armen omhoog geheven. In zijn linkerhand houdt hij een paar handschoenen vast, in zijn rechterhand een narrenstaf. Over zijn rokkostuum draagt hij een lange mantel. Op zijn hoofd staat een wilde muts en om zijn hals hangen de versierselen die bij zijn status horen. Onder hem zijn twee kleine mensfiguren, in een hoekige pose, schematisch weergegeven. Op de voet van het beeldje staat gegraveerd: “Als gij U aan Uw volk vertoont”. Op de console onder de voet van het beeld bevindt zich een cartouche met een gekroonde letter A.

Het beeldje negen jaar na de bouw van het station gemaakt in opdracht van de Bossche carnavalsvereniging. Dat verklaart waarom dit beeld zo afwijkt van de overige beelden die Uiterwaal op aanwijzingen van Van Ravesteyn maakte voor veel Nederlandse stations. Deze chamotte of zandsteen beelden zijn doorgaans levensgrote personificaties. Ze tonen starre figuren die strak voor zich uitkijken. Het bronzen beeldje van Amadeiro is een klein portret van een individu. 

Het bronzen beeldje van Prins Amadeiro XVI is niet het enige carnavalsbeeld van Jo Uiterwaal op station ’s-Hertogenbosch. Zo maakte hij in 1952 een personificatie van Carnaval als onderdeel van het stationsgebouw van Van Ravesteyn. Het thema carnaval komt indirect ook terug in het gevelkunstwerk Bagagewals van Titia Ex. 

Johannes Wilhelmus (Jo) Uiterwaal (1897-1972) was de zoon van een houtsnijder. Hij leerde beeldhouwen als leerling van de Utrechtse beeldhouwer A.J. Dresmé die op zijn beurt leerling was van Mendes da Costa. Uiterwaal voerde ook werk uit van Mendes da Costa in het atelier van Dresmé. Samen met zijn broer Steph ging Jo naar de avondopleiding aan de Kunstnijverheidsschool in Utrecht. Zijn leraar daar was Willem van Leusden. Hij maakte in die periode kubistisch beeldhouwwerk en ontwierp met Gerrit Rietveld enkele meubels. In de crisisjaren verliet hij de moderne stijl en stapte over naar een traditioneler figuratieve stijl. In 1933 ontmoette hij Van Ravesteyn. Sindsdien werkten ze veel samen. In de samenwerking had Van Ravesteyn nadrukkelijk de leidende rol: hij bepaalde waar welk beeld binnen zijn architectuur moest komen. 
Rond 1928-29 maakte Jo Uiterwaal een serie beelden, getiteld ‘Dansfiguren’. Het Centraal Museum in Utrecht heeft ze aangekocht. Het zijn sterk gestileerde, bijna abstracte figuren van hout, metaal en glas van ongeveer 40 centimeter hoogte. Niets in dit werk doet denken aan de beelden die hij maakte voor de Nederlandse stations. Zijn commerciële werk was veel figuratiever en traditioneler dan zijn vrije werk. 

 

 

Bronnen

www.vanderkrogt.net, op 10 april 2018.
www.bossche-encyclopedie.nl, op 10 april 2018.
De Tijd De Maasbode, 13 november 1961.
www.bastionoranje.nl