Nijverheid van NederlandStation Eindhoven

Boven de toegang tot de oude voetgangerstunnel bevindt zich een groot en kleurrijk glasappliqué. Het raam bestaat uit dertig panelen en verbeeldt de Nederlandse bedrijvigheid. Het bevat taferelen van scheepvaart, visvangst, dijkaanleg, industrie, veeteelt en bouw. De figuren zijn gestileerd en de contouren zijn scherp. Het raam is gemaakt in 1956 door Lex Horn.
Na het oorlogsgeweld werd de infrastructuur hersteld en kwam de industrie weer op gang. Nederland bruiste van bedrijvigheid en er heerste optimisme over de toekomst: een betere tijd zou aanbreken. Dit raam verbeeldt het gemoed van die tijd: een periode waarin de beschadigde industriestad Eindhoven werd herbouwd en klaargestoomd voor de toekomst. Horn gebruikte voor dit raam sterke kleuren: geel, rood en oranje overheersen. Verder bevat het blauw en groen glas.

Tot 2017 was de oude reizigerstunnel de enige toegangsroute naar de perrons. Alle reizigers die Eindhoven verlieten, werden onder het raam doorgeleid. Na de stationsverbouwing die in 2017 gereed kwam, beschikt station Eindhoven over een nieuwe, bredere reizigerstunnel met een eigen ingang en commerciële ruimtes. Hierdoor markeert het raam niet langer de hoofdroute van vertrekkende reizigers. Wel heeft het nog altijd een prominente plaats in de stationshal.

Het kusntwerk werd gemaakt in opdracht van NS als onderdeel van de stationsbouw. Horn maakte voor station Eindhoven eveneens drie ronde glasappliquéramen waarin trekvogels symbool staan voor de reislust.

Glasappliqué

Lex Horn was de eerste glazenier die de techniek van het glasappliqué toepaste. Bij deze techniek worden verschillende stukken glas gelijmd tot een geheel. Dit stelde de kunstenaar in staat om ramen te maken zonder de contouren van het lood of beton waarin het doorgaans gevat wordt. Het resultaat is daardoor transparanter en de kleuren van het glas meer overheersend. Horn vond ‘zijn’ techniek goed passen bij de functionele naoorlogse architectuur.

Lex Horn

Lex Horn (1916-1968) studeerde Monumentale en Versierende Schilderkunst aan de Amsterdamse Rijksacademie voor Beeldende Kunst: een opleiding die onder leiding stond van Heinrich Campendonk. Horn was een pionier. Hij ontwikkelde niet alleen de techniek van het glasappliqué maar herintroduceerde ook de sgraffito-techniek in Nederland. Hij was bovendien samen met kunstenaar Hans van Norden in 1952 oprichter van de Vereniging der Beoefenaars van de Monumentale Kunsten (VbMK). Horn maakte monumentale kunst en paste daarbij veel verschillende technieken toe: wandreliëfs, sgraffiti, tapijtkunst en vlakglaskunst. Hij werkte vanuit een sterke maatschappelijke betrokkenheid. Opvallend was zijn vermogen om sociale thema’s op een verhalende wijze gestalte te geven. Horn maakte onder andere een betonreliëf voor het Clusiusgebouw van de Universiteit Leiden (1960, herplaatst in 2017) en een sgraffito in de Marcantizaal in Amsterdam (1957, verloren gegaan). Verder maakte hij een glasappliqué voor het kantoor van de Nederlands Christelijk Werkgeversverbond in Amsterdam (1955). In de jaren vijftig kreeg Lex Horn enkele opdrachten van Werkspoor: de bouwonderneming van de Nederlandse Spoorwegen. Behalve de vier ramen voor station Eindhoven, maakt hij ook interieurs voor de slaapwagons die Werkspoor bouwde voor de spoorwegen in Argentinië.  

Bronnen

L. Netel en L. Horn, Lex Horn 1916-1968. Monumentale kunst en vrij werk, 2003, p. 24.
A. den Boer en J. Klink, Glaskunst in Nederlandse stations, Spoorbeeld, 2014, p. 45. 
Crimson, Cultuurhistorische waardestelling station Eindhoven, 2010.