Mythische figuren: NeptunusStation 's-Hertogenbosch

In 1952 kreeg ’s-Hertogenbosch een nieuw station. Het verving het oude 19e-eeuwse stationsgebouw van Eduard Cuypers dat in 1944 grotendeels werd verwoest door bombardementen. Architect Sybold van Ravesteyn nam in de voorgevel van ‘zijn’ nieuwe station twee kleine zandstenen reliëfs op, beide vervaardigd door Jo Uiterwaal. In 1998 kregen ze een nieuwe plek binnen het huidige, door Rob Steenhuis ontworpen stationscomplex.

Aan de noordkant van het station, aan de zijde van het plein, treffen we een reliëf met een beeltenis van Neptunus. Hij houdt een vis in zijn rechterhand omhoog. De drietand, het vaste attribuut van de zeegod, heeft hij in zijn linkerhand. Zijn onderlichaam is een vissenstaart. Hij rijst op uit de golven. Tussen de golven liggen zeeschelpen. 

Jo Uiterwaal maakte de beelden in 's-Hertogenbosch op aanwijzingen van Van Ravesteyn. Uiterwaal maakte voor het naoorlogse station ook een zandstenen beeld van Mercurius met Pegasus en een personificatie van Carnaval. Eerstgenoemde staat tegenwoordig op de binnenplaats van Koning Willem I college aan de Vlijmense weg. Carnaval staat momenteel op de Stationsweg. Voor veel andere stations van Van Ravesteyn maakte Uiterwaal de beelden van chamotteklei: een goedkoper alternatief voor stenen beelden. Op de gevel van ’s station ’s Hertogenbosch is een kleiner, bronzen beeld van Prins Amadeiro XVI te vinden.

Johannes Wilhelmus (Jo) Uiterwaal (1897-1972) was de zoon van een houtsnijder. Hij kwam in de leer bij de Utrechtse beeldhouwer A.J. Dresmé die op zijn beurt leerling was van Joseph Mendes da Costa. Uiterwaal voerde ook werk uit van Mendes da Costa in het atelier van Dresmé. Samen met zijn broer Steph ging Jo naar de avondopleiding aan de Kunstnijverheidsschool in Utrecht. Zijn leraar daar was Willem van Leusden. Hij maakte in die periode kubistisch beeldhouwwerk en ontwierp met Gerrit Rietveld enkele meubels. In de crisisjaren verliet hij deze moderne stijl en stapte over naar een traditioneler figuratief werk. In 1933 ontmoette hij Van Ravesteyn. Sindsdien werkten ze veel samen. In de samenwerking vervolgde Van Ravesteyn de hoofdrol: hij bepaalde waar welk beeld moest komen. Rond 1928-29 maakte Uiterwaal een serie beelden getiteld ‘Dansfiguren’. Het Centraal Museum in Utrecht heeft ze aangekocht. Het zijn sterk gestileerde, bijna abstracte figuren van hout, metaal en glas, elk ongeveer 40 centimeter hoogte. Niets in dit werk doet denken aan de beelden die hij maakte voor de Nederlandse stations. Het werk dat hij in opdracht maakte, was veel figuratiever en traditioneler dan zijn vrije werk. Ander werk van Uiterwaal is het Drama van Benschop: een oorlogsmonument uit 1945.

 

Bronnen

www.bossche-encyclopedie.nl, geraadpleegd op 10 april 2018.